Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/50

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

VI. SELTERSKAMP EN DE PEMBROEKBANK.

 

Tegenover de villa Rante mas gaan we van den grintweg af, den achterweg voorbij, en een weinig verder, rechtsaf, den in schuine richting van den breeden weg afwijkenden harden weg op.

Dit is een weg, die aan het landgoed Selterskamp behoort, waarvan wij, den hoek omslaande, het witte landhuis recht vóór ons zien.

De vriendelijke eigenaar, die daar met zijne vrouw de drie of vier zomermaanden doorbrengt, staat de vrije wandeling overal toe, en men kan er dus wandelen naar hartelust in oudere of jongere bosschen, langs breede en smallere wegen, in de zon en in de schaduw, ver weg en dichter bij, al naar men wil.

Selterskamp maakt, met den Prinsenkamp, één geheel uit, dit laatste eigendom zijnde van den heer, het eerste van Mevrouw Van Pembroek, te Utrecht; het heeft een gezamenlijke uitgestrektheid van ongeveer 78 Hectaren.

In uitgestrektheid doet het dus voor Hoekelum niet veel onder, maar het heeft een heel ander karakter, het heeft toch niet die gebogen, breede wegen, die het tot een park maken; de meeste wegen zijn recht en het geheel heeft meer het voorkomen eener exploitatie, waarin echter ook geen gebrek is aan zeer fraaie, door de bosschen kronkelende wegen en mooie boschpartijen.

Na den hoofdingang ingegaan te zijn, slaan we on-