Pagina:Witte 1888 Wilde rozen.djvu/227

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
211
EEN MOOIE PLANT MET EEN LEELIJKEN NAAM.

— Met Uw verlof, daar hebben dezen geen schuld aan. De Hollandsche namen zijn in den regel volksnamen, en de kruidkundigen laten zich er alleen in zooverre aan gelegen liggen, als de noodzakelijkheid om ze te vermelden dit somtijds vordert. Eigendunkelijk veranderen kunnen zij ze niet; ook geven ze er weinig om, daar ze er rechtstreeks niet mee te maken hebben.

— Goed, maar ik ben nu nog even wijs, want die Latijnsche naam ben ik alweer kwijt en de Hollandsche. ....

— Kom even mee, dan zal ik u nog een andere mooie plant laten zien.

— Heel graag, maar U praat er overheen. Ik geloof haast dat U den Hollandschen naam zelf niet weet.

Dit laatste werd met een ondeugend lachje gezegd; zoo'n lachje dat ..... enfin, Lezer, ge begrijpt me wel; laat ik maar zeggen: dat uitdagend is.

— Nog eens, die naam is veel te leelijk. Scabiosa mag hetzelfde wezen, maar dat klinkt ten minste niet slecht.

— 't Doet er niet toe, in elk geval kan ik een Hollandsch woord gemakkelijker onthouden.

— Welnu, ge wilt het, onthoud dan maar goed dat de naam van die plant is..... „Schurftkruid."

Aan 't optrekken van het neusje kon ik heel goed zien dat ik mijn proces gewonnen had, en ik niet verder om Hollandsche namen zou lastig gevallen worden.

Ik zeg lastig gevallen, want in den regel heb ik er een hekel aan, wijl ze over 't algemeen wanluidend, niet zelden zelfs plat zijn.

— Mooi is die naam zeker niet.

Hier bleef het bij.