Verdrag nopens de beperking van het gebruik van wapengeweld bij het innen van schulden uit overeenkomst

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Tweede Conventie van Den Haag 1907

Type Multilateraal
Ondertekening 18 oktober 1907 in 's-Gravenhage
Brontaal Frans
Vertaling Officiële Nederlandse
Bron Kamerstukken II 1908/09, 271, nr 16
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Tweede Conventie van Den Haag 1907 op Wikipedia

VERDRAG nopens de beperking van het gebruik van wapengeweld bij het innen van schulden uit overeenkomst.[bewerken]

Zijne Majesteit de Keizer van het Duitsche Rijk, Koning van Pruisen:...... (volgen de namen der overige Staatshoofden)

  Verlangende tusschen de volken te vermijden strijd met de wapenen van eenen geldelijken oorsprong, voortkomende uit schulden uit overeenkomst, van de Regeering van een bepaald land door de Regeering van een ander land opgeëischt als verschuldigd aan hare onderdanen:

  Hebben besloten met dat doel een Verdrag te sluiten en hebben tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:

(volgen de namen der Gevolmachtigden)

  Die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben nedergelegd, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Artikel 1.

  De verdragsluitende Mogendheden zijn overeengekomen haar toevlucht niet tot wapengeweld te nemen voor het innen van schulden uit overeenkomst welke van de Regeering van een bepaald land door de Regeering van een ander land opgeëischt worden als verschuldigd aan hare onderdanen.
  Evenwel kan deze bepaling niet worden toegepast, wanneer de Staat, die schuldenaar is, een aanbod van arbitrage afslaat of onbeantwoord laat, of, in geval van aanneming, het tot stand komen van het compromis onmogelijk maakt, of, na de arbitrage, nalaat zich te gedragen naar de gevallen uitspraak.

Artikel 2

  Bovendien wordt overeengekomen dat de arbitrage, vermeld in lid 2 van het voorgaande artikel, onderworpen is aan de rechtspleging voorzien in titel IV, hoofdstuk 3 van het Haagsche Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen. De arbitrale uitspraak bepaalt, behoudens bijzondere schikking der Partijen, de gegrondheid der vordering, het beloop der schuld, den tijd en de wijze van betaling.

Artikel 3.

  Dit verdrag zal zoo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.
  De akten van bekrachtiging zullen te 's Gravenhage worden nedergelegd.
  De eerste nederlegging van akten van bekrachtiging zal geconstateerd worden door een proces-verbaal, geteekend door de vertegenwoordigers der Mogendheden, die er aan deelnemen en door den Nederlandschen Minister van Buitenlandsche Zaken.
  De latere nederleggingen van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van eene geschreven kennisgeving, gericht aan de Nederlandsche Regeering en vergezeld van het instrument van bekrachtiging.
  Eem voor eensluidend verklaarde afdruk van het proces-verbaal betrekkelijk de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de instrumenten van bekrachtiging, zal door de zorgen der Nederlandsche Regeering en langs diplomatieken weg onmiddelijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenoodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden, die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regeering Haar tegelijkertijd doen weten den datum waarop Zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 4.

  De niet onderteekenende Mogendheden zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.
  De Mogendheid, die wenscht toe te treden, geeft van hare bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Regeering, onder overmaking der akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regeering wordt nedergelegd.
  Deze Regeering doet onmiddelijk aan alle andere Mogendheden, uitgenoodigd tot de Tweede Vredesconferentie, een voor eensluidend verklaarden afdruk toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, daarbij aangevende den datum, waarop Zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 5.

  Dit Verdrag treedt voor de Mogendheden, die aan de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagteekning van het proces-verbaal dezer nederlegging in werking en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging nederleggen of toetreden, zestig dagen nadat de kennisgeving der nederlegging van hare akten van bekrachtiging of van hare toetreding door de Nederlandsche Regeering is ontvangen.

Artikel 6.

  Indien het gebeurde, dat eene der verdragsluitende Mogendheden dit Verdrag mocht willen opzeggen, wordt deze opzegging schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederlandsche Regeering, die onmiddelijk een voor eensluidend verklaarden afdruk der kennisgeving doet toekomen aan alle andere Mogendheden en haar daarbij doet weten den datum, waarop Zij haar ontvangen heeft.   De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte der Mogendheid, die er van kennis heeft gegeven en één jaar nadat de kennisgeving er van de Nederlandsche Regeering heeft bereikt.

Artikel 7.

  Een register, gehouden door het Nederlandsche Ministerie van Buitenlandsche Zaken, wijst aan den datum der nederlegging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 3, lid 3 en 4, alsmede den datum waarop de kennisgevingen van toetreding (artikel 4, lid 2) of van opzegging (artikel 6, lid 1) zijn ontvangen.   Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er voor eensluidend verklaarde uittreksels uit te vragen.

  Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit verdrag van hunne onderteekening hebben voorzien.

  Gedaan te 's Gravenhage, den achttiende October een duizend negen honderd en zeven, in enkelvoudig exemplaar, dat nedergelegd blijft in de archieven der Nederlandsche Regeering en waarvan voor eensluidend verklaarde afdrukken langs diplomatieken weg worden overgemaakt aan de verdragsluitende Mogendheden.

(Volgen de namen van de Gevolmachtigden en van de Mogendheden, die zij vertegenwoordigen)