Pagina:Vergif.djvu/261

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

263

zacht en glad en gaf hem een warm en vertrouwelijk drukje.

Eindelijk was de heilige handeling afgeloopen; die had geduurd van negen uur tot bij drieën, zooveel aannemelingen waren er en zoo grondig "deed" de proost het.

De bleeke jonge dames in de Weener sjaals moesten half in de rijtuigen gedragen worden; de geelstaartige, smalschouderige meisjes zagen er op het laatst uit, alsof ze uit het water gehaald waren; en de zachtmoedige, gedweeë jongelieden staarden nog gedweeër naar hun nieuwe laarzen.

De kookvrouw bij professor Lövdahl was in vertwijfeling; en het was de laatste keer,—daar deed zij een duren eed op,—dat zij een confirmatiediner aannam. Driemaal had zij al aardappels gekookt, misleid door valsche en overijlde berichten van de door haar uitgestelde wachtposten.

De gasten, in wier inuitatie geen andere tijd bepaald was dan "na kerktijd", dwaalden langs het meer en over de markt of zaten zich binnen te vervelen onder allerlei vrome wenschen aan het adres van proost Sparre, die nooit het eind kon vinden.

Het was over half vier toen men ten laatste in de zaal aan tafel ging. Abraham aan het hoofd van de tafel met zijn vader rechts en den proost links; overigens alleen oudere heeren en Hans