Radiotoespraak Wilhelmina 30 juli 1941

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Radiotoespraak Wilhelmina 30 Juli 1941 op Radio Oranje

Auteur Wilhelmina der Nederlanden
Genre(s) Radiotoespraak
Brontaal Nederlands
Datering 30 juli 1941
Bron
Auteursrecht Publiek domein

Landgenooten in alle deelen des Rijks en Nederlandsche luisteraars daarbuiten!

Terwijl de grootste slag die sedert menschenheugenis geleverd is, in schier ononderbroken hevigheid woedt in het Oosten van ons wereld­deel, komen berichten tot ons van verwikkelingen, dreigend oorlogs­gevaar in de onmiddellijke nabijheid van Nederlandsch-Indië. Meer dan ooit gaan thans mijne gedachten als draagsters van goede wenschen uit naar u allen, inwoners van grooter Nederland onder de keerkringen. In voortdurende gedachtenwisseling en nauwe samenwerking met de Britsche en Amerikaansche regeering volgen ik en mijn raadslieden de ontwikkeling der gebeurtenissen. Van de Nederlandsche regeering waren nooit agressieve maatregelen te vreezen, maar zij is en blijft vast­besloten ten strijde te gaan indien ons gebied gewapenderhand zou worden bedreigd en het is buiten allen twijfel, dat wij, als in verband met de aardrijkskundige ligging van Nederlandsch-Indië de omstandig­heden daartoe zouden nopen, in bondgenootschappelijk verband den op­gedrongen strijd zullen aanvaarden.

In deze dagen van spanning is het, meer nog dan anders, voor mij een grond van vertrouwen het beleid van zaken in handen te weten van den persoon van den Gouverneur-Generaal, den flinken en kordaten geest waar te nemen van alle groepen der bevolking en de manhaftigheid en paraatheid te vernemen van de zich uitbreidende zee- en land- en luchtmacht. Al staat Nederlandsch-Indië thans op den voorgrond, ik vergeet geens­zins de deelen van ons Rijk op het Westelijk halfrond, gelegen binnen een gebied waarin eveneens de oorlogsfakkel zijn verschrikking kan brengen. Ik weet, dat op de offervaardigheid hunner bevolking, hunner overheid en op die der weermacht te land en ter zee nimmer tevergeefs een beroep zal worden gedaan. Met vreugde en groote voldoening — dit zeg ik in het bijzonder tot al mijne landgenooten in het Vaderland — heb ik den weerklank gehoord welke, om mij tot Europa te bepalen, van Noorwegen tot Griekenland het denkbeeld van de V, het symbool onzer overwinning, gevonden heeft bij alle thans naar het herkrijgen van hun vrijheid en menschwaardig bestaan hunkerende volkeren. Nimmer is er vrijer, grooter en grootscher volksstemming gehouden. Nimmer is er stelliger veroordeeling geweest van een stelsel en zijn barbaarsche toepassing, van een dwingeland die millioenen zijn wil tracht op te leggen. Nimmer werd er nog op zóó groote schaal en zóó algemeen de vaste wil tot uiting gebracht eigen onaf­hankelijkheid en zelfstandig volksbestaan te herwinnen. Deze spontane eensgezindheid is een veelbelovend verschijnsel voor de naaste toekomst; zij zal ongetwijfeld van overwegend belang zijn voor ons als het uur der bevrijding slaat. Zij stelt onzen vrijheidsdrang, de sterke drijfveer tot ons prachtig, onbreekbaar lijdelijk verzet in de stralen van het volle daglicht.

Het is omtrent gelukkiger toekomst, die wij dank zij het wereldgebeuren naderbij zien komen, dat ik enkele oogenblikken tot u wil spreken. Hier richt ik mij wederom tot het Rijk in zijn geheel, en ik verzoek u allen de volgende mededeelingen te beschouwen als vervolg op mijn vorige radio-uitzendingen.

Het zal u door Radio-Oranje bekend zijn, dat een gereconstrueerd kabinet is opgetreden. Opdracht tot die reconstructie en leidende ge­dachte daarbij is geweest het bereiken van de meest volledige samen­werking in den arbeid die aan de bevrijding van Nederland moet vooraf­gaan. Zoowel de wijziging in de organisatie onzer defensie als de daarmede verband houdende hergroepeering staan in dit teeken. Belast met de zware verantwoordelijkheid om de voorbereiding en de deelneming aan den vrijheidsoorlog tot de grootste hoogte op te voeren, heeft dit ge­reconstrueerde kabinet zijn taak hier ter hand genomen. In het bijzonder zal het ook de noodige maatregelen moeten voorbereiden om het na mijn thuiskomst optredend bewind in staat te stellen een krachtig beleid te voeren en onder meer maatregelen te treffen teneinde verraders hun welverdiende straf niet te laten ontgaan. Het thans zittend kabinet is voornemens bij terugkomst in het Vader­land ontslag te vragen teneinde mij in de gelegenheid te stellen nieuwe raadslieden te kiezen. Naast een krachtig, doelbewust beleid zal dit in Nederland geformeerde bewind zich met bekwaamheid en voort­varendheid moeten kwijten van zijn taak van herstel in den ruimsten zin, en tevens onverwijld herziening onzer grondwet ter hand moeten nemen, opdat zoo spoedig mogelijk de nieuwe toestand zal kunnen in­gaan, waarin, naast de veranderingen die Nederland zelf betreffen, tevens de toekomstige verhouding van de verschillende deelen van het Koninkrijk in het Rijksverband geregeld zal moeten worden. Om aan de voorbe­reiding daarvan deel te nemen zal een commissie uit alle deelen des Rijks bijeengeroepen worden. Nevens deze herziening van de algemeene struc­tuur van het Koninkrijk zullen ook, teneinde de staatsregelingen der ver­schillende gebiedsdeelen daarmede in overeenstemming te brengen, ont­werpen moeten worden samengesteld waarover de aangewezen instanties in elk deel zullen worden gehoord. Ik vertrouw dat langs dezen weg de grondslagen kunnen worden gelegd die waarborgen geven voor een goede en gelukkige toekomst voor het geheele Rijk.

Wij hopen allen dat deze spoedig moge aanbreken, maar wij mogen ons niet ontveinzen dat de laatste loodjes het zwaarst zullen wegen. Ik richt mij weer tot mijn landgenooten thuis. Hoe benauwder de overweldiger het zelf krijgt, hoe meer hij zich de eindoverwinning ziet ontgaan, des te meedoogenloozer zal hij zijn tegenover degenen die nog in zijn macht zijn. Hij zal alles in het werk stellen om uw lijdelijk verzet te breken, uw vereenigingsleven te vernietigen, de mannen waarin gij vertrouwen stelt te ontvoeren, de ziel van ons volk te knakken, wellicht langs niet aanstonds te onderkennen slinksche wegen. Doch allen die standvastig blijven, zij het ten koste van zware persoonlijke offers, zullen eenmaal de vruchten plukken van hetgeen zij in bange dagen gezaaid hebben. Neen, gij laat onze volksziel niet buigen in de kronkelingen die een dwingeland haar wil opleggen, gij wilt en gij zult met Gods hulp en met onbuigzamen wil gaaf en ongeschonden herrijzen uit de poel van ellende, als een deel van de beste kern van het menschdom omdat gij den goeden strijd gestreden en het geloof behouden hebt. Gij moet wachten op het teeken der overwinning, dat natuurlijk van hier zal komen, als de tijd voor bevrijding rijp is.

Na de geloofsvervolgingen die de vijand heeft ontketend, na de onder­drukking van alle uitingen van godsdienstig leven, tracht hij wijd en zijd den leugen ingang te doen vinden, dat zijn overrompeling van het Russische volk een kruistocht is, terwijl het in werkelijkheid alleen gaat om Rusland in zijn macht te krijgen. Zoo poogt hij ook, sedert hem bleek welk een omvang de demonstratie met de V nam, zich zelf en de volken die onwillig en onwennig tijdelijk moeten buigen voor zijn macht, diets te maken, die V een Duitsche vinding is en de zegepraal aan­kondigt van zijn tyrannie.

Niet gaarne zou ik voor de vraag worden gesteld, welke van deze on­waarheden de grootste is, maar één ding weet ik: dat wie zich overliegt slechts zich zelf bedriegt maar geen ander!

In een der Britsche bladen las ik met vreugde, dat Nederlandsche vindingrijkheid en kloekheid op dien gedenkwaardigen Zondag van de V er in geslaagd zijn een groote witte vlag, voorzien van een V, te hijschen op mijn paleis. In de dagen der verdrukking, is dit een zinnebeeld van de komende vrijheid.

Moge dit zinnebeeld spoedig werkelijkheid worden en door u allen als een verlossende werkelijkheid worden ondervonden. Daartoe sterke ons God!