Verdrag van Lissabon/Deel III/16

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Protocol (nr. 15) betreffende enkele bepalingen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland DEEL III - PROTOCOLLEN van Europese Unie

Protocol (nr. 16) betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken

Protocol (nr. 17) betreffende Denemarken


PROTOCOL (nr. 16) BETREFFENDE ENKELE BEPALINGEN INZAKE DENEMARKEN[bewerken]

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

REKENING HOUDENDE met het feit dat de Deense grondwet bepalingen bevat die kunnen impliceren dat voordat Denemarken van zijn derogatie afziet een referendum wordt gehouden,

GEZIEN het feit dat de Deense regering op 3 november 1993 de Raad ervan in kennis heeft gesteld dat het niet wenst deel te nemen aan de derde fase van de economische en monetaire unie,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepalingen, die als bijlage aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden gehecht:

1. Voor Denemarken geldt een derogatie, gezien de kennisgeving van de Deense regering aan de Raad van 3 november 1993. Deze ontheffing heeft ten gevolge dat alle artikelen en bepalingen van de Verdragen en de statuten van het ESCB en van de ECB die betrekking hebben op een derogatie, op Denemarken van toepassing zijn.

2. Wat de intrekking van de ontheffing betreft, wordt de in artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde procedure alleen ingeleid op verzoek van Denemarken.

3. In geval van intrekking van de ontheffingsstatus zijn de bepalingen van dit protocol niet langer van toepassing.