Plantenschat/50

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
49 Plantenschat van F.J. van Uildriks en Vitus Bruinsma

50

51


[111]

Hoornbloem.—Cerastium triviale.

Het is een heele toer al die kleine witte bloempjes uit elkander te leeren houden, de vele Stellaria's met meer of minder diep ingesneden kroonbladeren, dan de Spurriebloempjes en nu weer deze Cerastium, die ge stellig een paar keeren aan den weg voorbij zult loopen in 't idee, dat ge met een Sterremuur te doen hadt.

Hebt ge echter 't geluk, een uitgebloeid of ook maar een rijpend vruchtje te treffen, dan kan terstond de twijfel wijken. Die geven, zooals zij daar ver buiten het kelkje uitsteken, en zooals ze mooi droogvliezig bijna doorschijnend met hun tien tandjes openspringen, om de vele ronde zaadjes vrij te laten uitgaan, het eigenaardig karakter aan dit plantje. De kelk zelf, die ook nog het leege vruchtje draagt, is zacht behaard en elk der vijf blaadjes is gevat in een keurig mooi wit vliezig randje, niet scherp op de punt, zooals bij naaste verwanten van deze Cerastium triviale. Als hij nog de bloem draagt, komt die niet of maar even boven hem uit, wat deze soort onderscheidt van Cerastium arvense. Deze laatste species der hoornbloemen is met onze triviale de eenige van de zes Cerastiums, die overblijvend is.

Een bijzonderheid bij deze bloem met haar tot op de helft gespleten witte kroonblaadjes en haar tien meeldraden, die ook wel eens in geringer aantal voorkomen en aan wier voet honig afgescheiden wordt, is de stand der vijf stijlen, niet zooals men zou verwachten, tegenover de kroon-, maar tegenover de kelkbladen. Een droogvliezig randje als bij de kelk-, komt ook voor bij de schutblaadjes, die een bescheiden plaatsje innemen onder de meer of minder regelmatige, dichtere of lossere bijschermen.

De stengel en de tegenoverstaande langwerpige eironde bladen, zijn alle dicht en zacht behaard, een hulpmiddel, waardoor ge ook bij oppervlakkig beschouwen dit bloempje kunt onderscheiden van de er zooveel op gelijkende Stellaria media met de grootere, meer ronde ook iets lichter groene blaadjes. De buiging van den bloemsteel naar beneden tegen 't rijpen der vrucht, waarna hij zich weer opheft, als 't rijpingsproces is afgeloopen, komt hier ook voor, hoewel niet zoo geprononceerd als bij de spurrie.



[110]

Mei tot Augustus.


Plantenschat1898 110 50 Gewone hoornbloem.—Cerastium triviale.jpg


Gewone hoornbloem.—Cerastium triviale.
Fam. Muurachtigen, Caryophylleeën.


H. 220.