Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/46

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
25
DE GINKELSCHE WEG, DE TELEFOONWEG, DE BUURTHEI.

de plaats komen waar de weg weer linksom loopt en een lange beukenlaan begint[1].

Van het hooge punt af werd de weg reeds veel beter en hij blijft dit ook verderop.

't Is een mooie laan die we nu volgen, een aangename, licht beschaduwde wandeling tusschen jonge dennenbosschen. Na een goed eindweegs bereiken we een bank. Daar zien we een laan links en een andere rechts. Des verkiezende kan men dien aan de linkerzijde ingaan; men komt dan na een poos op een vrij breeden rijweg, die evenwijdig met den spoorweg (deze ligt hier in eene diepe uitgraving) loopt; dan rechtsaf gaande bereikt men spoedig het wachtershuisje. Deze weg is iets langer en minder beschaduwd dan wanneer men, gelijk wij nu willen doen, den Ginkelschen weg rechtuit blijft gaan[2].

  1. Wil men de wandeling bekorten, dan kan men een smal boschpad ingaan, 't welk men ter rechterzijde ziet, even voor dat men aan de bocht komt. Wandelt men dit af, heel aan het einde een weinig rechts tusschen het hout doorgaande, dan komt men op de hei uit, dicht bij den telefoonweg. Men komt op dien weg, linksaf langs het bosch er recht op af gaande, of in schuine richting het voetpad volgende. Daar slaat men dan rechtsom, snijdt na een poos den straks opgewandelden Ginkelschen weg, en blijft rechtuit gaan, tot men aan den toren de richting herkent die men naar het dorp te volgen heeft.
  2. Ook hier kan men deze wandeling, en wel op tweeërlei wijzen bekorten, door de laan ter rechterzijde in te slaan. Een geregeld voetpad is er niet, maar dat levert toch geen wezenlijk bezwaar op. Een heel eind, tot op het hoogste punt, blijft dit een breede laan. Verder houden de boomen ter weerszijden op. Rechtuit gaande komt men ook hier op den Telefoonweg uit. Om een mooi vergezicht te hebben slaat men dan linksom en komt men spoedig aan een hoek. Even den hoek om staat een bank en van dit punt heeft men een zeer uitgestrekt panorama vóór zich.
    Men kan ook, die zijlaan volgende, tot daar waar de boomen eindigen,