Pagina:Vergif.djvu/266

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

268

had; en dat verzachtte een weinig de pijnlijke bitterheid van haar nagedachtenis.

Maar Abraham haastte zich naar boven; de horlogeketting rammelde zoo mooi als hij zich maar bewoog. Hij verheugde er zich op om te zien hoe zijn mooie kamer bij avondlicht zou lijken en om zijn horloge op te winden.

Maar toen hij het licht aangestoken had, stond er een groot bouquet van de mooiste en zeldzaamste bloemen op zijn tafel.

Abraham greep blij naar het kaartje dat in de bloemen stak; maar hij liet het weer vallen als had hij er zich aan gebrand. Zijn gelaat werd vuurrood, en hij wendde zich af als met schaamte.

Op het kaartje had mevrouw Gottwald met een fijne, onvaste dameshand geschreven: —"van kleinen Marius."