Theo van Doesburg/Schilderkunst en plastiek/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schilderkunst en plastiek. Over contra-compositie en contra-plastiek. Elementarisme (Manifest-fragment).

Auteur Théo van Doesburg
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Datering in De Stijl, 7e jaargang (1926), nummer 75/76, pp. 35-43.
Bron Ad Petersen (ed.; 1968) De Stijl [deel] 2. 1921_1932. Complete Reprint 1968, Amsterdam: Athenaeum, Den Haag: Bert Bakker, Amsterdam: Polak & Van Gennep, pp. 486-490.
Auteursrecht Publiek domein

[35]

SCHILDERKUNST EN PLASTIEK

THÉO VAN DOESBURG.

over contra-compositie en contra-plastiek

ELEMENTARISME (Manifest-fragment).

TERMINOLOGIE. — Volgens Marinetti, zou de benaming, contra-compositie beter door « peinture anti-statique » te vervangen zijn. Dit kan echter ook voor de architectuur gelden. Door nieuwe materialen en toepassing van nieuwe constructie-methoden (spanningsconstructie, enz) kan de architectuur, althans optisch, eveneens een anti-statisch karakter krijgen. Wat in de schilderkunst wezenlijk is, is in de architectuur slechts schijnbaar. In welke verbinding ook, is de materie steeds aan de zwaartekracht onderhevig. Het maakt wezenlijk geen verschil of de architectuur zich van een steun-en-last, dan wel van een trek-en-druk of van heelemaal geen constructie bedient (men denke aan de toekomstige mogelijkheden in de verschelling van lichte geraamten door geschoten beton, aan de moderne verhardingssystemen, welke een chemische architectuur voorbereiden).
Onze tijd staat in het teeken van het contrast, heeft daaraan behoefte om de juiste relatie van den mensch tot het universum te bepalen. In het buigen, persen, wringen, walsen en pletten der materie, in de machinale productiemethoden, overwint hij het natuurlijk karakter der stof. Door de moderne techniek, wordt de materie omgewerkt, gedénaturaliseerd. De vormen, die zoodoende ontstaan, missen daardoor ten eenemale het rustieke der antieke vormen. Op deze dé-, of nog beter, transnaturalisatie berust grootendeels de stijl van onzen tijd.
De uitdrukking neo-plasticisme (nieuwe beelding), wekte het, ongewenschte, misverstand, als zou hier van een nieuwe plasticiteit, in den zin van lichamelijkheid, van 3 dimensionale plastiek, sprake zijn. « Beeldend », in den zin, welke daaraan gehecht werd, sinds ik deze uitdrukking het eerst gebruikte in mijn opstellen « De Nieuwe Beweging in Schilderkunst », (in het tijdschrift De Beweging,

35


[35]

1916), n. l. als tegenstelling van, « pittoresk » en afbeeldend en welke uitdrukking later, in De Stijl, gold als benaming voor de onmiddellijke, elementaire uitdrukking van esthetische verhouding, dekt zich niet met het latijnsche begrip, plastisch. Dientengevolge heb ik deze benaming door de meer omvattende, meer universeele uitdrukking: ELEMENTARISME vervangen.

Het elementarisme is daarenboven reeël inplaats van abstract. De uitdrukking ABSTRACT, heeft ook tot vele misverstanden aanleiding gegeven. Vanuit het gezichtspunt, dat ik in dit artikel zal ontwikkelen, is dit ook verklaarbaar.
Het begrip abstract is, ten opzichte der visueele uitdrukkingsmethoden, als schilderkunst en plastiek, uiterst relatief. Het abstraheeren behoort tot een dier geestelijke operaties waarbij (als contrast op de gevoelsspontaniëteit) zekere waarden (esthetische) van de reeële dingen geïsoleerd werden. Doch toen deze eerste, visueel en toegepast werden als zuiver constructiemiddel, werden ze reeël. Zoo verkeerde dus het abstracte in het reeële, waarmede de relativiteit van het begrip bewezen was.
De uitdrukking « abstract-reeël » (Mondrian), was daarom een gelukkige vondst. Voor een nieuwe orienteering kunnen we echter met reeël volstaan.
De tijd der abstractie is voorbij.
Is een elementair schilderij, te weten: een bepaalde, in zich organische samenstelling van vlakke kleuren, niet meer concreet, dan eenzelfde samenstelling, verhuld door de illusie van een natuurlijk-organischen vorm? Inderdaad is deze, binnen de vier zijden van het vlak, geïsoleerde, in één moment statisch verstarde verschijning, abstracter, dan het uit reeële kleuren samengestelde organisme van een « abstracte » schildering. Abstract is feitelijk slechts datgene, wat zich binnen ons gedachte-isolement afspeelt. Een opengeslagen courant is phenomeen eener enorme abstractie, wijl haar beteekenis bepaald wordt door den mensch, die zich daarover bukt, om in het afgetrokkene, met een ongekende snelheid, cinematografisch, de verscheidenheid der

36


[37]

gebeurtenissen in zich op te nemen. Reeël is de krant slechts als verdeeling van zwart en wit. Voor den drukker heeft de courant een totaal andere realiteit als voor den lezer.
Abstract en reeël zijn relatieve, zoo niet, wisselvallige begrippen.
Het staat evenwel vast, dat de toenemende behoefte aan VISUEELE REALITEIT, de enorme verbreiding van cinema en illustratieve journalistiek (men denke aan den vloed van magazins!) fotografie, enz. veroorzaakt heeft. Deze behoefte aan visueele realiteit vormt een integreerend deel van den stijl van onzen tijd. Het cliché is een modern verkeersmiddel, niet minder reeël dat de trein. We bezitten reeds een beeldende, filmtechnische overwinning van tijd en ruimte en we zijn niet ver meer van een chemische en radio-mechanische opheffing der laatste afhankelijkheid van de natuur.

IV

Het is voor een nieuwe orienteering absoluut noodzakelijk, dat we deze toenemende realiteitsbehoefte in haar ontwikkeling, uit een geïsoleerde, abstract-religieuze cultuur, die voor onze zenuwen niet meer geschikt is, erkennen.
De scheiding van kerk en staat, van kunst en kerk, van architectuur en kunstwoeker, van politiek en economie, zijn in deze ontwikkeling belangrijke phasen.
Zoowel in de ontwikkeling der kunst als in die der architectuur, laat zich deze realiteitsbehoefte, gedurende vele decennia, eveneens vaststellen.
Voor de architectuur, beteekende de scheiding van pure constructie en pure kunst, een sterkere realiseeringsmogelijkheid voor haar .Eenerzijds moest de architectuur, uit de kunstwoeker van het verleden, haar karakteristieke elementen afzonderen, « abstraheeren » en zoodoende zelfstandig worden. Anderzijds ontworstelde de schilderkunst zich aan de architectuur, de anecdotiek, de illusie en het klassieke compositiebegrip. De orthogonale (1) compositie, waarin de uiterste spanning, hor.-vert., geneutraliseerd was, behield —, als overblijfsel der klassieke compositie —, een zekere homogeniteit met de statiek (steun-last) der architectuur.

37


[38]

De contra- (of: anti-statische) compositie heeft zich van deze homogeniteit volkomen losgemaakt. Haar contrastverhouding met de architectuur is (maar dan op een ander plan), te vergelijken met de contrastverhouding der witte en vlakke architectuur en de grauwe en gekromde natuur .
 Het ELEMENTARISME heeft de schilderkunst eerst recht van alle conventie bevrijd.
Een vluchtige revisie der historische compositie-ontwikkeling, vanaf het zuiverste classicisme zal ons daarvan kunnen overtuigen.
I. CLASSIEKE, SYMMETRISCHE COMPOSITIE.
Gelijkmatige indeeling en opstelling op beide, door een vaste middelpunt in twee helften gedeelde, zijden van het vlak. (Voorbeeld: drie Gratieën). De schilders van voor de christelijke jaartelling, wijken meermalen van de symm. compositiemethode af, doch na Christus, wanneer het « figuurlijke » middelpunt, Isis, Apollo, enz., door Maria, Christus, enz. vervangen wordt, krijgt de symmetrische, « middelpuntige », compositiewijze een formeele, methodische beteekenis, die tot het begin der 20e eeuw voortduurt.
II. CUBISTISCHE, CONCENTRISCHE COMPOSITIE.
De symm., compositie, heeft zich in den loop der tijden steeds meer naar het centrum, naar de as van het vlak « toegeperst », zoodanig zelfs dat, de compositie geheel spilvormig is opgebouwd en de peripherie van het linnen, blank blijft en dus als leegte aandoet. Christus, Maria, Kruis, enz., hebben plaats gemaakt voor, Guitaar, Flesch, Journaal, enz.
III. NEO-PLASTISCHE, PERIPHERISCHE COMPOSITIE.
Zeer belangrijke, wezenlijke vernieuwing der compositiemethode. Geleidelijke opheffing van het middelpunt en elke passieve leegte. DE COMPOSITIE ONTWIKKELT ZICH IN TEGENOVERGESTELDE RICHTING. INPLAATS VAN NAAR HET MIDDEN, NAAR DE UITERSTE PERIPHERIE VAN HET

38


[39]

DOEK, ja schijnt zich als ’t ware daar buiten voort te zetten. In deze laatste tendenz lag ook de mogelijkheid eener compositorische ontwikkeling in 3 afmetingen.
IV. ELEMENTAIRE (ANTI-STATISCHE) CONTRA-COMPOSITIE.
Voegt aan de orthogonale, peripherische compositie, een nieuwe schuine dimensie toe .LOST ZOODOENDE DE SPANNING HORIZONTAAL-VERTICAAL, OP REEËLE WIJZE OP. Invoering van hellingsvlakken, dissonant-vlakken, in oppositie met gravitatie en architectonisch-statische structuur.
In de contra-compositie speelt de evenwichtigheid in het vlak, een minder belangrijke rol. Elk vlak maakt deel uit van de peripherische RUIMTE en de constructie is eerder als SPANNINGSPHENOMEEN, dan wel als VLAKVERHOUDINGSPHENOMEEN op te vatten.
Grootere verscheidenheid van nieuwe beeldende mogelijkheden. B. v. behalve orthogonale, ook schuine, gecombineerde en simultaan-constructies. Invoering van de Kleur als zelfstandige energie.

V

Het ELEMENTARISME heeft den Tijd als modern beeldingselement erkend. Zoodoende aan FILM, PLASTIEK EN THEATER, nieuwe scheppende mogelijkheden gegeven. Hier krijgt ook de SYNOPTISCHE (2) werking een fundamenteele beteekenis.
Het ELEMENTARISME is een uitsluitend universeele beeldings- en productiemethode. Het stelt zich zoowel tegenover elke compromis, als tegenover elke dogmatische eenzijdigheid. Het is als de meest vitale uitdrukkingswijze van den modernen geest op te vatten. Het is zoowel product van het neo-Plasticisme, als van een nieuwe orientatie op modern-wetenschappelijk en modern-technisch gebied.
Het ELEMENTARISME omvat elke uiting op de meest

39


[40]

essentieele, elementaire wijze. Het eischt de bepaaldheid op voor elk ding en bekend zich tot den zuiveren elementairen staat van elke uiting afzonderlijk.
Natuur als natuur, cultuur als cultuur, kunst als kunst en de architectuur als dienstbare, practische constructiemethode. Alle vroegere systemen, hebben, hetzij door een interval, hetzij door een evenwichtig rapport, de vijandschap tusschen organische natuur en menschelijke intelligentie, meenen te kunnen neutraliseeren.
Het ELEMENTARISME verwerpt deze systemen en vindt in de geestelijke en sociale wanorde de bevestiging voor haar grondprincipe, betreffende de totale differentie in structuur van natuur-gemeenschap en menschelijken geest-individu. Zij ondersteunt elke vernielende kracht, die er toe bijdraagt den menschelijken geest wezenlijk te bevrijden en op een hooger niveau te brengen.
Dank zij een nieuwe orientatie, betreffende de vroegere vernieuwingspogingen in leven en kunst (inclusief, futurisme, cubisme, expressionisme, dadaïsme, néo-plasticisme, enz.) heeft het ELEMENTARISME alle wezenlijk-moderne elementen (vaak door eenzijdigheid geignoreerd !) in zich samengevat.
Het ELEMENTARISME is daarom als de synthese van het nieuwe, beeldende tijdsbewustzijn te beschouwen. De Ismen der laatste decennia, zijn grootendeels, hetzij aan eenzijdige, dogmatische beperktheid, hetzij aan compromissen of aan chauvinistische tendenzen, te gronde gegaan
Zij hebben voor de vernieuwing geen zin en ook geen kracht meer.
Het ELEMENTARISME vindt haar equivalent in het relativisme, in de nieuwste onderzoekingen der materie en in de phenomenalistische stellingen, betreffende de onbegrensde, doch latente almacht der menschelijke intelligentie. Tegengesteld aan alle religieuze dogmatiek, ziet de elementarist in het leven slechts een « transformation perpétuelle », in het scheppende subject een contrasteerend phenomeen.

40


[41]

VI

De materie der contra-compositie. — De toenemende realiteitsbehoefte, zich uitend in de geleidelijke onderdrukking van alle illusionistische hulpmiddelen en overgangen brengt de ZELFSTANDIGHEID DER MATERIE steeds meer ou den voorgrond.
Zoo ook in betrekking tot de kleur.
Het ELEMENTARISME verwerpt de, uit het illusionisme herkomstige, afstemming der kleur.
Elke kleur bezit als pigment, als materie, een zelfstandige ENERGIE EEN ELEMENTAIRE KRACHT. Dit geldt zoowel voor de drie meest positieve kleuren,geel,blauw en rood, als voor de negatieve equivalenten : wit, zwart en grijs. Noch cubisme, noch neo-plasticisme hebben het zonder « valeur » kunnen stellen.
Toch dient te worden erkend, dat in het cubisme (Picasso), in het futurisme (Carra) en in Merz (Schwitters), gepoogd werd, om door het gebruik van andere materieën (hetzij krantenpapier, gekleurde stoffen, blik, tin, glas, enz.), de valeur tot bepaaldheid, of nog juister : tot MATERIEELE ZELFSTANDIGHEID te brengen. De na-cubistische uitdrukkingswijzen ignoreerden dezen, zij het dan ook instinctieve, tendenz. In het neo-plasticisme waren uitsluitend verhouding- en abstractie-tendenz, consequent doorgevoerd.
Behalve het gebruik van andere materieën, had het cubisme zich, met behoud der door afstemming verkregen « valeurs », ook nog van letters, cijfers en monotoon gespikkelde vlakken bediend.
Het ELEMENTARISME verwerpt deze equivalenten, doch erkend de groote waarde er van. Het stelt tegenover de positieve kleuren, de negatieve kleuren, wit, zwart en grijs en voegt, indien deze niet toereikend zijn, elementaire varianten van kleur of lijn toe. (Men zie bv. de ruiten in mijn Contra-Compositie XV 1925, De Stijl 73/74). Ook de zeer elementaire aardverven en okers kunnen als « varianten » dienst doen.
In mijn, thans voltooide « Beeldende Kleurenleer », heb ik op de meest eenhoudige wijze het kleurmiddel als ENER-

41


[42]

[vertikaal:]

THEO VAN DOESBURG Contra-Comp. XVI 1925.

42


[43]

GIE en voorts als DISSONANT als CONTRAST en als VARIANT, behandeld.

VII

Contra-plastiek. — In de plastiek als zelfstandige, beeldende uiting is het moeilijker elementair te construeeren; althans in den zin der schilderkunst, poësie, enz. De orthogonale plastiek, bv., mag zij eenerszijds ook al zuiverder en consequenter zijn dan de cubistische of orphistische, anderzijds (en daarin schuilt misschien haar tragiek) prononceert zij de natuurlijke zwaartekracht nog meer dan haar voorgangsters
Om hieraan te ontkomen was de behoefte aan dynamiek, hetzij door bewegende figuren, hetzij door meer elementaire volumen verklaarbaar; uit het verlangen nl. om en contrast te scheppen op de loodrechte as der statiek.
Het ELEMENTARISME bereidt de mogelijkheid voor eener elementaire CONTRA-PLASTIEK en het eerste werk dat gedaan moet worden, is uit de minachting voor de Euclidische wereldbeschouwing (van uit een stabiel punt), deze statische as te vernietigen. Als relief valt dit niet moeilijk, doch het relief zelf ruikt te veel naar « Schmuckteller » en daarom naar Rusland (3).
Figuurlijk zijn reeds zeer belangrijke documenten voorhanden (men denke aan eenige goede plastieken van Archipenko, « Dans », gereproduceerd in De Stijl, 1e Jaarg., en diens « Gondelier », voorts vele werken van Boccioni, Brancusi, Laurens), doch elementair is bijna niets aan te wijzen, wat als contra-plastiek tot voorbeeld zou kunnen dienen. Het optisch bedrog speelt in dit probleem een gevaarlijke rol en schijnt onvermijdelijk.
Rome Juli 1926.
————————
      (1) Orthogonaal. Rechtstandig.
      (2) Synoptisch. Gelijktijdige, visueele samenvatting van verschillende deelen, die tot een geheel behooren.
      (3) Een Russische beeldhouwer Tatlin genaamd, noemde zijn reliefs van gebogen blik « Contra-relief » Deze hadden echter niets van Contra-plastiek, aangezien Tatlin als romanticus, noch het moderne probleem der plastiek, noch dat der architectuur begreep. Dit bewijst wel genoegzaam het spiraalvormige, barokke monument, dat in z’n onlogische samenstelling van ruimten en onderdeelen, nog symbolisch is op den koop toe ! Russische warhoofderij en snobistische bluf om bakvisschen te imponeeren !

43