Pagina:Witte 1888 Wilde rozen.djvu/259

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
243
PLANTENBESCHERMING.

van planten? Juist. Nadat ik het stuk gelezen heb, meer nog dan van morgen.

— Ik ga slapen.

— Goed, ga je gang. Ik zal je dan in slaap lezen. En zij begon:

„De Vereeniging tot bescherming van planten, te Genève, heeft, blijkens het laatst verschenen Bulletin aanvankelijk veel succes.

Alvorens daaromtrent in bijzonderheden te treden, is het misschien goed even te herhalen wat tot die Vereeniging aanleiding gaf.

Ze werd gevestigd te Genève, in Januari 1888, en wel met het bepaalde doel om de voornamelijk in de Zwitsersche hooggebergten groeiende planten in bescherming te nemen tegen de echt vandalistische wijze, waarop die, zoo het heet in 't belang van den handel, geplunderd werden.

In het belang van den handel echter niet alleen.

Inderdaad is het een laakbare gewoonte van vele touristen om allerlei plantjes, die hun opmerkzaamheid trekken, uit den grond te rukken; soms geheel doelloos, veelal ook om ze mee naar huis te nemen als souvenir, waar ze dan natuurliijk verdroogd aankomen, of, zelfs al hield men ze vochtig en in 't leven, toch spoedig sterven.[1]

Ook niet weinig kruidkundigen hebben de laakbare gewoonte, als ze ergens een zeldzame plant aantreffen, er alles van mee te nemen wat ze vinden, ten einde die met wortel en al te drogen en er later ook anderen van te voorzien. Die zeldzame vindplaats wordt er dan bij vermeld. Een volgend jaar

  1. Met betrekking tot de Edelweiss werd hiervan reeds vroeger, op bladz. 55, melding gemaakt.