Plantenschat/104

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
103 Plantenschat van F.J. van Uildriks en Vitus Bruinsma

104

105


[219]

Reigersbek—Erodium cicutarium.

Het loont erg de moeite, die men er zich voor geeft, als men onze beide geslachten van de familie der Geraniaceeën, Geranium of Ooievaarsbek en Erodium of Reigersbek, nauwkeurig bestudeert en ze goed uit elkander leert houden, want in onze landbouwstreken (en welk hoekje van ons vaderland laat zich daar niet toe brengen!) komen ze alle algemeen voor en daarbij zijn het allerfraaiste, van kleur en vorm bekoorlijke bloemetjes. Het karmozijnrood van onze Erodium flatteert niet weinig het grasveld of den donkeren rand der akkers en de rijk bebladerde stengel met gevinde bladen, wier blaadjes zittend zijn en vinspletig, dragen de uit de oksels oprijzende bloemstelen met de schermen, wier bloemenaantal tusschen vier en negen wisselt.

Stengel en bloemstelen zijn bij Erodium cicutarium, met afstaande klierdragende haren bezet, die echter op ons prentje niet duidelijk zijn. Ook het vijfslippige kelkje is behaard, en mocht ge op twee van de vijf kroonblaadjes een zwarte vlek als honigmerk ontmoeten, dan hebt ge met de varieteit pimpinellifolium te doen. In het bloempje zijn verder aardig te zien de vijf vruchtbare vóór de kelkbladeren en de vijf onvruchtbare vóór de kroonbladeren gezeten meeldraden, en bij het determineeren wordt van u gevergd dat ge er op zult letten, of de vijf van helmknoppen voorziene meeldraden al of niet met een tandje zijn gewapend, want zoo dat wèl het geval is, hebt ge de soort Erodium moschatum vóór u.

De naam heeft het plantje natuurlijk van de allermerkwaardigste vruchtjes. Zie hoe het steeltje zich als een lange hals terugbuigt en hoe de snavel volkomen die van den steltlooper gelijkt. Die snavel bestaat uit de vijf stijlen van de deelen van 't vruchtbeginsel en een centraal zuiltje, dat op een gegeven oogenblik door die stijlen van onderen wordt losgelaten, waarbij de vijf kluisjes worden opgeheven en naar buiten springen. Dan windt ieder der stijltjes zich sierlijk als een kurketrekker, rukt zich ook van boven los en boort zich, ter aarde gevallen, met het vruchtkluisje vooruit gemakkelijk in den grond. Vooral ook de beharing der vruchtjes werkt daartoe mee en de bewegelijkheid van den gedraaiden sterk hygroscopischen snavel.

Plantenschat 1898-paginadecoratie 16.png


[218]

Mei tot October.

Plantenschat1898 218 104 Reigersbek.—Erodium cicutarium.jpg


Reigersbek.—Erodium cicutarium.
Fam. Ooievaarsbekken, Geraniaceeën.

 

H. 281.