Wetboek van Strafrecht Suriname (ambtsmisdrijven)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetboek van Strafrecht

Auteur Surinaamse staat
Genre(s) Wetboek
Brontaal Nederlands
Datering 14 oktober 1910
Vertaler Niet vertaald
Bron De Nationale Assemblée
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wetboek van Strafrecht op Wikipedia

Wetboek van Strafrecht Suriname

Boek II Titel XXVIII

Ambtsmisdrijven

TITEL XXVIII. AMBTSMISDRIJVEN

Art. 421. De bevelhebber der gewapende macht die weigert of opzettelijk nalaat, op de wettige vordering van het bevoegde burgerlijk gezag, de onder zijn bevel staande macht aan te wenden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Art. 422. De ambtenaar die opzettelijk de bijstand der gewapende macht inroept tegen de uitvoering van wettelijke voorschriften, van wettige bevelen van het openbaar gezag of van rechterlijke uitspraken of bevelschriften, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Indien die uitvoering daardoor wordt verhinderd, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

Art. 423. De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon die opzettelijk geld, ongemunt goud of geldswaardig papier, dat hij in zijn bediening onder zich heeft, verduistert, of toelaat dat het door een ander weggenomen of verduisterd wordt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Art. 424. De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon die opzettelijk boeken of registers, uitsluitend bestemd tot controle van de administratie, valselijk opmaakt of vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Art. 425. De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon die opzettelijk zaken bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers, welke hij in zijn bediening onder zich heeft, verduistert, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, of toelaat dat zij door een ander worden weggemaakt, vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden.

Art. 426. De ambtenaar die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 427. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren wordt gestraft de ambtenaar:

1o. die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten;

2o. die een gift aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten gevolge van of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening is gedaan of nagelaten.

Art. 428. De rechter die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde invloed te oefenen op de beslissing van een aan zijn oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

Indien die gift of belofte wordt aangenomen met het bewustzijn dat zij gedaan wordt om een veroordeling in een strafzaak te verkrijgen, wordt de rechter gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

Art. 429. De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

Art. 430. De ambtenaar die in de uitoefening zijner bediening, als verschuldigd aan hem zelf, aan een ander ambtenaar of aan enige openbare kas, vordert of ontvangt of bij een uitbetaling terughoudt hetgeen hij weet dat niet verschuldigd is, wordt, als schuldig aan knevelarij, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Art. 431. De ambtenaar die, belast met de bewaking van iemand die op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid is beroofd, hem opzettelijk laat ontsnappen of bevrijdt of bij zijn bevrijding of zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Indien de ontsnapping, bevrijding of zelfbevrijding aan zijn schuld te wijten is, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 432. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt gestraft:

1o. de ambtenaar met het opsporen van strafbare feiten belast, die opzettelijk niet voldoet aan de vordering om van een wederrechtelijke vrijheidsroving te doen blijken of daarvan aan de hogere macht opzettelijk niet onverwijld kennis geeft;

2o. de ambtenaar die, na in de uitoefening van zijn bediening kennis te hebben bekomen dat iemand op onwettige wijze van de vrijheid is beroofd, opzettelijk nalaat daarvan onverwijld kennis te geven aan een ambtenaar met het opsporen van strafbare feiten belast.

De ambtenaar aan wiens schuld enig in dit artikel omschreven verzuim te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 433. Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar wordt gestraft het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden, voorlopig aangehoudenen of gegijzelden, of van een openbaar opvoedingsgesticht of van een krankzinnigengesticht, die weigert te voldoen aan een wettige vordering om iemand, die in het gesticht is opgenomen, te vertonen, of om inzage te geven van het register van inschrijving of van de akte waarvan de inschrijving bij wet gevorderd wordt.

Art. 434. De ambtenaar die, met overschrijding van zijn bevoegdheid of zonder inachtneming van de bij wet bepaalde vormen, hetzij in de woning of in het bij een woning behorend erf, hetzij in het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik of aan een ander toebehorend, diens ondanks binnentreedt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Met gelijke straf wordt gestraft de ambtenaar die, ter gelegenheid ener huiszoeking, met overschrijding van zijn bevoegdheid of zonder inachtneming van de bij wet bepaalde vormen, geschriften, boeken of andere papieren onderzoekt of in beslag neemt.

Art. 435. De ambtenaar die, met overschrijding van zijn bevoegdheid, zich doet overleggen of in beslag neemt een aan enige openbare instelling van vervoer toevertrouwde brief, briefkaart, stuk of pakket, of een telegrafisch bericht dat zich in handen bevindt van een ambtenaar der telegrafie of van andere personen belast met de dienst van een ten algemene nutte gebezigde telegraafinrichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan de ambtenaar die, met overschrijding van zijn bevoegdheid, zich door een ambtenaar der telefonie of door andere personen belast met de dienst van een ten algemene nutte gebezigde telefooninrichting, doet inlichten terzake van enig verkeer hetwelk door tussenkomst van die instelling is geschied.

Art. 436. De ambtenaar van enige openbare instelling van vervoer die een aan zodanige instelling toevertrouwde brief, gesloten stuk of pakket opzettelijk en wederrechtelijk opent, daarvan inzage neemt of de inhoud aan een ander bekend maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.

Art. 437. De ambtenaar van enige openbare instelling van vervoer die een aan zodanige instelling toevertrouwde brief, briefkaart, stuk of pakket opzettelijk aan een ander dan de rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt, zich toeëigent, of de inhoud wijzigt of enig daarin gesloten voorwerp aan een ander dan de rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt of zich toeëigent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

Indien zodanig stuk of voorwerp geldswaarde heeft, wordt de toeëigening gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Art. 438. De ambtenaar der telegrafie of enig ander persoon belast met het toezicht op of met de dienst van een ten algemene nutte gebezigde telegraafinrichting, wordt gestraft:

1o. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden, indien hij de inhoud van een aan de telegrafie of aan zodanige inrichting toevertrouwd bericht opzettelijk en weder-rechtelijk aan een ander bekendmaakt of een telegram opzettelijk en wederrechtelijk opent, daarvan inzage neemt of de inhoud aan een ander bekendmaakt;

2o. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, indien hij een aan de telegrafie of aan zodanige inrichting toevertrouwd bericht of een telegram opzettelijk aan een ander dan de rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt, zich toeëigent of de inhoud wijzigt.

Art. 439. De ambtenaar der telefonie of enig ander persoon belast met het toezicht op of met de dienst van een ten algemene nutte gebezigde telefooninrichting, die de inhoud van een door tussenkomst van de telefonie of van zodanige inrichting gevoerd gesprek opzettelijk en wederrechtelijk aan een ander bekend maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.

Art. 440. De ambtenaar van enige openbare instelling van vervoer of der telegrafie of telefonie of enig ander in artikel 438 of artikel 439 bedoeld persoon die opzettelijk toelaat, dat een ander een der in de artikelen 436-439 vermelde feiten pleegt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met de straffen en naar de onderscheidingen in die bepalingen vastgesteld.

Art. 441. De ambtenaar die opzettelijk deelneemt, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen of leverantiën waarover hem op het tijdstip der handeling geheel of ten dele het bestuur of toezicht is opgedragen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste twaalf honderd gulden.

Art. 442. De ambtenaar van de burgerlijke stand die iemands huwelijk sluit, wetende dat deze daardoor een dubbel huwelijk aangaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

De ambtenaar van de burgerlijke stand die iemands huwelijk sluit, wetende dat daartegen enig ander wettig beletsel bestaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 443. Bij veroordelingen wegens een der in de artikelen 423, 427, 428, 430, 437, laatste lid en 442, eerste lid, omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 46 No. 3 en 4 vermelde rechten worden uitgesproken.


Bron: Surinaamse Wetten en Aanverwante Wettelijke Regelingen [1]

De website van De Nationale Assemblée stelt de wetgeving beschikbaar in haar redactie tot 2005. Wetsartikelen die later werden gewijzigd worden hier op deze Wikisource [tussen haakjes] opgenomen, met vermelding van het Staatsblad waarin de wijzigende bepaling werd bekendgemaakt.