Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie >

Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap[bewerken]

De Hoge Verdragsluitende Partijen:

overwegende dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 76 van het Verdrag, de Gemeenschap op de grondgebieden van de deelnemende Staten de immuniteiten en voorrechten geniet, welke nodig zijn voor de vervulling van haar taak overeenkomstig de bepalingen van een bijgevoegd Protocol,

zijn omtrent het volgende overeengekomen:

EERSTE HOOFDSTUK
eigendommen, fondsen en bezittingen
[bewerken]

Artikel 1

De gebouwen en terreinen van de Gemeenschap zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening. De eigendommen en bezittingen van de Gemeenschap kunnen zonder toestemming van het Hof niet getroffen worden door enige dwangmaatregel van administratieve of gerechtelijke aard.

Artikel 2

Het archief van de Gemeenschap is onschendbaar.

Artikel 3

De Gemeenschap kan alle soorten deviezen en rekeningen in iedere geldsoort aanhouden.

Artikel 4

De Gemeenschap, haar bezittingen, inkomen en andere eigendommen zijn vrijgesteld van:

a) alle directe belastingen; de Gemeenschap zal evenwel geen aanspraak maken op vrijstelling van belastingen heffingen en rechten, die niet anders zijn dan eenvoudige vergoedingen voor diensten van openbaar nut;
b) alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot artikelen, die de Gemeenschap voor officieel gebruik nodig heeft; de aldus vrij ingevoerde goederen mogen in het land, waarin zij zijn ingevoerd, niet worden verkocht, tenzij op voorwaarden, waaromtrent met de Regering van dat land overeenstemming is bereikt;
c) alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en beperkingen met betrekking tot haar publicaties.

TWEEDE HOOFDSTUK
mededelingen en laissez-passer
[bewerken]

Artikel 5

De instellingen van de Gemeenschap genieten op het grondgebied van iedere deelnemende Staat voor haar officiële mededelingen die behandeling, welke door deze Staat aan diplomatieke missies wordt toegestaan.

De officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de instellingen van de Gemeenschap zijn niet aan censuur onderworpen.

Artikel 6

De Voorzitter van de Hoge Autoriteit voorziet de leden van de Hoge Autoriteit en de hogere functionarissen van de instellingen van de Gemeenschap van laissez-passer. Deze laissez-passer worden door de autoriteiten van de deelnemende Staten erkend als geldige reispapieren.

DERDE HOOFDSTUK
leden van de Vergadering
[bewerken]

Artikel 7

De vrijheid van beweging van de leden van de Vergadering, die zich naar de plaats van bijeenkomst dor Vergadering begeven of daarvan terugkomen, wordt op geen enkele wijze beperkt door voorschriften van administratieve of andere aard.

Aan de leden van de Vergadering worden, wat betreft douane- en deviezencontrôle, toegekend:

a) door hun eigen Regering dezelfde faciliteiten, als zijn toegekend aan hoge ambtenaren, die zich, belast met een tijdelijke officiële zending, naar het buitenland begeven;
b) door de Regeringen van andere deelnemende Staten dezelfde faciliteiten, als zijn toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse Regeringen, belast met een tijdelijke officiële zending.

Artikel 8

Die leden van de Vergadering kunnen niet worden onderworpen aan opsporing, gevangenhouding of vervolging wegens hetgeen zij in de uitoefening van hun ambt hebben gezegd of op grond van de stem, die zij als zodanig hebben uitgebracht.

Artikel 9

Tijdens de zittingduur van de Vergadering genieten de leden:

a) op hun eigen grondgebied de immuniteiten, welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;
b) op het grondgebied van elke andere deelnemende Staat, vrijstelling van gevangenhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats van de bijeenkomst van de Vergadering begeven of daarvan terugkeren. Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen, dat de Vergadering het recht uitoefent de immuniteit van een harer leden op te heffen.

VIERDE HOOFDSTUK
vertegenwoordigers in de Raad
[bewerken]

Artikel 10

De naar de Raad afgevaardigde vertegenwoordigers en de hen officieel begeleidende personen genieten gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst de gebruikelijke voorrechten en immuniteiten.

VIJFDE HOOFDSTUK
leden van de Hoge Autoreiteit en functionarissen van de instellingen der Gemeenschap
[bewerken]

Artikel 11

De leden van de Hoge Autoriteit en de functionarissen van de Gemeenschap zijn op het grondgebied van iedere deelnemende Staat en welke nationaliteit zij ook bezitten,

a) behoudens het bepaalde in de tweede alinea van artikel 40 van het Verdrag, vrijgesteld van rechtsvervolging wegens hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven; zij blijven tegen dergelijke rechtsvervolgingen gevrijwaard nadat zij hun ambt hebben neergelegd;
b) vrijgesteld van alle belastingen op hun salarissen en emolumenten, door de Gemeenschap uitbetaald;
c) tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke verwanten vrijgesteld van immigratiebeperkingen en vreemdelingenregistratie;
d) gerechtigd om de eerste maal dat zij hun post bezetten in het desbetreffende land hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik vrij van rechten in te voeren en bij het neerleggen van hun ambt deze vrij van rechten weder uit te voeren naar het land, waar zij domicilie hebben.

Artikel 12

De voorzitter van de Hoge Autoriteit bepaalt op welke categorieën van functionarissen de bepalingen van dit hoofdstuk geheel of ten dele van toepassing zijn. Hij onderwerpt een lijst van deze categorieën aan het oordeel van de Raad en brengt deze daarna ter kennis van alle deelnemende Staten. De namen van de functionarissen van elke categorie worden met regelmatige tussenpozen aan de Regeringen van de deelnemende Staten bekend gemaakt.

Artikel 13

De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de leden van de Hoge Autoriteit en aan de functionarissen van de instellingen uitsluitend in het belang van de Gemeenschap verleend.

De voorzitter van de Hoge Autoriteit is gehouden de aan een functionaris verleende immuniteit op te heffen in alle gevallen, waarin zulks naar zijn mening niet strijdig is met de belangen van de Gemeenschap.

ZESDE HOOFDSTUK
algemene bepalingen
[bewerken]

Artikel 14

De Hoge Autoriteit kan met één of meerdere deelnemende Staten aanvullende overeenkomsten sluiten ter nadere regeling van het bepaalde in dit Protocol.

Artikel 15

De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten aan rechters, griffier en personeel van het Hof verleend, worden door diens Statuut geregeld.

Artikel 16

Alle geschillen, betrekking hebbende op de uitleg of de toepassing van dit Protocol, worden aan het oordeel van het Hof onderworpen.

Gedaan te Parijs, de achttiende April negentienhonderd een en vijftig.

Adenauer
Paul van Zeeland
J. Meurice
Schuman
Sforza
Jos Bech
Stikker

van den Brink