Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/59

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

ANEMONE JAPONICA Sieb. & Zucc.

Var.: ALBA. (Anemone Honorine Jobert.)

  ROSEA. (Anemone elegans Hort.)

Nat. Familie:

RANUNCULACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

POLYANDRIA POLYGYNIA (Veelmannige-Veelwijvige)[1].

 

 

De familie der Ranonkelachtige gewassen, of der Ranunculaceën levert een groot aantal planten op, die, om hare sierlijke bloemen, ten volle verdienen onder de fraaiste gewassen gerekend te worden, en waarvan er dan ook niet weinige reeds van ouds vrij hoog in dit opzigt stonden aangeschreven. Men denke slechts aan de Pioenen, de Akeleien, de Monnikskappen, de Tuin-Ranunkels en een aantal andere.

Al deze, vaak uiterlijk aanzienlijk verschillende, planten behooren toch tot ééne en dezelfde natuurlijke familie, want, hoeveel verschil ze onderling ook vaak mogen opleveren in hare groeiwijzen of in den vorm der bloemen, het valt den kruidkundige niet moeijelijk in alle dezelfde vaste karakters, die ze dus onderling gemeen hebben, aan te wijzen; familietrekken, die hare affiniteit onbetwistbaar bewijzen.

Reeds Thunberg heeft, tegen het laatst der vorige eeuw, de plant welke we thans bespreken, doch onder een anderen naam, beschreven[2], hoewel eerst von Siebold en Zuccarini, de schrijvers van het prachtige plaatwerk over de Japansche Flora (1835), haar leerden kennen als zeer na verwant


  1. De klasse der Veelmannige is de dertiende van het Linnæaansche stelsel. Even als bij de Twintigmannige vindt men ook hier een aantal (20 of meer) vrije meeldraden. In dit geval echter alle op den bodem der bloem en niet, gelijk bij de Twintigmannige, op den kelkrand gezeten. Door Veelwijvige verstaat men die planten uit deze klasse, waarvan het centrum der bloem door vele (meer dan twaalf) stampers ingenomen wordt.
  2. Hij noemde haar namelijk Atragene Japonica.
7