Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie Protocol betreffende de betrekkingen met de Raad van Europa >

Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie[bewerken]

De Hoge Verdragsluitende Partijen:

Wensend het Statuut van het Hof van Justitie, bedoeld bij artikel 45 van het Verdrag, vast te stellen,

zijn omtrent het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Het Hof van Justitie, ingesteld bij artikel 7 van het Verdrag, is samengesteld en oefent zijn functies uit overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag en van dit Statuut.

TITEL I
status van de rechters
[bewerken]

EED

Artikel 2

Iedere rechter moet, alvorens zijn ambt te aanvaarden, in openbare zitting de eed afleggen, dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en niets zal bekend maken van het geheim der beraadslagingen.

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

Artikel 3

De rechters zijn vrijgesteld van rechtsvervolging. Met betrekking tot hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven, blijven zij de immuniteit van rechtsvervolging genieten nadat zij hun ambt hebben neergelegd.

Het Hof kan, in voltallige zitting, de immuniteit opheffen.

In geval, nadat de immuniteit is opgeheven, een strafvervolging tegen een rechter wordt ingesteld, kan deze, in elk der deelnemende Staten, slechts berecht worden door de instantie welke bevoegd is tot berechting van de leden van de hoogste nationale rechterlijke colleges.

De rechters, van welke nationaliteit zij ook zijn, genieten bovendien op het grondgebied van elk der deelnemende Staten de voorrechten welke zijn opgesomd onder b, c en d van artikel 11 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap.

ONVERENIGBAARHEID

Artikel 4

De rechters mogen geen enkele politieke of administratieve functie uitoefenen.

Zij mogen geen enkele beroepswerkzaamheid al dan niet tegen vergoeding verrichten, tenzij van deze bepaling bij uitzondering afwijking is toegestaan door de Raad, beslissende met 2/3 meerderheid.

Zij mogen, noch direct, noch indirect, enig belang verwerven of behouden in ondernemingen kolen en staal betreffende tijdens de uitoefening van hun ambt en gedurende een tijdvak van drie jaren na het einde daarvan.

FINANCIËLE RECHTEN

Artikel 5

De salarissen, vergoedingen en pensioenen van de voorzitter en de rechters worden door de Raad vastgesteld op voorstel van de Commissie, bedoeld in het derde lid van artikel 78 van het Verdrag.

BEËINDIGING VAN DE AMBTSVERVULLING

Artikel 6

Behalve door periodieke vervanging eindigt de ambtsvervulling van een rechter door overlijden of ontslag.

In geval van ontslag van een rechter, moet de ontslagbrief gericht worden tot de voorzitter van het Hof ter doorzending aan de voorzitter van de Raad. Door laatstgenoemde kennisgeving valt de zetel open.

Behalve in de gevallen waarin artikel 7 wordt toegepast, blijft elke rechter zitting hebben, tot zijn opvolger in functie treedt.

Artikel 7

Geen rechter kan van zijn ambt worden ontheven, tenzij hij, naar het eenstemmig oordeel van de andere rechters heeft opgehouden aan de vereiste voorwaarden te voldoen.

De voorzitter van de Raad, de voorzitter van de Hoge Autoriteit en de voorzitter van de Vergadering worden hiervan door de griffier in kennis gesteld.

Door deze mededeling valt de zetel open.

Artikel 8

Een rechter, die benoemd is ter vervanging van een lid wiens ambtstermijn niet afgelopen is, blijft in functie voor de verdere duur van de ambtstermijn van zijn voorganger.

TITEL II
organisatie
[bewerken]

Artikel 9

De rechters, de advocaten-generaal en de griffier zijn verplicht verblijf te houden in de plaats waar het Hof is gevestigd.

Artikel 10

Het Hof wordt terzijde gestaan door twee advocatengeneraal en een griffier.

ADVOCATEN-GENERAAL

Artikel 11

Do advocaat-generaal heeft tot taak in het openbaar in volkomen onpartijdigheid on onafhankelijkheid, mondelinge en met redenen omklede conclusies over te leggen aangaande zaken, welke aan het Hof zijn voorgelegd, ten einde dit ter zijde te staan bij de vervulling van zijn taak, gelijk deze is omschreven in artikel 31 van het Verdrag.

Artikel 12

De advocaten-generaal worden voor zes jaren volgens de bepalingen geldende voor de benoeming van de rechters benoemd. Om de drie jaren heeft een gedeeltelijke vervanging plaats. De advocaat-generaal wiens aanstelling aan het einde van de eerste periode van drie jaar moet worden vernieuwd wordt door het lot aangewezen. De bepalingen van de derde en vierde alinea van artikel 32 van het Verdrag benevens die van artikel 6 van dit Statuut zijn van toepassing op de advocaten-generaal.

Artikel 13

De bepalingen van de artikelen 2 tot 5 en 8 zijn van toepassing op de advocaten-generaal.

De advocaten-generaal kunnen niet van hun ambt ontheven worden, tenzij zij hebben opgehouden aan de vereiste voorwaarden te voldoen. De beslissing hieromtrent wordt door de Raad eenstemmig genomen, nadat advies van het Hof is ingewonnen.

GRIFFIER

Artikel 14

De griffier wordt benoemd door het Hof, dat zijn status vaststelt, rekening houdend met de bepalingen van het hieronder vermelde artikel 15. Hij legt voor het Hof de eed af dat hij zijn functie zal uitoefenen in volkomen onpartijdigheid en geheel overeenkomstig zijn geweten en niets zal bekend maken van het geheim der beraadslagingen.

De bepalingen van de artikelen 11 en 13 van het Protocol nopens de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap zijn van toepassing op de griffier; de taak welke door genoemde artikelen wordt opgedragen aan de voorzitter van de Hoge Autoriteit wordt evenwel door de voorzitter van het Hof uitgeoefend.

Artikel 15

Het salaris, de vergoedingen en het pensioen van de griffier worden vastgesteld door de Raad op voorstel van de Commissie, bedoeld in het derde lid van artikel 78 van het Verdrag.

PERSONEEL VAN HET HOF

Artikel 16

Aan het Hof worden ambtenaren of beambten toegevoegd teneinde een goede gang van zaken te waarborgen. Zij ressortéren onder de griffier, onder gezag van de voorzitter. Hun status wordt door het Hof bepaald. Eén van hen wordt door het Hof aangewezen om ingeval van verhindering de griffier te vervangen.

Toegevoegde rapporteurs, die de nodige bewijzen van bekwaamheid kunnen overleggen, kunnen worden geroepen om, in geval dit nodig is en overeenkomstig de bepalingen welke in het reglement voor de procesvoering bedoeld bij artikel 44 worden vastgesteld, deel te nemen aan het onderzoek van de zaken welke bij het Hof aanhangig zijn gemaakt en om met de rechter-rapporteur samen te werken. Hun status wordt door de Raad op voorstel van het Hof vastgesteld. Zij worden door de Raad benoemd.

De bepalingen van de artikelen 11, 12 en 13 van het Protocol nopens de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschap zijn van toepassing op de ambtenaren en beambten van het Hof, alsmede op de toegevoegde rapporteurs; de taak welke door genoemde artikelen wordt opgedragen aan de voorzitter van de Hoge Autoriteit wordt evenwel door de voorzitter van het Hof uitgeoefend.

WERKWIJZE VAN HET HOF

Artikel 17

Het Hof is voortdurend in zitting. De duur van de rechterlijke vacanties wordt door het Hof, met inachtneming van de eisen van de dienst, vastgesteld.

SAMENSTELLING VAN HET HOF

Artikel 18

Het Hof houdt voltallig zitting. Het kan evenwel uit zijn midden twee kamers vormen, elk samengesteld uit drie rechters, teneinde hetzij bepaalde maatregelen van onderzoek te nemen, hetzij bepaalde groepen van zaken te berechten volgens de bepalingen van een tot dat doel door het Hof opgesteld reglement.

Het Hof kan slechts geldig zitting houden, indien een oneven aantal rechters aanwezig is. De beslissingen van het Hof in voltallige zitting zijn geldig, indien vijf rechters aanwezig zijn. De beslissingen van de kamers zijn slechts geldig, indien zij door drie rechters zijn genomen; in geval van verhindering van één der rechters, waaruit de kamer bestaat, kan een beroep gedaan worden op een rechter, die deel uitmaakt van de andere kamer, volgens de bepalingen welke bij het bovenbedoelde reglement worden vastgesteld.

Op een beroep, ingesteld door een Staat of door de Raad moet in elk geval in voltallige zitting uitspraak worden gedaan.

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 19

De rechters en de advocaten-generaal mogen niet deelnemen aan de berechting van enige zaak, waarin zij vroeger zijn opgetreden als gemachtigde, raadsman of advocaat van één van beide partijen, of waarover zij geroepen zijn geweest zich uit te spreken als lid van een rechtbank, van een commissie van onderzoek of in enige andere functie.

Indien om een bijzondere reden een rechter of een advocaat-generaal meent niet te kunnen deelnemen aan de berechting of het onderzoek van een bepaalde zaak, deelt hij dit aan de voorzitter mede. In geval de voorzitter meent, dat een rechter of een advocaat-generaal om een bijzondere reden over een bepaalde zaak niet. moet zitting nemen of concluderen, geeft hij de betrokkene hiervan kennis.

In geval van moeilijkheden nopens de toepassing van dit artikel, beslist het Hof.

Partijen kunnen zich noch op de nationaliteit van een rechter, noch op de afwezigheid uit het Hof of een van zijn kamers van een rechter van haar nationaliteit beroepen om een wijziging van de samenstelling van het Hof van een van zijn kamers te verzoeken.

TITEL III
procedure vertegenwoordiging en bijstand van partijen.
[bewerken]

Artikel 20

Staten zowel als instellingen van de Gemeenschap worden voor het Hof vertegenwoordigd door gemachtigden, die voor elke zaak worden benoemd; de gemachtigde kan worden bijgestaan door een bij de balie van een van de deelnemende Staten ingeschreven advocaat.

Ondernemingen en alle andere natuurlijke of rechtspersonen moeten worden bijgestaan door een advocaat, die is ingeschreven bij de balie van een der deelnemende Staten.

De gemachtigden en advocaten, die voor het Hof verschijnen, genieten de rechten en waarborgen, nodig voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies, volgens de bepalingen vastgesteld bij een door het Hof op te stellen en door de Raad goed te keuren reglement.

Met betrekking tot de advocaten, die voor het Hof optreden, bezit het Hof de bevoegdheden welke gewoonlijk op dit gebied aan hoven en rechtbanken worden toegekend, volgens de bepalingen welke worden vastgesteld bij hetzelfde reglement.

Hoogleraren, die onderdaan zijn van een der deelnemende Staten welker wetgeving hun het recht toekent te pleiten, genieten voor het Hof de rechten welke bij dit artikel aan advocaten worden toegekend.

PHASEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 21

De procedure voor het Hof bestaat uit twee phasen: de schriftelijke en de mondelinge procedure.

De schriftelijke procedure omvat het overleggen aan partijen en aan de instellingen van de Gemeenschap wier beslissingen in het geding zijn, van de verzoekschriften, memoriën, verdedigingen en opmerkingen en, eventueel, van de replieken alsmede van alle bewijsstukken ter ondersteuning daarvan of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften dezer stukken.

De overlegging geschiedt door tussenkomst van de griffier in de volgorde en binnen de termijnen, bepaald door het reglement voor de procesvoering.

De mondelinge procedure omvat de voorlezing van het rapport dat door de rechter-rapporteur is ingediend, alsmede het horen door het Hof van getuigen, deskundigen, gemachtigden en advocaten, en van de conclusies van de advocaat-generaal.

VERZOEKSCHRIFT

Artikel 22

Elke zaak wordt voor het Hof aanhangig gemaakt door middel van een tot de griffier gericht verzoekschrift. Het verzoekschrift moet inhouden een aanduiding van naam en woonplaats van de partij on de hoedanigheid van de ondertekenaar, het onderwerp van het geschil, de conclusies en een summiere uiteenzetting van de aangevoerde gronden.

Het moet, zo nodig, vergezeld gaan van de beslissing waarvan vernietiging wordt gevraagd, of, in geval van beroep tegen een stilzwijgende beslissing, van een bewijsstuk van de datum van indiening van het verzoek. Indien deze stukken niet bij het verzoekschrift zijn ingesloten, nodigt de griffier de betrokkene uit deze binnen een redelijke termijn over te leggen, zonder dat enig verval van rechtsvordering kan worden tegengeworpen indien het verzuim eerst hersteld wordt na het verloop van de voor het beroep gestelde termijn.

OVERDRACHT VAN STUKKEN

Artikel 23

Indien beroep wordt aangetekend tegen een beslissing welke is genomen door een van de instellingen van de Gemeenschap, is deze instelling gehouden het Hof alle stukken over te leggen welke op de zaak die voor het Hof is gebracht betrekking hebben.

MAATREGELEN VAN ONDERZOEK

Artikel 24

Het Hof kan partijen, haar vertegenwoordigers of gemachtigden, alsmede de Regeringen van de deelnemende Staten verzoeken alle bewijsstukken over te leggen en alle inlichtingen te verstrekken, welke het wenselijk acht. In geval dit geweigerd wordt, neemt het Hof hiervan akte.

Artikel 25

Te alle tijde is het Hof bevoegd een gerechtelijk of deskundig onderzoek op te dragen aan een of ander persoon, lichaam, bureau, commissie of orgaan te zijner keuze; te dien einde kan het Hof een lijst opstellen van personen of organisaties die als deskundigen worden erkend.

OPENBAARHEID DER ZITTINGEN

Artikel 26

De zitting is openbaar, tenzij het Hof om ernstige redenen anders beslist.

PROCES-VERBAAL

Artikel 27

Van iedere zitting wordt een proces-verbaal opgemaakt, getekend door de voorzitter en de griffier.

ZITTING

Artikel 28

De rol der zittingen wordt vastgesteld door de voorzitter.

Getuigen kunnen worden gehoord volgens de bepalingen van het reglement voor de procesvoering. Zij kunnen onder ede gehoord worden.

Eveneens kan het Hof in de loop van de debatten de deskundigen en de personen die belast zijn met een gerechtelijk onderzoek horen, alsook de partijen zelf, deze laatsten kunnen evenwel slechts pleiten door middel van haar vertegenwoordiger of advocaat.

Wanneer wordt bewezen, dat oen getuige of deskundige feiten waarover hij heeft getuigd of is gehoord door het Hof, verborgen gehouden of onjuist weergegeven heeft, is het Hof bevoegd deze tekortkoming ter kennis te brengen van de Minister van Justitie van de Staat waarvan de getuige of deskundige onderdaan is, teneinde op hem de strafmaatregelen te doen toepassen welke de nationale wet voor dat geval bepaalt.

Met betrekking tot niet verschenen getuigen geniet het Hof de bevoegdheden welke op dit gebied algemeen worden toegekend aan hoven en rechtbanken, volgens bepalingen welke worden vastgesteld bij een door het Hof opgesteld en door de Raad goedgekeurd reglement.

GEHEIM DER BERAADSLAGINGEN

Artikel 29

De beraadslagingen van het Hof zijn en blijven geheim.

VONNISSEN

Artikel 30

De vonnissen worden met redenen omkleed. Zij vermelden de namen van de rechters, die over de zaak hebben gezeten.

Artikel 31

De vonnissen worden getekend door de voorzitter, de de rechter-rapporteur en de griffier. Zij worden in openbare zitting voorgelezen.

KOSTEN

Artikel 32

Het Hof beslist over de kosten.

KORT GEDING

Artikel 33

De voorzitter van het Hof kan, volgens een summiere procedure, welke voorzover nodig afwijkt van sommige der bepalingen vervat in dit Statuut en welke wordt vastgesteld door het reglement voor de procesvoering, uitspraak doen op de conclusies, welke strekken ofwel ter verkrijging van de opschorting, bedoeld in de tweede alinea van artikel 39 van het Verdrag, ofwel tot toepassing van de voorlopige maatregelen krachtens de derde alinea van hetzelfde artikel, ofwel tot opschorting van de gedwongen tenuitvoerlegging overeenkomstig de derde alinea van artikel 92.

Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een andere rechter volgens de bepalingen van het in artikel 18 van dit Statuut bedoelde reglement.

De door de voorzitter of zijn plaatsvervanger gedane uitspraak heeft slechts een voorlopig karakter en loopt niet vooruit op de beslissing van het Hof, uitspraak doende in de hoofdzaak.

TUSSENKOMST

Artikel 34

Natuurlijke of rechtspersonen die kunnen bewijzen, dat zij belang hebben bij de oplossing van een geschil dat aan het Hof is voorgelegd, kunnen in het geding tussenkomen.

De conclusies van het verzoekschrift tot tussenkomst kunnen slechts ten doel hebben de conclusies van een der partijen te ondersteunen of te verwerpen.

VONNIS BIJ VERSTEK

Artikel 35

Wanneer bij een beroep in volle omvang, de gedaagde partij ofschoon regelmatig in het geding geroepen, nalaat schriftelijke conclusies in te dienen, wordt het vonnis tegen haar bij verstek gewezen. Het is vatbaar voor verzet binnen een maand na de betekening van het vonnis. Tenzij het Hof het tegendeel bepaalt, schort het verzet de tenuitvoerlegging van het bij verstek gewezen vonnis niet op.

VERZET DOOR DERDEN

Artikel 36

Natuurlijke of rechtspersonen, alsmede de instellingen van de Gemeenschap kunnen, in de gevallen en volgens de bepalingen welke worden vastgesteld bij het reglement voor de procesvoering, derden verzet aantekenen tegen de vonnissen gewezen in rechtsgedingen, waarin zij niet geroepen zijn geweest.

INTERPRETATIE

Artikel 37

Ingeval zich moeilijkheben voordoen over de betekenis en de draagwijdte van een vonnis, is het Hof bevoegd, op verzoek van een der partijen of van een instelling van de Gemeenschap die bewijst dat zij hierbij belang heeft, een uitlegging van het vonnis te geven.

HERZIENING

Artikel 38

Herziening van een vonnis kan alleen aan het Hof worden gevraagd op grond van de ontdekking van een feit dat een beslissende invloed zou kunnen uitoefenen en dat, voordat het vonnis werd uitgesproken, onbekend was aan het Hof en aan de partij, die de herziening vraagt.

De herzieningsprocedure begint met een uitspraak van het Hof, waarin uitdrukkelijk het bestaan van het nieuwe feit wordt vastgesteld, waarin wordt erkend, dat dit grond tot herziening oplevert en waarbij deswege de aanvrage ontvankelijk wordt verklaard.

Geen aanvrage tot herziening zal kunnen worden gedaan na verloop van een termijn van tien jaren na de dagtekening van het vonnis.

TERMIJNEN

Artikel 39

Het beroep bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het Verdrag moet geschieden binnen de in de laatste alinea van artikel 33 voorgeschreven termijn van een maand.

Het reglement voor de procesvoering stelt de termijnen voor uitstel vast.

Verval van instantie wegens het verstrijken van termijnen kan geenszins worden tegengeworpen wanneer de betrokkene het bestaan aantoont van toeval of overmacht.

VERJARING

Artikel 40

De vorderingen bedoeld in de eerste twee alinea's van artikel 40 van het Verdrag verjaren door het verloop van vijf jaren nadat het feit, waarop zij berusten, heeft plaats gehad. De verjaring wordt onderbroken, hetzij door het bij het Hof ingediende verzoekschrift, hetzij door het daaraan voorafgaande verzoek, dat de benadeelde kan richten tot de bevoegde instelling van de Gemeenschap. In het laatste geval moet het verzoekschrift worden ingediend binnen de termijn van een maand bedoeld in de laatste alinea van artikel 33; de bepalingen van de laatste alinea van artikel 35 zijn in voorkomend geval van toepassing.

BIJZONDERE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP GESCHILLEN TUSSEN DEELNEMENDE STATEN

Artikel 41

Wanneer een geschil tussen deelnemende Staten wordt voorgelegd aan het Hof krachtens artikel 89 van het Verdrag, worden de andere deelnemende Staten terstond door de griffier in kennis gesteld met het onderwerp van geschil.

Ieder van deze Staten heeft het recht in het geding tussen te komen.

De geschillen bedoeld in dit artikel moeten door het Hof in voltallige zitting worden berecht.

Artikel 42

Indien een Staat volgens de bepalingen van het voorgaande artikel tussenkomt in een zaak welke aan het Hof is voorgelegd, is hij gebonden door de uitleg welke in het vonnis gegeven wordt.

BEROEP VAN DERDEN

Artikel 43

De beschikkingen welke door de Hoge Autoriteit worden gegeven met toepassing van het tweede lid van artikel 63 van het Verdrag, moeten worden medegedeeld aan de koper, alsmede aan de betrokken ondernemingen; indien de beschikking betrekking heeft op alle of op een belangrijke groep van ondernemingen, kan de mededeling te hunnen aanzien worden vervangen door een openbare bekendmaking.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 36 van het Verdrag staat beroep open voor een ieder, aan wie een dwangsom is opgelegd krachtens de vierde alinea van het vijfde lid van artikel 66.

REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING

Artikel 44

Het Hof stelt zelf zijn reglement voor de procesvoering vast. Dit reglement bevat alle bepalingen welke nodig zijn voor de toepassing en, zo nodig, de aanvulling van dit Statuut.

OVERGANGSBEPALING

Artikel 45

De voorzitter van de Raad gaat, terstond na de eedaflegging, over tot de aanwijzing bij loting van de rechters en advocaten-generaal wier ambtstermijn aan het einde van de eerste periode van drie jaa r vernieuwd moet worden overeenkomstig artikel 32 van het Verdrag.


Gedaan te Parijs, de achttiende April negentienhonderd een en vijftig.

Adenauer
Paul van Zeeland
J. Meurice
Schuman
Sforza
Jos Bech
Stikker

van den Brink