Verdrag nopens de verandering van handelsvaartuigen in oorlogsschepen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zevende Conventie van Den Haag 1907

Type Multilateraal
Ondertekening 18 oktober 1907 in 's-Gravenhage
Inwerkingtreding 26 januari 1910
Brontaal Frans
Vertaling Officiële Nederlandse
Leden 34
Bron Rodekruis.nl
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Zevende Conventie van Den Haag 1907 op Wikipedia

Verdrag nopens de verandering van handelsvaartuigen in oorlogsschepen

Den Haag, 18 oktober 1907

Overwegende dat het, met het oog op de inlijving in tijd van oorlog van vaartuigen der handelsvloot bij de oorlogsvloten, wenschelijk is de voorwaarden te omschrijven waaronder deze verandering kan geschieden;

Dat echter, daar de verdragsluitende Mogendheden niet tot overeenstemming zijn kunnen geraken nopens de vraag of de verandering van een handelsvaartuig in een oorlogsschip in volle zee mag plaats hebben, het van zelf spreekt, dat de vraag nopens de plaats der verandering buiten beschouwing blijft en in de hieronder volgende regelen geenszins behandeld wordt;

Wenschende met dat doel een verdrag te sluiten, hebben tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:

(volgen de namen der gevolmachtigden);

Die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben nedergelegd, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Artikel 1 Geen handelsvaartuig, dat in oorlogsschip is veranderd, kan de rechten en verplichtingen hebben aan die hoedanigheid verbonden, indien het niet onder het rechtstreeksch gezag, het onmiddellijke toezicht en de onmiddellijke verantwoordelijkheid is geplaatst van de Mogendheid welker vlag het voert.

Artikel 2 De in oorlogsschepen veranderde handelsvaartuigen moeten de uiterlijke kenteekenen van oorlogsschepen hunner nationaliteit dragen.

Artikel 3 De commandant moet in Staatsdienst zijn en behoorlijk voorzien zijn van eene aanstelling der bevoegde overheden. Zijn naam moet voorkomen op de lijst der officieren der militaire marine.

Artikel 4 De bemanning moet onderworpen zijn aan de regelen der krijgstucht.

Artikel 5 Elk in oorlogsschip veranderd handelsvaartuig is gehouden in zijne operaties de wetten en gebruiken van den oorlog in acht te nemen.

Artikel 6 De oorlogvoerende, die een handelsvaartuig in oorlogsschip verandert, moet die verandering zoo spoedig mogelijk op de lijst der schepen harer militaire marine vermelden.

Artikel 7 De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts toepasselijk tusschen de verdragsluitende Mogendheden en alleen indien de oorlogvoerenden alle partijen zijn bij het Verdrag.

Artikel 8 Dit Verdrag zal zoo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.
De akten van bekrachtiging zullen te 's-Gravenhage worden nedergelegd.
De eerste nederlegging van akten van bekrachtiging zal geconstateerd worden door een procesverbaal, geteekend door de vertegenwoordigers der Mogendheden, die er aan deelnemen en door den Nederlandschen Minister van Buitenlandsche Zaken.
De latere nederleggingen van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van eene geschreven kennisgeving, gericht aan de Nederlandsche Regeering en vergezeld van het instrument van bekrachtiging.
Een voor eensluidend verklaarde afdruk van het procesverbaal betrekkelijk de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de instrumenten van bekrachtiging, zal door de zorgen der Nederlandsche Regeering en langs diplomatieken weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenoodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden, die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regeering haar tegelijkertijd doen weten den datum, waarop Zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 9 De niet onderteekenende Mogendheden zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.
De Mogendheid, die wenscht toe te treden, geeft van harer bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Regeering, onder overmaking der akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regeering wordt nedergelegd.
Deze Regeering doet onmiddellijk aan alle andere Mogendheden een voor eensluidend verklaarden afdruk toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, daarbij aangevende den datum, waarop Zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 10 Dit Verdrag treedt voor de Mogendheden, die aan de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagteekening van het proces-verbaal dezer nederlegging in werking en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging nederleggen of toetreden, zestig dagen nadat de kennisgeving der nederlegging van hare akten van bekrachtiging of van hare toetreding door de Nederlandsche Regeering is ontvangen.

Artikel 11 Indien het gebeurde, dat eene der verdragsluitende Mogendheden dit Verdrag mocht willen opzeggen, wordt deze opzegging schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederlandsche Regeering, die onmiddellijk een voor eensluidend verklaarden afdruk ter kennisgeving doen toekomen aan alle andere Mogendheden en haar daarbij doet weten den datum, waarop Zij haar ontvangen heeft.
De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte der Mogendheid, die er van kennis heeft gegeven en één jaar nadat de kennisgeving er van de Nederlandsche Regeering heeft bereikt.

Artikel 12 Een register, gehouden door het Nederlandsche Ministerie van Buitenlandsche Zaken, wijst aan den datum der nederlegging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 8, lid 3 en 4, alsmede den datum waarop de kennisgevingen van toetreding (artikel 9, lid 2) of van opzegging (artikel 11, lid 1) zijn ontvangen.
Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er voor eensluidend verklaarde uittreksels uit te vragen.

Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit Verdrag van hunne onderteekeningen hebben voorzien.

Gedaan te 's-Gravenhage, den achttienden October een duizend negen honderd en zeven, in enkelvoudig exemplaar, dat nedergelegd blijft in de archieven der Nederlandsche Regeering en waarvan voor eensluidend verklaarde afdrukken langs diplomatieken weg worden overgemaakt aan de Mogendheden, die tot de Tweede Vredesconferentie zijn uitgenoodigd geworden.