Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/149

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

VIBURNUM PLICATUM Thunb.

Nat. Familie:

LONICEREÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

PENTANDRIA TRIGYNIA (Vijfmannige-Driewijvige)[1].

 

 

Een enkele blik op de nevenstaande plaat is voldoende om in de plant, van welke hier een tak voorgesteld wordt, de aanverwante eener bekende te herkennen. Wie toch zou de Sneeuwbal (Viburnum Opulus var. sterile) niet kennen, welker zuiver witte bloemkogels in Mei en Junij zoo levendig uitkomen tusschen het dan nog teedere en zachtgroene gebladerte van de omringende boomen en heesters, en die men dan nimmer mist in het bloembouquet, waarmede men ook lente brengt in de zoolang geslotene woonkamer, thans geopend om er de met geuren bezwangerde lentelucht in te laten.

Met alle regt kan men ook de hier voorgestelde plant eene Sneeuwbal noemen; de betrekking die er tusschen haar en onze oude bekende bestaat immers is eene zeer naauwe, al behooren ze ook in ver van elkander verwijderde landen thuis.

Ik acht het daarom weder best om deze gelegenheid waar te nemen om 't een en ander, wat den niet-kruidkundigen lezer welligt nog onbekend is, omtrent onze Sneeuwbal mede te deelen, en daaraan dan eene beschrijving van de Japansche toe te voegen.

In de boschjes, die in de lager gelegene duinstreken, duinpannen genoemd, zich als werkelijke oasen voordoen, alsmede in sommige boschachtige streken van ons land, treft men in 't voorjaar een heester aan, die zich dan door een milden bloei kenmerkt en wiens witte bloemen nog al eenige gelijkenis hebben met die van den Vlierheester (Sambucus nigra), met dit verschil evenwel, dat de bloemen, die aan den rand der bloemtuilen,—zoo noemt men die vereenigingen


  1. Zie de noot onder bladz. 13. De Orde der Driewijvige wijst op drie stijlen.
22