Pagina:Witte 1888 Wilde rozen.djvu/226

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
 

EEN MOOIE PLANT MET EEN LEELIJKEN NAAM.

 

 

 
a, maar dat is alweer een Latijnsche naam, dien kan ik toch niet onthouden. Is het dan bepaald noodig om ons, die van Latijn niets afweten, alle illusie te ontnemen, door, wanneer we den naam van een fraaie plant vragen, altijd met zoo'n barbaarsch woord voor den dag te komen? —

Dit werd mij dezer dagen gevraagd door een dame, die Flora's kinderen hartelijk lief heeft, zonder er echter eenige kennis van te bezitten.

— Noodig? Ja en neen. 't Is al naar U 't wil nemen. In zeer veel gevallen hebben de planten geen Hollandsche namen, en in veel andere klinken deze zoo onplezierig, dat ze nog veel meer geschikt zijn Uwe illusie te bederven dan de Latijnsche .... althans voor zoover U de beteekenis dezer laatsten niet begrijpt, haastte ik mij er bij te voegen.

— Dit pleit dan niet bijzonder voor den goeden smaak der heeren botanisten.