Theo van Doesburg/Brief aan Evert Rinsema/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Brief aan Evert Rinsema, 24 april 1920
Auteur Theo van Doesburg
Datering 24 april 1920
Instelling Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
Verzameling Van Doesburgarchief
Afdeling Correspondentie
Nummer 0408/172
Afbeelding
Theo van Doesburg letter to Evert Rinsema 1920-04-24 p 1.jpg
Bron K. Schippers (1974) Holland Dada, Amsterdam: Querido, pp. 164-166.
Auteursrecht Publiek domein

24-4-20 Leiden


Leiden 24 April


Beste Evert! Toen ik vandaag de schoenen aantrok, schrok ik dat er al weer zoo’n tijd – bijna een maand – verstreken was toen ik ze van je ontving. Misschien dat in jouw rustige omgeving de tijd niet zoo gauw omgaat als bij mij. Je begrijpt dat ik na mijn terugkomst uit parijs een stapel achterstallig werk had. Ik raak er nu wel een beetje doorheen gelukkig en ben weer aan het schilderen van een kompositie in drieën d.w.z. drie stukken die samen eén geheel zijn. Ik merk dat het goed voor mij geweest is er eens uit te zijn’. Ik kom er nu frisch voor en heb nog meer vertrouwen en overtuigingskracht dat wat ik doe goed is. Je weet misschien dat mijn laatste werk geheel vlak is, zonder hol of bol. Ik heb nu een goeie definitie voor het vlak gevonden: het midden van het ‘holle’ en het ‘bolle’. Alle natuurlijke plastiek heeft het bolle en holle aan zich. De bol is er het


zinnebeeld van. Stel je een kogel voor waar je tegen aan ziet. Precies tot op de helft heb je het bolle, de andere helft is juist daaraan tegenovergesteld geplaatst, althans ten opzichte van den beschouwer. De andere helft is voor hem het holle. Wat er tusschen ligt is noch het holle noch het bolle. Het is het vlakke. Nu laat zich ook begrijpen waarom het vlak het meest zuivere, het meest spiritueele in de schilderkunst zijn moet: Het vlak houdt dus zoowel het holle als het bolle in.


De fransche kubisten hadden het altijd over het ‘bereiken van een maximum van plastiek’ of ‘maximum van intensiteit’. Ze werken met bogen, cirkel, kegels, cylinders enz. Ze begrijpen niet, dat het vlak resumé is van alle bolle en holle vormen.
Zie: het vlak is het evenwicht tusschen hol en bol. – Hieruit laten zich verscheidene conclusies trekken en je zult begrijpen waarom het een historisch feit is, dat de beeldhouwkunst en bouwkunst achterstaat (als meest verinnerlijkte uitdrukkingsmethode van ons gestel). Noch de eerste noch de tweede ontkomt aan het holle en bolle, ontkomt aan natuurlijke plastiek. Ik hoop, dat ik je hiermede iets nader heb gebracht tot het wezen der schilderkunst, die zich dus altijd vergist heeft met projecties van het holle en bolle.–


Nu nog iets anders.
Zooals je misschien uit de advertentie in ‘de Stijl’ hebt gemerkt heb ik het plan om aan ‘de Stijl’ een kleine editie van moderne letterkundige werken enz te verbinden. Ik wilde beginnen met jouw denkbeelden, waarvoor mij de naam: ‘Volzinnen’ het best voorkwam. Een gedeelte is reeds gezet, maar ik heb in ’t geheel maar 3 bestellingen op de advertentie ontvangen. Ik denk niet dat er voldoende van verkocht zal worden om de kosten der uitgave ƒ120,– te dekken en ik zou daarmee de Stijl te veel schade doen. Ik had zeker gedacht dat van de abonné’s er minstens 50 zouden zijn die het bestelden. Ik had mij nog wel zooveel van deze uitgave voorgesteld. Voor het omslag had ik een ontwerp geteekend en de druk modern laten uitvoeren. Ik dacht: als de uitgaven er maar uitkomen, kan ik voor dat bedrag telkens weer een ander werkje bekostigen, terwijl alles wat na de eerste 120 exemplaren verkocht wordt de Stijlkas ten goede komt! Maar mis. Niet de minste belangstelling. Enfin ik geef ze toch uit, maar op ’n andere manier, nl. in De Stijl.
Van tijd tot tijd een gedeelte b.v., dat brengt geen extra kosten mee. Ik vind het wel jammer, want als boekje van 32 blz met een artistiek omslag was het veel aardiger geweest. Ik had je er nogwel mee willen verrassen!


Die laatste denkbeelden van je vond ik ook weer heel mooi. Ik blijf steeds doende ze te rangschikken. Ik lees op ’t oogenblik een uitstekend werk. Je zoudt het den bijbel van den modernen mensch kunnen noemen. Het heet ‘De stad van den geest’. Het is, jammer genoeg, in het duitsch. Anders kon je het van mij ter lezing krijgen. Ik denk echter niet dat je veel aan hebt. Het is zeer moeilijk duitsch ook nog! Het gaat over iemand die het leven geheel denkend leeft, die het leven denkt en zich steeds meer terugtrekt in de stad van het brein. De schrijver is nogwel ‘dadaïst’. Prachtlui zijn dat, wanneer je de onzinnige berichten in de dagbladen ten minste niet als maatstaf neemt. In een volgend nummer van de nieuwe Groene zal ik over het Dadaïsme een artikel schrijven. Ik hoop dat je het leest. Lees je de n.Groene?
[...]
Piet Mondriaan wil me naar Parijs–Huebner naar Duitschland hebben. Denk hierbij aan mijn definitie van het vlak. Duitschland is het bolle–Parijs het holle. Holland het vlak. Welnu: ik bevind mij best bij het vlak!–
Zoodra ik er kans toe zie zal ik weer een portefeuille klaar maken en jelui zenden. Je kunt dan ook eens kennis maken met de dadaïsten!
Nu vrienden–heb ik jelui geduld niet te lang op de proef gesteld–nog veel dank voor de flinke zolen! en een stevige poot ook voor moeder van jelui does.

Overige vindplaatsen[bewerken]

  • Hoek, Els (redactie; 2000) Theo van Doesburg. Oeuvrecatalogus, Bussum: Uitgeverij Thot, ISBN 90-6868-255-5, p. 266 (gedeeltelijk).