Petrus Herman Scheltema/Zonder titel/7

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wij zagen geen bezwaar [...]
Auteur(s) Red.
Datum Zaterdag 28 juli 1906
Titel ‘Wij zagen geen bezwaar in de plaatsing van bovenstaand stukje [...]’
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 41, 30, 237
Opmerkingen Naschrift van J. Steffens Jr. (28 juli 1906) ‘Prijsvraag gemeentehuis Zeist’, De Opmerker, 41e jaargang, nummer 30, pp. 236-237.
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron [1]
Auteursrecht Publiek domein

      Wij zagen geen bezwaar in de plaatsing van bovenstaand stukje, maar achten ons toch verplicht er het volgende aan toe te voegen.
      Wanneer de geachte inzender ons naschrijft bij het rapport der commissie nog eens overleest, twijfelen wij niet of hij zal tot het inzicht komen, dat de lof, die wij aan de jury meenden te moeten toebrengen, niet betreft het door haar uitgesproken oordeel over de ingezonden plannen, die wij nog niet gezien hebben, maar haar optreden tegenover de commissie.
      Het is zeer gemakkelijk de Jury van partijdigheid te beschuldigen, doch een dergelijke zeer ernstige beschuldiging, moet o.i. op redelijker gronden berusten, dat op de bloote veronderstelling, dat een ontwerper door een der juryleden in zijn werk zou zijn herkend.
      Dit gebeurt immers bij elke prijsvraag en is ongetwijfeld ook bij doe voor het Vredespaleis zoo geweest met verscheidene inzendingen.
      De pertinente verklaring van de Jury is o.i. vrij wat zakelijker dan de algemeenheden, waarmede de minderheid der Commissie schermde, om te trachten de geheele zaak te doen mislukken.
      Het is nog de vraag of de Raad en de Gemeente Zeist er dan niet erger waren ingeloopen dan nu en een tweede vraag is, of, wanneer zij er dan ingeloopen zijn, de jury daarvan, ook maar indirect, een verwijt mag worden gemaakt.
      Als het Gemeentebestuur van Zeist narigheid beleeft aan zijn raadhuisbouw, dan heeft het dit zichzelf te wijten. Het voet-bij-stuk houden van de Jury heeft dat bestuur behoed voor het maken van een droevige figuur, iets waartoe groote kans bestond bij den oorspronkelijk onzuiveren opzet van de geheele zaak.

RED.