Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/76

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
51
DE SCHIETPLAATS.

vervolgen dien op een hoog bosch af, dat we op niet verren afstand recht vóór ons zien.

Zoolang de nu nog jonge Berken ter rechterzijde het veroorloven, heeft men daarover heen een uitgestrekt vergezicht; maar lang zal dit niet meer duren, daar men er nu, en wel op een enkele plaats, nog maar juist over heen kan zien. Maar dit komt er trouwens weinig op aan, de verrassing zal na eenige minuten des te grooter zijn.

Bij het hooge dennenbosch gekomen, gaan we niet verder rechtuit, maar rechts af, en, goed oplettende, zien we dan spoedig aan onze linkerhand, een weinig van den weg af en wat hooger dan deze, weder een bank staan.

Van deze bank heeft men, over de velden heen, een mooi gezicht in de richting naar het dorp, maar wat verder op, bij de schietbaan, vooral van de hoogte bij het poortje af, is dit, vooral in Zuidelijke richting, veel uitgestrekter. Men ziet hier toch op Wageningen en een deel van den Wageningschen Berg, en overziet verder de geheele Westelijke streek tot Bennekom.

Recht vóór ons uit maakt daar het pas gebouwde wacht- of lijkenhuis aan den ingang van de begraafplaats een niet onaardig effect.

We gaan dien breeden zandweg verder af tot aan de begraafplaats, blijven daar een oogenblik staan om van gedachten te wisselen over het minder of meer karakteristieke van het daar in Egyptischen stijl opgetrokken gebouw, en slaan dan links af in de richting van den grooten weg.

Dwars over den tramweg gaande, komen we spoedig op den grintweg; gaan we echter reeds op den tramweg rechts af en houden we dien, dan komt dit op hetzelfde