Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/116

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

XVII. NAAR EDE.

 

Niemand, die eenige dagen te Bennekom verblijft, verzuime een bezoek te brengen aan het van ouds, vooral om de in de nabijheid staande bosschen van Graaf Bentinck van den huize Weldam, te Goor, zoo gunstig bekende dorp Ede, hetzij men zich bepale tot een wandeling heen en terug, of tevens een vluchtig bezoek brengt aan het Ederbosch en den Paaschberg.

Om nu de wandeling niet al te groot te maken, gaan we per tram naar 't station en wandelen van daar naar Ede, waar een goed half uur mede gemoeid is. 't Is een aangename, goeddeels beschaduwde straatweg, meest tusschen riante villa's. In het dorp bij het tolhek gekomen, gaan we den Arnhemschen straatweg op, tot we aan een bruggetje over een geul komen, dat we overgaan om dan linksaf, vervolgens rechts, daarna weer linksaf te wandelen, tot we aan een koepel komen. We zijn hier op den Paaschberg, en hebben een zeer fraai gezicht naar beneden op het dorp. Hier zien we een weg die naar beneden, recht op de kerk aanloopt. Gaan we dien af, dan komen we naast de kerk in de dorpstraat uit.

Dit is een kleine wandeling, waarover men zeker tevreden zal zijn.

Nu zien we uit naar den boekwinkel van den heer Menger, waarnaar we trouwens niet behoeven te zoeken,