Verklaring houdende zekere bepalingen van het zeerecht in tijd van oorlog

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Verklaring van Parijs 1856

Type Multilateraal
Ondertekening 16 april 1856 in Parijs
Inwerkingtreding 16 april 1856
Brontaal Frans
Vertaling Officiële Nederlandse
Leden 55
Bron Rodekruis.nl
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Verklaring van Parijs 1856 op Wikipedia

Verklaring van Parijs

van 16 april 1856

De gevolmachtigden, die het tractaat van Parijs van 30 maart 1856 onderteekend hebben, in conferentie vereenigd zijnde,

In overweging nemende:

  • dat het zeerecht in tijden van oorlog gedurenden langen tijd een onderwerp van betreurenswaardige geschillen is geweest;
  • dat de onzekerheid omtrent het recht en de verplichtingen ten deze tusschen de onzijdige en de oorlogvoerende Staten tot verschil van meningen aanleiding geeft, waaruit ernstige moeilijkheden en zelfs botsingen kunnen voortvloeien;
  • dat het bijgevolg nuttig is, ten aanzien van een zoo belangrijk punt een eenvormig stelsel aan te nemen;
  • dat de op het Congres van Parijs vergaderde gevolmachtigden niet beter aan de bedoelingen hunner Regeeringen kunnen beantwoorden, dan door te beproeven om in de internationale betrekkingen vaste beginselen te dezen aanzien in te voeren;

zoo zijn de voorzegde gevolmachtigden, behoorlijk daartoe gemachtigd, overeengekomen om zich onderling omtrent de middelen tot bereiking van dat doel te verstaan, en hebben, na het dienaangaande te zijn eens geworden, de volgende plechtige Verklaring vastgesteld:

  • 1º. De kaapvaart is en blijft afgeschaft;
  • 2º. De onzijdige vlag dekt de vijandelijke lading, met uitzondering van oorlogscontrabande;
  • 3º. De onzijdige lading mag, met uitzondering van oorlogscontrabande, onder vijandelijke vlag niet in beslag genomen worden;
  • 4º. De blokkade moet, om rechtsverbindend te zijn, effectief wezen; dat wil zeggen: door een voldoende macht gehandhaafd, om de nadering van het vijandelijke kustgebied inderdaad te beletten.

De Regeeringen der ondergeteekende gevolmachtigden verbinden om deze Verklaring ter kennis van de Staten te brengen, die niet tot deelneming aan het Congres van Parijs geroepen zijn geworden, en om hen uit te noodigen daartoe te treden.

Overtuigd dat de beginselen, welke zij hierboven hebben vastgesteld, niet dan met dankbaarheid door de geheele wereld zullen worden aangenomen, twijfelen de onderteekenende gevolmachtigden niet, of de bemoeiingen hunner Regeeringen, om de algemeene erkenning daarvan te bevorderen, zullen met den besten uitslag bekroond worden.

De tegenwoordige Verklaring is en zal alleen verbindend zijn tusschen de Mogendheden, die tot haar zullen zijn toegetreden.