Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/47

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
35
LAGEN DER DUINEN.

om ten zelfden tijde korrels van eene verschillende grootte en zwaarte op te nemen, dan zullen de zwaarsten veelal op de duinen vallen, terwijl de ligtsten er over heen gevoerd zullen worden. Dit zou eene laag van grof zand te weeg brengen, en het zelfde zou er gebeuren als de ligtere deeltjes uit eene gemengde laag weggeblazen werden, terwijl de zwaarderen liggen bleven. Nog een andere oorzaak van stratificatie kan men vinden in het toevallig liggen van een dun laagje bladeren of andere overblijfselen van planten tusschen twee zandlagen, en dit schijnt meer te gebeuren dan men algemeen vooronderstelt.

De zeezijde der duinen, als meer aan den wind blootgesteld zijnde, is ongeregelder van vorm dan de landzijde, waar de schikking der deeltjes rustiger plaats heeft. Daardoor is de stratificatie aan de windzijde minder duidelijk, terwijl het zand aan de lijzijde in meer regelmatige lagen gelegen is die landwaarts hellen, met de grootste korrels het laagst, waar zij door hunne grootere zwaarte heen gerold zijn. De binnenzijde der duinen, dus gevormd uit zand dat nedergelegd is volgens de wetten der zwaarte, is overal vrij gelijk van helling, die volgens Forchhammer weinig van een hoek van 30° met den horizon verschilt, terwijl de meer blootgestelde en onregelmatige zeezijde eene helling van 5° tot 10° heeft. En als de duinen zoo digt aan de waterlijn liggen dat zij aan de onmiddellijke werking der golven zijn blootgesteld, dan worden zij ondermijnd; de duinen hellen dan buitenwaarts zeer sterk, ja zijn soms bijna regt-