Verdrag van Shimonoseki

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Verdrag van Shimonoseki

Auteur John Watson Foster
Genre(s) Verdrag
Brontaal Japans
Datering 17de dag van de 4de maand van het 28ste jaar van het Meiji-tijdperk, overeenkomstig met de 23ste dag van de 3de maand van het 21ste jaar van her Kuang Hsü-tijdperk
Vertaler Wim Peys
Bron Faculteit Letteren aan de KULEuven
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Verdrag van Shimonoseki op Wikipedia

Artikel 1[bewerken]

China erkent definitief de volledige en complete onafhankelijkheid en autonomie van Korea, en rechtstreeks gevolg daarvan, de betaling van erkenning en uitoefening van ceremonies en formaliteiten door Korea voor China, dit zal in de toekomst blijven duren.

Artikel 2[bewerken]

China staat volgende gebieden, samen met zijn versterkingen, wapenarsenalen en publieke eigendommen, af aan Japan:

  1. Het zuidelijke deel van Fêngtien, samen met bijhorende eilanden in het oostelijk deel van de baai van Liaodong en het noordelijk deel van de Gele Zee.
  2. Het eiland Formosa (Taiwan) samen met alle eilanden die tot Formosa behoren.
  3. De Pescadoren, een eilandengroep gelegen tussen 119-120°OL en 23-24°NB.

Artikel 3[bewerken]

De grenslijnen beschreven in het voorafgaande artikel, en zoals getoond op de bijgevoegde map; zal onderwerp zijn voor verificatie en markering ter plaatse door een Samengestelde Commissie van Restrictie, bestaande uit 2 of meer Japanse en 2 of meer Chinese Afgevaardigen, die onmiddellijk worden aangeduid na de uitwisseling van de ratificaties van deze daad. In geval dat de geplande grenzen in deze daad in enig opzicht gebrekkig zijn, ofwel topografisch ofwel administratief, dan zal de Commissie van Restrictie zich hiermee bezig houden. De Commissie van Restrictie zal zo snel mogelijk aan zijn taak beginnen, en zal een conclusie van zijn werk vormen binnen de periode van 1 jaar, na deze afspraak. De grenzen, beschreven in deze "daad", zullen behouden worden totdat de verbeteringen van de Commissie van Restrictie, als er verbeteringen gemaakt worden, de goedkeuring van de overheden van Japan en China gekregen hebben.

Artikel 4[bewerken]

China stemt toe om Japan een som van 200 miljoen Kuping taels te betalen als oorlogsafbetaling. De som moet in 8 termijnen betaald worden. De eerste van 50 miljoen taels moet betaald worden binnen 6 maanden, de tweede van 50 miljoen moet binnen de 12 maanden betaald worden. De resterende som moet betaald worden in 6 gelijke termijnen als volgt: de eerste van zulke gelijke jaarlijkse afbetalingen moet betaald worden binnen 2 jaar. De tweede binnen 3 jaar , de derde binnen 4 jaar, de vierde binnen 5 jaar, de vijfde binnen 6 jaar en de zesde binnen 7 jaar na de bekrachtiging van deze Akte. Intrest van 5% per jaar zal beginnen wanneer de eerste afbetaling faalt. China zal het recht hebben om in afwachting, alle schulden op elke moment te kunnen terugbetalen. In het geval dat het volledige bedrag van de vooropgestelde afbetaling binnen de 3 jaar na de bekrachtiging van deze Akte betaald word, zal alle intrest vervallen. De intrest voor 2 en een half jaar of elke kortere periode, als die intrest al betaald is, zal toegevoegd worden als groot geheel aan het bedrag van de afbetaling.

Artikel 5[bewerken]

De inwoners van de gebieden die afgestaan zijn aan Japan, die wensen buiten die gebieden te gaan wonen, hebben de vrijheid hun eigendom te verkopen en zicht terug te trekken. Voor dit doel wordt een tijd van 2 jaar uitgetrokken na de bekrachtiging van dit document. Al wie tegen dan nog in de gebieden leeft of woont is dan onderhevig aan Japan Elk van de twee overheden zal, onmiddellijk na uitwisseling van de bekrachtiging van dit document, één of meer bevelhebbers naar Formosa sturen met als opdracht de provincie volledig over te geven. Twee maanden na de uitwisseling van de bekrachtiging zal de overdracht voltooid zijn.

Artikel 6[bewerken]

Alle verdragen tussen Japan en China die ten einde liepen door de oorlog, zal China onmiddellijk na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte, enkele afgevaardigden aanduiden die zullen overleggen met Japanse afgevaardigden over een Verdrag van Handel, Navigatie en een conventie om bepalingen in verband met de grenshandel te regelen. De verdragen, conventies en regels die nu bestaan tussen China en de Europese landen zal als een basis dienen voor het reeds vermelde Verdrag en Conventie tussen Japan en China. Vanaf de datum van de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte tot het reeds eerder vermelde Verdrag en Conventie in feite operationeel zijn, zal de Japanse overheid, haar ambtenaren, handel, navigatie, grenshandel, industrie, schepen, en dingen zullen in elk opzicht overeenkomen door China's meest begunstigde natie-behandeling.

China maakt daardoor de volgende concessies die plaats zullen vinden 6 maanden na de datum van deze Akte:

  1. De volgende steden, dorpen en havens, mochten ze al open zijn, zullen opengesteld worden voor handel, woningen, industrie en bedrijven van Japanse afkomst, met dezelfde voorwaarden en met dezelfde privileges en faciliteiten zoals die bestaan in de huidige opengestelde steden dorpen en havens van China:
    1. Shashih (Shashi), in de provincie van Hupeh (Hubei).
    2. Chungking (Chongqing), in de provincie van Szechwan (Sichuan).
    3. Suchow (Suzhou), in de provincie van Kiangsu (Jiangsu).
    4. Hangchow (Hangzhou), in de provincie van Chekiang (Zhejiang).

De Japanse overheid heeft het recht om consuls te plaatsen in sommige of alle hierboven vermelden plaatsen.

  1. Stoomaandrijving voor voertuigen onder Japanse vlag, voor de transport van passagieren en vrachten zal voorzien worden op de volgende plaatsen:
    1. Aan de Boven Yangtze rivier, van Ichang tot Chungking.
    2. Aan de Woosung rivier en het kanaal van Shanghai tot Suchow en Hanchow.
    3. De regels en normen die nu heersen voor het vervoer over de binnenlandse wateren van China voor buitenlandse voertuigen, voor zover van toepassing, zal van toepassing blijven totdat over nieuwe regels en normen, samen overeengekomen wordt.
  2. Japanse ondernemingen die goederen aankopen of produceren in het centrum van China, of die geïmporteerde goederen transporteren naar het centrum van China, zullen het recht hebben om tijdelijk waarhuizen te huren of lenen voor de opslag van goederen die dan aangekocht of getransporteerd worden, zonder betaling van enige taksen of gelden.
  3. Japanse ondernemingen zullen vrij zijn om allerlei industrieën op te starten in alle opengestelde steden, dorpen en havens van China, en ze zullen vrij zijn om alle soorten van machines te importeren in China, daarbij enkele betalende de gestipuleerde importtaksen.

Alle goederen gemaakt door Japanse ondernemingen in China zullen, met respect voor de binnenlandse transit en interne taksen, en allerlei, en met respect voor de waarhuizen en opslagmogelijkheden in het centrum van China, zullen op éénzelfde hoogte staan en dezelfde privileges en uitzonderingen hebben als de goederen die door Japanse ondernemingen in China worden geïmporteerd.

Artikel 7[bewerken]

Behoudens de bepalingen van het volgende artikel, zal de uittocht uit China door het Japanse leger afgerond moeten zijn drie maanden na uitwisseling van bekrachtiging van deze Akte.

Artikel 8[bewerken]

Als garantie van deze hoopvolle uitoefening van de clausules van deze Akte, zal China de tijdelijke bezetting van het Japanse leger in de provincie Shantung toestaan.

Na de betaling van de eerste twee vergoedingen van de oorlogsafbetaling, die hierin staat, en de uitwisseling van bekrachtiging van het Verdrag van Handel en Navigatie, zal de eerder vermelde plaats ontruimd worden door de Japanse troepen, onder voorbehoud dat de Chinese overheid haar belofte nakomt onder de overeengekomen overeenkomsten. In het geval china dit niet doet, blijven de troepen daar totdat de laatste afbetaling heeft plaatsgevonden. Het is te verstaan dat zulke ontruiming enkel kan plaatsvinden na de uitwisseling van bekrachtiging van het Verdrag van Handel en Navigatie.

Artikel 9[bewerken]

Onmiddellijk na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte, zullen alle oorlogsgevangenen vrijgelaten worden. China noch Japan zal ze mishandelen of straffen. China zal ook Japanners vrijlaten waarvan vermoed wordt dat ze militaire spionnen zijn of die men beschuldigt van andere militaire overtredingen. China zal ze op geen enkele manier straffen of toestaan dat ze gestraft worden.

Artikel 10[bewerken]

Alle bezwarende militaire operaties zullen stopgezet worden na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte.

Artikel 11[bewerken]

De huidige Akte zal bekrachtigd worden door zijne majesteit, de keizer van Japan en de keizer van China. De bekrachtigingen zullen uitgewisseld worden in Chefoo op de achtste en vijfde dag van de maand van het 28ste jaar van het Meiji-tijdperk(明治時代), overeenkomend met de 14de dag van de 4de maand van het 21ste jaar van het Kuan Hsü-tijdperk.

Getuige hiervan waren de afgevaardigden, die hetzelfde ondertekend hebben waartoe ze hun wapens zullen neerleggen.

In duplicaat opgemaakt in Shimonoseki, deze 17de dag van de 4de maand van het 28ste jaar van het Meiji-tijdperk, overeenkomstig met de 23ste dag van de 3de maand van het 21ste jaar van her Kuang Hsü-tijdperk.