Pagina:WitteHeinrich DriekleurigeViooltje1875.djvu/167

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
149
EEN HOOFDSTUK ALS TOEGIFT.

Deze plant, die voornamelijk in onze duinstreken menigvuldig in 't wild groeiend wordt gevonden, heeft in haren natuurlijken toestand een dunnen, houtachtigen wortel, die niet alleen voor het gebruik volkomen ongeschikt is, maar daartoe zelfs in geenen deele uitlokt. Alleen tengevolge der cultuur is die geworden, zooals wij hem nu in de tuinen kennen; maar even waar is het dat, als men zaden van gekweekte Peen in de vrije natuur uitzaait, en die planten verder aan haar lot overlaat, ze na weinige geslachten weder volmaakt met de oorspronkelijke zullen overeenkomen.

Dergelijke voorbeelden zijn verre van zeldzaam, en onder onze voedingsgewassen kan men er een aantal aanwijzen.

Bij de ééne plant nu zal die invloed der domesticiteit zich openbaren in den wortel, bij de andere in den stengel, de bladeren, de bloemen of de vruchten; dit hangt geheel van de natuur der planten zelve af, en de kweeker richt er dan zijn kweekwijze naar in, om die veranderlijkheid zooveel mogelijk te zijnen voordeele in de hand te werken.

Het is een verleidelijk onderwerp, waartoe ik daar