Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/74

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

IX. DE SCHIETPLAATS.

 

Wanneer men met den stoomtram van Bennekom naar Wageningen rijdt, en men is, even voorbij den tol, op den achterweg gekomen, ziet men, ter linkerzijde van den weg, wat hooger dan de nieuwe begraafplaats van Wageningen, tegen de bergglooiing een poortje. Het is de ingang van de schietbaan, van waar men een ver uitgestrekt gezicht heeft over de geheele Westelijke streek.

Men zou dit van beneden af niet zeggen, maar is men daar, dan blijkt dat men er veel hooger staat, dan men had verwacht.

't Is een mooie wandeling, in den zomer vooral in den laten namiddag.

Om er te komen[1], gaan we bij het hôtel den Arnhemschen weg op, tot voorbij de villa Erica. Daar gaan we rechtsaf, tot we aan het tweede huis rechts zijn gekomen. Daar tegenover, ter linkerzijde staat ook een huis, en eenige schreden verder zien we een eenigszins verhoogd zandpad tusschen akkermaalshout en een roggeveld. Dit pad loopt recht op den achteringang van Zuider-Eng toe. Dáár staan we op den Ginkelschen weg in de richting naar Wageningen; links af komt die bij het Groenewoud en den Hullenberg uit.

  1. Voor het eerste gedeelte volge men het kaartje Selterskamp enz., tot aan het Papenpad. Voor het tweede gedeelte het overzichtskaartje.