Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/35

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

16

HOEKELUM.

geleden van de Toren-allée rechts afgeweken en den breeden klimmenden weg opgegaan waren.

Dit monument werd daar geplaatst ter herinnering aan het begin der exploitatie dezer streken. We lezen er op dat dit hooge gedeelte, de Wassenaerskamp, hetwelk wij nu doorwandelden, zoo mede de Balverenskamp, dien wij zoo aanstonds gedeeltelijk zullen doorgaan, in 1838 in ontginning zijn gebracht door Otto Baron van Wassenaer, Heer der beide Catwijcken, 't Zant, enz. enz., ter dankbare herinnering waaraan deze gedenksteen hier in 1859 door zijn vijf zonen werd geplaatst; terwijl aan de andere zijde hulde wordt gebracht aan Gerrit van Hoogstraten, die, van 1820 af, als werkbaas op Hoekelum zijn trouwe diensten bewees.

Dit nu is voor den bezoeker vooral hierom interessant, wijl het antwoord geeft op de vraag hoe oud deze bosschen wel mogen zijn; een vraag, die in vele andere gevallen zelfs door de eigenaars niet kan beantwoord worden.

Het monument nu aan onze linkerzijde latende, vervolgen we onze wandeling rechtuit, en komen weldra uit op eer. acht meter breeden zandweg.

Hier plaatste de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer een bank. Het is namelijk een publieke weg, de Breukelerweg, die door een gedeelte van Hoekelum heen loopt, 't Is de prachtigste boschweg hier ver in den omtrek, maar wij gaan hem nu dwars over, om hem voor een volgende wandeling tot doel te kiezen.

Wij verlieten den Wassenaerskamp om nu de recht over ons liggende zeer breede beukenlaan van den

Balverenskamp in te gaan.

De Balverenskamp is een vrij groot dennenbosch, in alle richtingen van zeer breede beukenlanen door-