Pagina:Vergif.djvu/32

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

34

zeg ik, want het zou heel lastig zijn voor al diegenen onder ons die vooruit willen in de wereld, als zulk een jongensvriendschap verplichtingen oplei voor leven en dood."

Abraham keek alsof hij het niet recht begreep en de ander ging voort: "Zie je, schooljongens zijn gelijk—of ze worden zoo wat gelijk gesteld; maar als de school hen los laat, dan verspreiden zij zich over het leven en het leven maakt hen al gauw heel ongelijk. Ga zelf maar eens na hoe onmogelijk de voortzetting van zoo'n jongensvriendschap wordt, als bijv. de een hooger opklimt in de maatschappij, terwijl de ander omlaag gaat of op zijn plaats blijft staan. Zie je, daarom is het juist zoo goed geschikt, waar het leven zelf er voor zorgt dat zulke vriendschappen slechts zoo lang duren als zij onschadelijk zijn."

"Ja, maar Marius zal immers studeeren," viel Abraham in.

"Zeker, zeker! daar bestaat het niet in; en het was ook niet juist Marius aan wien ik dacht. Hij kan toch niet helpen—ik meen, er is iets in zijn positie dat je niet kunt begrijpen en waarover je je ook niet behoeft te bekommeren; hij is zeker een vlugge brave jongen met wien je graag moogt omgaan; dat komt wel terecht. Ik wou je alleen maar waarschuwen tegen een sentimenteele vriendschap op leven en dood; je weet wel, ik