Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/302

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

188

was, is kort daarna rooskleurig geworden, terwijl tusschen die rose bloemen er ook dan nog een aantal voorkomen, die, pas opengegaan zijnde, nog wit zijn. Aan een takje dat vóór mij ligt van nog geen palm lengte, komen aan een vijftal bloemtuilen ook vijf verschillende nuancen van wit tot donker rooskleurig voor.

Ik kan hier al de verschillende variëteiten van dezen boom niet vermelden; alleen wil ik hier nog met een woord een zeer karakteristieken vorm daarvan bespreken, wijl die in de meeste tuinen goed op hare plaats zou zijn. 't Is namelijk de hangende of treur-Doorn (Cr. Oxyacantha pendula), waar ik mij te meer toe gedwongen gevoel, wijl ik mij iederen dag van de schoonheidswaarde ervan overtuigen kan. Zelfs op hoogstam veredeld bereiken ten laatste de lange slanke takken den grond, terwijl de boom van boven eene half kogel vormige gedaante verkrijgt. Met slechts eenige zorg voor het snoeijen kan deze Doorn een der fraaiste sieraden voor kleine zoowel als voor groote tuinen zijn, terwijl men den wildstam hooger of later neemt, al naar het doel dat men er mede voorheeft.

Geen dezer boomen is keurig op den grond, en men kan gerustelijk zeggen dat ze in elke aarde voortkomen; ook nemen ze elke standplaats voor lief, ofschoon natuurlijk eene lichte hun 't beste bevalt, zoodat ze dan ook het rijkst bloeijen. Ze worden alle op den gewonen Doorn veredeld.