Radiotoespraak Wilhelmina 25 december 1941

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Radiotoespraak Wilhelmina 25 December 1941 op Radio Oranje

Auteur Wilhelmina der Nederlanden
Genre(s) Radiotoespraak
Brontaal Nederlands
Datering 25 december 1941
Bron
Auteursrecht Publiek domein

Te midden van de onzekerheid, van den wereldnood, te midden van den strijd tegen de booze machten, klinkt de kerstboodschap door de wereld als het éénige bestendige, zekere in dezen voor ons zoo troosteloozen tijd. In dien nood en in die worsteling roept alles in den mensch om innerlijk houvast, roept alles in hem om God en grijpt hij naar God. Dan vindt hij geen ongenaakbaar God, die veraf is en hoog boven hem troont, doch God midden in het practische leven en in zijn persoonlijk leven; indalend in de diepte van zijn ellende en nood en dood. Die tot een ieder zegt eens en voor altijd:

„Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven".

Dit nu juist is het geheimenis en de heerlijkheid van het kerstevangelie. Dit is het eenige dat tegemoet kan komen aan den geestelijken honger van dezen tijd, want dit is waarlijk spijs.

Het kerstfeest sluit zich inderdaad aan aan de practische problemen van ons leven en aan onze beproevingen, omdat het vóór alles getuigt van Gods ontfermende en helpende liefde, getuigt van Zijn komst op aarde om ons te verlossen en ons vrij te maken van den booze. Naast verschillende berichten die mij bereiken omtrent uw stoffelijke nooden en uw prachtige weerstand, zijn er ook die getuigen van geeste­lijken groei; van de standvastigheid van uw geloof, van uw doelbewusten strijd tegen de boozen machten die zich overal en langs allerlei sluiksche wegen, schier onmerkbaar trachten in te dringen bij ons volk, die het met hun voosheid en verderf zouden willen vergiftigen en niets liever zouden willen dan het van zijn rein en zuiver geweten berooft werd. Berichten die spreken van uwe overtuiging dat Christus u geheel voor Zich opeischt op ieder terrein van het leven.

Van uw vast besluit Hem gehoorzaam te zijn, ook al beteekent dit voor u een kruis en vervolging; dit kruis op te nemen en achter Hem aan te dragen. Met millioenen, uw lot deelende volgelingen van onzen éénen Heer, on­verschillig tot welk ras of welk volk zij behooren, strijdt gij met Hem samen Zijn strijd, welke leidt tot één en hetzelfde doel: de vernietiging van onzen geestelijken vijand.

Want even noodzakelijk is deze overwinning als die over de strijdmacht van onzen tegenstander, wil een betere toekomst voor ons dagen waaraan wij den eisch stellen vrij en onbelemmerd God te kunnen dienen naar de inspraak van ons geweten. Het is niet de eerste keer dat Hij van ons vraagt, vóór alles en boven alles, Hem en ons geweten te gehoorzamen; eeuwen geleden gaf dit ons in ons dagelijksche leven den Bijbel terug, en opnieuw den onbelemmerden toegang tot onzen Hemelschen Hoogepriester zonder bemiddeling van wie dan ook.

De tijd is niet ver meer, waarin wij de vruchten zullen kunnen zien welke de jongste beproeving en loutering van uw geloof en van uw leven voor u hebben afgeworpen. Want van begeerte naar loutering spreken tevens ook de door mij ge­noemde berichten.

Wie heeft niet zelf ondervonden, hoe vaak men in de practijk van het leven onzen Heiland verloochent en verlaat en door een andere levens­houding aan te nemen, zich de blijdschap die het geestelijk leven ons brengt, verwoest heeft? Van heeler harte tracht ik in ootmoed u langs dien louteringsweg te volgen, die voert langs steile, moeitevolle en gevaarlijke paden tot de hooge lichtende bergtoppen van uw geloof. Wij weten ons daarheen geleid door één en denzelfden Gids: den Heer van ons kerstfeest.

Het lijkt een schrille tegenstelling op dit kerstfeest te spreken van de boodschap van de groote blijdschap, die er onafscheidelijk aan verbon­den is; maar wie door de diepte heengegaan is, voor dien is boven de donkere schaduwen van het dal, de ster van Bethlehem opgegaan, die heeft juist daar die groote blijdschap gevonden. Gij, die het voorrecht hebt te midden van het eigen volk te verkeeren, draagt met groote en diepe overtuiging de boodschap van die groote blijdschap uit!