Protocol betreffende de betrekkingen met de Raad van Europa

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie Protocol betreffende de betrekkingen met de Raad van Europa Briefwisseling tussen de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek betreffende het Saargebied >

Protocol betreffende de betrekkingen met de Raad van Europa

De Hoge Verdragsluitende Partijen:

Zich volkomen bewust van de noodzaak zo nauw mogelijke banden tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Raad van Europa, met name tussen de beide Vergaderingen, tot stand te brengen;

Kennis nemende van de aanbevelingen van de Vergadering van de Raad van Europa,

Zijn omtrent de navolgende bepalingen overeengekomen:

Artikel 1

De Regeringen der deelnemende Staten worden uitgenodigd aan hun onderscheidene Parlementen aan te bevelen, dat de leden van de Vergadering die zij moeten aanwijzen, bij voorkeur gekozen zullen worden uit de vertegenwoordigers in de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa.

Artikel 2

De Vergadering van de Gemeenschap biedt telkenjare de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa een verslag aan van haar werkzaamheden.

Artikel 3

De Hoge Autoriteit zendt telken jare het Comité van Ministers en de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa het algemeen verslag bedoeld in artikel 17 van het Verdrag toe.

Artikel 4

De Hoge Autoriteit stelt de Raad van Europa in kennis van het gevolg, dat zij heeft kunnen geven aan de aanbevelingen, welke haar door het Comité van Ministers van de Raad van Europa, op grond van artikel 15(b) van het Statuut van de Raad van Europa, gedaan mochten zijn.

Artikel 5

Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en zijn bijlagen zullen worden geregistreerd bij het Secretariaat-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 6

Overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de Raad van Europa kunnen onder andere voorzien in iedere andere vorm van wederzijdse bijstand en samenwerking van de beide organisaties en eventueel in de gepaste vorm van een en ander.

Gedaan te Parijs, de achttiende April negentienhonderd een en vijftig.

Adenauer
Paul van Zeeland
J. Meurice
Schuman
Sforza
Jos Bech
Stikker

van den Brink