Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/59

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
47
DE HELMPLANT.

grond, voor boschgrond, ja soms zelfs voor akkerbouw. Maar de beschutting en het langzamerhand vruchtbaar maken der duinen is niet de eenige dienst die door deze nuttige plant bewezen wordt. Zijne stengels en bladeren zijn een voedzame spijs voor schapen en koeijen, zijne zaadkorrels voor het gevogelte, zelfs heeft men somtijds brood gebakken van de zaden der helmplant, doch de hoeveelheid die ingezameld kan worden is niet groot genoeg om eene belangrijke oeconomische bron van inkomsten te worden. Touw en garen voor netten heeft men van zijne stengelvezels gemaakt, meer nog worden er vloermatten van gevlochten, en zijne gedroogde wortels vormen een uitmuntende brandstof. Doch die nuttige hoedanigheden zijn ongelukkig ook de oorzaak dat de helmgroei zeer verhinderd wordt. Waar geen voldoend toezigt op de duinen is, weiden schapen en koeijen den helm af, arme lieden snijden hem om er matten en touw van te maken, en trekken hem met de wortels uit den grond voor brandstof. Daarom ook is er in landen, waar de regering het nut der duinen begrijpt, een strenge wetgeving op diefstal van helm, en tracht men te beletten dat de mensch niet onvoorzigtig aan een klein voordeel zijn beste wapen tegen het stuiven der duinen opoffert.

Reeds in 1539 verscheen er in Denemarken een decreet van koning Christiaan III, waarbij eene boete bepaald werd voor personen, overtuigd van zekere soorten van zandplanten op de westkust van Jutland vernield te hebben. Dit decreet werd vernieuwd en meer verbindend gemaakt in 1558, en in 1569 werden de