Pagina:WitteHeinrich DriekleurigeViooltje1875.djvu/169

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
151
EEN HOOFDSTUK ALS TOEGIFT.

ons Viooltje, sterk tot verandering, onverschillig in welke richting, geneigd zijn, dan wordt daardoor zijn taak wel is waar lichter, maar dán ook heeft hij, wil hij steeds aan den smaak van kieskeurige liefhebbers voldoen, steeds te waken, dat die bloemen geen vormen of kleuren aannemen, die niet gewenscht zijn; dán moet hij zooveel mogelijk de in trek zijnde rassen zuiver trachten te bewaren, en juist dit vereischt meestal een nog veel grootere opmerkzaamheid.

Aan de bloemen van sommige, langs dezen kunstmatigen weg verkregen, zeer geliefde rassen worden namelijk, door de nauwgezette kweekers of liefhebbers, bepaalde eischen gesteld, en zij, die zich hoofdzakelijk met de cultuur daarvan bezighouden, zien dan ook met de meeste nauwgezetheid toe, dat geen plant bij hen binnensluipe, die maar eenigszins van deze wettelijke bepalingen afwijkt. Niet zeiden werden, om die reden, de fraaiste bloemen meedoogenloos verworpen, wijl de bloembladeren te wijd vanéén of te dicht bij elkander stonden, de meeldraden te kort of te lang waren, de bloem te veel opgericht was of omgekeerd, enz.; en, al is het ook waar, dat men van die middeleeuwsche dwaasheid reeds ge-