Wetboek van Strafrecht Suriname (betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetboek van Strafrecht

Auteur Surinaamse staat
Genre(s) Wetboek
Brontaal Nederlands
Datering 14 oktober 1910
Vertaler Niet vertaald
Bron De Nationale Assemblée
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wetboek van Strafrecht op Wikipedia

Wetboek van Strafrecht Suriname

Boek I Titel IX

Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

TITEL IX. BETEKENIS VAN SOMMIGE IN HET WETBOEK VOORKOMENDE UITDRUKKINGEN

Art. 106. Waar van misdrijf in het algemeen of van enig misdrijf in het bijzonder gesproken wordt, wordt daaronder medeplichtigheid aan en poging tot dat misdrijf begrepen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.

Art. 107. Aanslag tot een feit bestaat, zodra het voornemen des daders zich door een begin van uitvoering, in de zin van artikel 70, heeft geopenbaard.

Art. 108. Samenspanning bestaat zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om het misdrijf te plegen.

Art. 109. Onder omwenteling wordt verstaan het vernietigen of op onwettige wijze veranderen van de wettige regeringsvorm van Suriname.

Art. 110. Met het plegen van geweld wordt gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht.

Art. 111. Onder zwaar lichamelijk letsel wordt begrepen:

ziekte of verwonding die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat of waardoor levensgevaar ontstaat; voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden;

verlies van het gebruik van enig zintuig;

verminking;

verlamming;

verstoring der geestesvermogens die langer dan vier weken geduurd heeft;

afdrijving of dood van de vrucht ener vrouw.

Art. 112. SURINAMER. Surinamer is hij die deze staat bezit volgens de wet op de nationaliteit en het ingezetenschap of op grond van een andere wettelijke regeling als Surinamer wordt behandeld.

Met de Surinamer staat gelijk ieder ander wiens uitlevering bij de wet is verboden.

Art. 113. Onder bevolking worden allen verstaan die zich in Suriname bevinden.

Art. 114. Onder ambtenaren worden begrepen alle personen verkozen bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen, zomede alle personen die uit anderen hoofde dan krachtens een verkiezing lid zijn van de Staten van Suriname, voorts alle leden van besturen van waterschappen en andere gemeenschappen ingesteld ingevolge artikel 118 der Surinaamse Staatsregeling.

Onder ambtenaren en onder rechters worden begrepen scheidsrechters; onder rechters zij die administratieve rechtsmacht uitoefenen.

Allen die tot de gewapende macht behoren, worden mede als ambtenaren beschouwd.

Art. 115. Onder koopman wordt verstaan ieder die een bedrijf uitoefent.

Art. 116. Onder schipper wordt verstaan elke gezagvoerder van een vaartuig of die deze vervangt.

Opvarenden zijn allen die zich aan boord bevinden, met uitzondering van de schipper.

Schepelingen zijn allen die zich als scheepsofficieren of scheepsgezellen aan boord bevinden.

Art. 117. Onder Surinaamse schepen worden alleen verstaan:

1o. die vaartuigen welke door de wet betreffende de afgifte van zeebrieven in Suriname als zeeschepen worden aangemerkt;

2o. de staatsvaartuigen welke buiten de tonnen in zee varen.

Art. 117a. 1º. Onder Surinaamse luchtvaartuigen worden verstaan luchtvaartuigen, die in het Surinaams luchtvaartuigenregister zijn ingeschreven.

2º. Met Surinaamse luchtvaartuigen worden gelijk gesteld luchtvaartuigen, die zonder bemanning zijn verhuurd aan een huurder, die de hoofdzetel van zijn bedrijf, of, indien de huurder niet een zodanige zetel heeft, zijn vaste verblijfplaats, in Suriname heeft.

Een luchtvaartuig is in vlucht van het moment waarop na het instappen alle buitendeuren zijn gesloten, tot het moment waarop voor het uitstappen een van de deuren wordt geopend. In geval van een noodlanding wordt de vlucht geacht voort te duren, totdat de bevoegde autoriteiten de verantwoordelijkheid voor het luchtvaartuig en voor de personen en goederen aan boord overnemen.

Een luchtvaartuig is in bedrijf van het begin van het gereed maken van het luchtvaartuig voor een bepaalde vlucht door het grondpersoneel of door de bemanning tot het moment, waarop sedert de landing 24 uren verstreken zijn. De periode, tijdens welke het luchtvaartuig in bedrijf is, strekt zich in elk geval uit tot de gehele periode, tijdens welke het luchtvaartuig in vlucht is.

Art. 118. Vervallen.

Art. 118a. Onder installatie ter zee wordt verstaan elke installatie, opgericht op de bodem van de territoriale zee van Suriname of op dat deel van de Atlantische Oceaan, waarvan de grenzen met die van het aan Suriname toekomende gedeelte van het continentale plateau samenvallen.

Art. 119. Onder vijand worden begrepen opstandelingen.

Onder oorlog wordt begrepen burgeroorlog.

Onder tijd van oorlog wordt begrepen de tijd waarin oorlog dreigende is.

Art. 120. Door dag wordt verstaan een tijd van vier en twintig uren, door maand een tijd van dertig dagen.

Art. 121. Door nacht wordt verstaan de tijd tussen half zeven uur des avonds en half zes uur des morgens.

Art. 122. Onder inklimming wordt begrepen ondergraving alsmede het overschrijden van sloten of grachten tot afsluiting dienende.

Art. 123. Onder valse sleutels worden begrepen alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen.

Art. 124. Onder vee worden verstaan paarden, muildieren, muilezels, ezels, runderen, schapen, bokken, geiten en varkens.

Art. 125. Onder opkoper wordt verstaan hij die van opkopen een beroep of een gewoonte maakt.

Onder opkopen worden begrepen alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmede kenlijk hetzelfde wordt beoogd.

Art. 126. Onder electriciteitswerken worden verstaan werken dienende tot voortbrenging, geleiding, transformatie of levering van electriciteit, en daarmede in verband staande beveiligings-, bevestigings-, ondersteunings- en waarschuwingswerken.

Onder electriciteitswerken worden niet begrepen telegraaf- en telefoonwerken.

Art. 126 bis. Onder discriminatie wordt verstaan elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben, dat de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het openbare leven, wordt te niet gedaan of aangetast.


Bron: Surinaamse Wetten en Aanverwante Wettelijke Regelingen [1]

De website van De Nationale Assemblée stelt de wetgeving beschikbaar in haar redactie tot 2005. Wetsartikelen die later werden gewijzigd worden hier op deze Wikisource [tussen haakjes] opgenomen, met vermelding van het Staatsblad waarin de wijzigende bepaling werd bekendgemaakt.