Staatsregeling van Curaçao/Hoofdstuk 5

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoofdstuk 4 Raad van Advies, Algemene Rekenkamer, Ombudsman en vaste colleges van advies Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur van Staatsregeling van Curaçao Hoofdstuk 6 Het rechtswezen en de rechterlijke macht


Hoofdstuk 5. Wetgeving en bestuur[bewerken]

Artikel 71

De vaststelling van landsverordeningen geschiedt door de regering en de Staten gezamenlijk.

Artikel 72

De bekrachtiging van ontwerpen van landsverordening geschiedt door de regering na verkregen goedkeuring of op voordracht van de Staten. Zij verkrijgen daardoor kracht van landsverordening.

Artikel 73

De regering dient ontwerpen van landsverordening ter goedkeuring bij de Staten in.

Artikel 74

1. De Staten hebben het recht ontwerpen van landsverordening aan de regering voor te dragen.

2. Ontwerpen van landsverordening door de Staten voor te dragen worden bij hen aanhangig gemaakt door één of meer leden.

Artikel 75

1. Zolang een ontwerp van landsverordening ingediend door de regering niet door de Staten is goedgekeurd kan deze door hen, op voorstel van een of meer leden, en door de regering worden gewijzigd.

2. Zolang de Staten nog niet hebben besloten tot voordracht van een ontwerp van landsverordening kan deze door hen, op voorstel van één of meer leden en door het lid of de leden door wie deze aanhangig gemaakt is, worden gewijzigd.

Artikel 76

1. Zolang een ontwerp van landsverordening ingediend door de regering niet door de Staten is goedgekeurd kan deze door de regering worden ingetrokken.

2. Zolang de Staten nog niet hebben besloten tot voordracht van een ontwerp van landsverordening kan deze, door het lid of de leden door wie deze aanhangig gemaakt is, worden ingetrokken.

Artikel 77

1. De regering en de Staten geven elkaar kennis van hun besluit omtrent enige ontwerp van landsverordening.

2. Indiening, intrekking en bekrachtiging van ontwerpen van landsverordening door de regering geschieden door tussenkomst van de Gouverneur.

Artikel 78

Bij landsverordening worden de bekendmaking en de inwerkingtreding van landsverordeningen geregeld. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 79

1. Door de regering worden landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, vastgesteld.

2. Voorschriften, door straffen te handhaven, worden daarin alleen gegeven krachtens landsverordening. Bij landsverordening worden de op te leggen straffen bepaald.

3. Artikel 78 is van overeenkomstige toepassing op landsbesluiten, houdende algemene maatregelen.

4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op ministeriële regelingen.

Artikel 80

1. De heffing van belastingen wordt bij landsverordening geregeld.

2. Andere heffingen worden bij landsverordening geregeld.

Artikel 81

1. De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het land wordt bij landsverordening vastgesteld.

2. De op de begroting van een begrotingsjaar opgenomen uitgaven worden volledig gedekt door op die begroting tot dekking van de uitgaven opgenomen inkomsten, met inachtneming van bij landsverordening vast te stellen normen.

3. De begroting wordt jaarlijks in één of meer ontwerpen door de regering aan de Staten uiterlijk op de tweede dinsdag van de maand september aangeboden.

4. De regering biedt jaarlijks een sluitende meerjarenbegroting aan de Staten aan.

5. Bij landsverordening kan worden bepaald dat de begroting voor een langer tijdperk dan een jaar wordt vastgesteld. Dit tijdperk mag niet langer zijn dan twee jaar.

6. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het land wordt aan de Staten gedaan overeenkomstig bepalingen vastgesteld bij landsverordening. De door de Algemene Rekenkamer onderzochte rekening wordt jaarlijks aan de Staten overgelegd.

7. Bij landsverordening worden regels gesteld omtrent het beheer van de financiën van het land en een doeltreffend comptabel bestel.

Artikel 82

Het aangaan of garanderen van een geldlening ten name of ten laste van het land geschiedt niet dan bij of krachtens landsverordening.

Artikel 83

Bij landsverordening wordt het geldstelsel geregeld.

Artikel 84

1. Bij landsverordening worden het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk- en het strafprocesrecht in wetboeken geregeld.

2. Bij landsverordening worden algemene regels van bestuursrecht vastgesteld.

Artikel 85

De rechtspositie van de ambtenaren wordt bij landsverordening geregeld.

Artikel 86

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid voor volgens regels bij landsverordening te stellen.

Artikel 87

Bij landsverordening wordt het beheer van domeinen en andere domaniale rechten geregeld.

Artikel 88

Gratie wordt verleend bij landsbesluit na ingewonnen bericht van de rechter door wie het vonnis is gewezen met inachtneming van bij of krachtens landsverordening te stellen voorschriften.

Artikel 89

1. Ingezetenen kunnen niet dan bij landsverordening tot dienst in de krijgsmacht dan wel tot burgerdienstplicht worden verplicht.

2. De dienstplichtigen, dienende bij de landmacht, kunnen zonder hun toestemming niet dan ingevolge een landsverordening naar elders worden gezonden.

Artikel 90

In geval van buitengewone omstandigheden kan bij landsbesluit worden bepaald dat in het land woonachtige dienstplichtigen buitengewoon in werkelijke dienst worden gehouden of geroepen. Alsdan wordt onverwijld een ontwerplandsverordening bij de Staten ingediend om het in werkelijke dienst blijven van dienstplichtigen zoveel nodig te bepalen.

Artikel 91

1. Bij landsverordening wordt bepaald in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij landsbesluit een door de landsverordening als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd. De landsverordening regelt de gevolgen.

2. Bij die regeling kan worden afgeweken van de bepalingen van de Staatsregeling betreffende de vrijheid van drukpers, het recht van vereniging en vergadering, alsmede van de onschendbaarheid van de woning en het postgeheim.

3. De Staten beslissen terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij landsbesluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen, omtrent het voortduren daarvan.