Wetboek van Strafrecht Suriname (overtredingen betreffende de openbare orde)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetboek van Strafrecht

Auteur Surinaamse staat
Genre(s) Wetboek
Brontaal Nederlands
Datering 14 oktober 1910
Vertaler Niet vertaald
Bron De Nationale Assemblée
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wetboek van Strafrecht op Wikipedia

Wetboek van Strafrecht Suriname

Boek III Titel II

Overtredingen betreffende de openbare orde

Art. 500. Hij, die op een van de openbare weg zichtbare plaats woorden of afbeeldingen stelt of gesteld houdt, die, als smalende Godslasteringen, voor godsdienstige gevoelens krenkend zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 500. bis Hij die deelneemt of geldelijke of andere steun verleent aan activiteiten, gericht op discriminatie van mensen wegens hun ras, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van ten hoogste tweehonderd gulden.


Art. 500. tres Hij die, in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, bij het aanbieden van goederen of diensten, dan wel bij het gestand doen van een aanbod, iemand wegens zijn ras achterstelt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste eenhonderd gulden.


Art. 501. Hij die zonder verlof van het bevoegd gezag een opneming doet, een tekening of beschrijving maakt van enig militair werk, of die openbaar maakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.


Art. 502. Met geldboete van ten hoogste vijftien gulden wordt gestraft:

1o. hij die burengerucht verwekt;

2o. hij die rumoer verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord;

3o. hij die in de nabijheid van gebouwen voor een geoorloofde godsdienstoefening of voor de rechtspraak of de zitting der Staten bestemd, tijdens er dienst wordt gedaan of zitting wordt gehouden, rumoer maakt waardoor de dienst of de zitting kan worden verstoord.


Art. 503.Met hechtenis van ten hoogste zes weken wordt gestraft:

1o. als schuldig aan bedelarij, hij die in het openbaar bedelt;

2o. als schuldig aan landloperij, hij die zonder middelen van bestaan rondzwerft;

3o. hij die als souteneur uit de ontucht van een vrouw voordeel trekt.

Art. 504.Bedelarij of landloperij, gepleegd door drie of meer personen boven de leeftijd van zestien jaren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden.


Art. 505.Indien tijdens het plegen van een der in de twee vorige artikelen omschreven overtredingen nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van die overtredingen onherroepelijk is geworden, kan de straf worden verdubbeld.


Art. 506. De schuldige aan één der in de drie vorige artikelen omschreven overtredingen kan bovendien, zo hij tot werken in staat is, met inachtneming overigens van het bepaalde bij de artikelen 56-63 tot plaatsing in een staatswerkinrichting worden veroordeeld voor ten hoogste drie jaren.


Art. 507.Met geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft;

1o. hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een Surinaams ordeteken draagt;

2o. hij die zonder verlof van het bevoegde gezag, waar dit vereist wordt, een vreemd ordeteken, titel, rang of waardigheid aanneemt;

3o. hij die, door het bevoegd gezag naar zijn naam gevraagd, een valse naam opgeeft.


Art. 508. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van het Rode Kruis-teken of van de woorden "Rode Kruis" of "Kruis van Gèneve", of van daarmede door de wetten en gebruiken van de oorlog gelijkgestelde tekens of woorden, dan wel van tekens of woorden, die daarvan een nabootsing zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.


Art. 508a. Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft hij die het wapen van het Zwitserse Eedgenootschap of een teken, hetwelk een nabootsing daarvan vormt gebruikt

hetzij als fabrieks- of handelsmerk of als onderdeel van zulk een merk, hetzij met een doel, strijdig met de eerlijkheid in de handel, hetzij onder omstandigheden die het Zwitserse nationale gevoel zouden kunnen krenken.


Art. 509.Hij die in het openbaar kledingstukken of opzichtige onderscheidingstekenen draagt of voert, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden.


Art. 509a. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van woorden, uitdrukkingen of kentekenen, die aanduiden of de indruk kunnen wekken, dat zijn optreden is bevorderd dan wel de steun of erkenning geniet vanwege Suriname, een buitenlandse mogendheid of vanwege een volkenrechtelijke organisatie wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.


Art. 510. De bestuurder of commissaris van een naamloze vennootschap of een ander in haar dienst, die in strijd handelt met enig wettelijk voorschrift betreffende de vermelding van de naam, de plaats van vestiging of het kapitaal der vennootschap, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 511. De bestuurder van een naamloze vennootschap, die niet voldoet aan enige hem bij artikel 54 van het Surinaams Wetboek van Koophandel opgelegde verplichting betreffende het register van aandeelhouders, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.


Art. 512. De bestuurder van een naamloze vennootschap, die niet voldoet aan enige hem bij het Surinaams Wetboek van Koophandel opgelegde verplichting betreffende de openbaarmaking van enig besluit van aandeelhouders, het opmaken van de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting, de openbaarmaking of nederlegging ter inzage van enig stuk, of de aankondiging van dergelijke nederlegging, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.


Art. 513. Hij die niet toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe bij wet een toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak dat beroep uitoefent, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Hij die, toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe bij wet een toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak in de uitoefening van dat beroep de grenzen zijner bevoegdheid overschrijdt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, in het geval van het eerste lid, hechtenis van ten hoogste twee maanden, in het geval van het tweede lid, hechtenis van ten hoogste een maand worden opgelegd.


Art. 514.Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdra-ger, opkoper of tagrijn:

1o. die geen doorlopend register houdt of in het door hem gehouden register niet onverwijld aantekening houdt van alle door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, of daarin niet onverwijld vermeldt de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging, de namen en woonplaatsen dergenen van wie en dergenen uit wier handen de goederen zijn verkregen, of die nalaat dat register op eerste aanvrage ter inzage te vertonen aan de Districts-Commissaris of een door deze aangewezen ambtenaar;

2o. die enig voorschrift overtreedt door de President met betrekking tot het register uitgevaardigd.


Art. 515. hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste drie duizend gulden wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdra-ger, opkoper, of tagrijn:

1o. die enig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een kind dat de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

2o. die enig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van iemand van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij is opgenomen in een strafinrichting, opvoedingsgesticht, weeshuis, krankzinnigengesticht of instelling van weldadigheid;

3o. die enig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een hem onbekend persoon, tenzij blijkt dat diens naam en woonplaats juist zijn opgegeven of dat de opgaven betreffende diens naam en woonplaats redelijkerwijs als juist mochten worden aanvaard;

4o. die nalaat behoorlijke voorzorgsmaatregelen te nemen of behoorlijk toezicht te oefenen of te doen oefenen, om te voorkomen dat een voor hem handelende persoon een feit begaat als onder No. 1-3 omschreven;

5o. voor of door wie enig voorwerp dat bij hem door of vanwege Justitie of politie met duidelijke omschrijving schriftelijk als door misdrijf aan de rechthebbende onttrokken of verloren is aangegeven, wordt gekocht, ingeruild, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen;

6o. die aan een hem schriftelijk uitgereikte last door of vanwege de Districts-Commissaris tot het gedurende een daarbij aangegeven tijd, veertien dagen niet te boven gaande, bewaren of in bewaring geven van enig voorwerp dat hij onder zich heeft, of aan een hem bij die last gegeven aanwijzing geen gevolg geeft;

7o. die nalaat de van hem bij schriftelijke vordering door of vanwege de Districts-Commissaris gevraagde opgaven betreffende door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aange-nomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen binnen de termijn bij de vordering -gesteld, naar waarheid te verschaffen.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan de voor een goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkoper of tagrijn handelende persoon, die een feit be-gaat, als in het voorgaande lid onder No. 1-3 omschreven.

De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding begaan heeft.

Voor de toepassing van No. 3 van het eerste lid wordt een persoon als onbekend aangemerkt, indien degene die het voorwerp heeft gekocht, ingeruild, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen, die persoon aan de Districts-Commissaris of een door deze aangewezen ambtenaar, op eerste aanvrage niet voldoende aanduidt.


Art. 516.Hij die van opkopen een beroep of een gewoonte maakt zonder daarvan tevoren de Districts-Commissaris of een door deze aangewezen ambtenaar schriftelijk in kennis te hebben gesteld, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste twee duizend gulden.


Art. 517.Hij die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen en geen doorlopend register houdt, of nalaat in dat register aan te tekenen of te doen aantekenen de namen, beroep of betrekking, woonplaats, dag van aankomst en van vertrek van de personen die een nacht in zijn huis hebben doorgebracht, of die nalaat dat register op aanvrage te vertonen, aan de Districts-Commissaris of aan de door deze aangewezen ambtenaar, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, inplaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste zes dagen worden opgelegd.


Art. 518.Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft:

1o. hij die van een krijgsman beneden de rang van officier goederen behorende tot de kleding, uitrusting of wapening koopt, inruilt, als geschenk aanneemt, in pand, gebruik of bewaring neemt, of zodanige goederen voor een krijgsman beneden de rang van officier verkoopt, ruilt, ten geschenke, in pand, gebruik of bewaring geeft, zonder schriftelijke vergunning door of van wege de bevelvoerende officier afgegeven;

2o. hij die, een gewoonte makende van het kopen van zodanige goederen, de bij staatsbesluit gegeven voorschriften omtrent het daarvan te houden register niet naleeft.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen worden verdubbeld.


Art. 519.Hij die drukwerken of stukken metaal in een vorm die ze op munt- of bankbiljetten, op muntspecien, op van staatsmerken voorziene gouden of zilveren werken of op postzegels doet gelijken, vervaardigt, verspreidt of ter verspreiding in voorraad heeft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

De voorwerpen waarmede de overtreding plaats heeft, kunnen worden verbeurd verklaard.


Art. 520.Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden wordt gestraft hij die de inhoud van hetgeen door middel van een onder zijn beheer staand of door hem gebruikt ontvangtoestel voor draadloze telegrafie of telefonie is opgevangen en, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, niet voor hem of voor het publiek bestemd is, hetzij aan een ander mededeelt, indien hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat dan openlijke bekendmaking van de inhoud volgen zal en zodanige bekendmaking volgt, hetzij openlijk bekend maakt.


Art. 521. Met hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft:

1o. hij die, surseance van betaling verkregen hebbende, eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd;

2o. de bestuurder of commissaris ener vennootschap, maatschappij, vereniging of stichting welke surseance van betaling verkregen heeft, die eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd.


Bron: Surinaamse Wetten en Aanverwante Wettelijke Regelingen [1]

De website van De Nationale Assemblée stelt de wetgeving beschikbaar in haar redactie tot 2005. Wetsartikelen die later werden gewijzigd worden hier op deze Wikisource [tussen haakjes] opgenomen, met vermelding van het Staatsblad waarin de wijzigende bepaling werd bekendgemaakt.



TITEL III OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET OPENBAAR GEZAG


Art. 522. Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige, als eedsafnemer of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.


Art. 523. Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, weigert zich door de daartoe aangewezen eedsafnemer te doen bijstaan, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.


Art. 524. Hij die, in zaken van minderjarigen of onder curatele te stellen of gestelde personen of van hen die in een krankzinnigengesticht zijn opgenomen als bloedverwant, aangehuwde, echtgenoot, voogd of toeziende voogd, curator of toeziende curator, voor de rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten, door tussenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschoning, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.


Art. 525. Hij die, bij het bestaan van gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of bij ontdekking van een misdrijf op heterdaad, het hulpbetoon weigert dat de openbare macht van hem vordert en waartoe hij, zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen, in staat is, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.

Deze bepaling is, ingeval van gevorderd hulpbetoon bij ontdekking van een misdrijf op heter daad, niet van toepassing op hem die dat hulpbetoon weigert ten einde gevaar van vervol-ging te ontgaan of af te wenden van een zijner bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie, of in de tweede of derde graad der zijlinie, of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.


Art. 526. Hij die een bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.


Art. 527. Hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de verplichting, opgelegd in artikel 381 in verband met artikel 380 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, of aan een der verplich-tingen, opgelegd bij het krachtens het tweede lid van artikel 378 van dat Wetboek uitgevaardigd staatsbesluit wordt gestraft met geldboete van ten hoogste duizend gulden.


TITEL IV OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE BURGERLIJKE STAAT

Art. 528.Hij die niet voldoet aan een wettelijke verplichting tot aangifte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor de registers van geboorte of overlijden, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 528bis. Hij die ingevolge art. 63 bis van het Surinaams Burgerlijk Wetboek verplicht is een geslachtsnaam en voornaam (voornamen) te kiezen, en zulks nalaat, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste een honderd gulden of hechtenis van ten hoogste veertien dagen.


Art. 529.De bedienaar van de godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat haar huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken, enige godsdien-stige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.


TITEL V OVERTREDINGEN BETREFFENDE HULPBEHOEVENDEN


Art. 530. Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zich zelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.


TITEL VI OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE ZEDEN


Art. 531. Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft:

1o. hij die in het openbaar of op een van de openbare weg zichtbare plaats ongekleed of niet voldoende gekleed verschijnt;

2o. hij die in het openbaar voor de eerbaarheid aanstotelijke woorden uit;

3o. hij die op een van de openbare weg zichtbare plaats voor de eerbaarheid aanstotelijke woorden of tekeningen stelt.

De terreinen en fabrieken op de plantages en gronden worden als openbare plaatsen beschouwd.


Art. 532.Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste tweehonderdgulden wordt gestraft:

1o. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, enig geschrift, waarvan de leesbaar gestelde titel, omslag of inhoud geschikt is om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, of enige afbeelding of enig voorwerp, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten toon stelt, aanbiedt of aanslaat;

2o. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, de inhoud van enig geschrift, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten gehore brengt.

Met dezelfde straf wordt gestraft:

1o. hij die enig geschrift, enige afbeelding of enig voorwerp, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, aan een minderjarige beneden de zestien jaren aanbiedt, blijvend of tijdelijk afstaat, in handen geeft of vertoont;

2o. hij die de inhoud van een zodanig geschrift in tegenwoordigheid van een minderjarige beneden de zestien jaren ten gehore brengt.


Art. 533.Hij die hetzij enig middel tot voorkoming van zwangerschap openlijk ten toon stelt, hetzij zodanig middel of diensten ter voorkoming van zwangerschap openlijk of ongevraagd aanbiedt, of openlijk, of door verspreiding van enig geschrift ongevraagd, als verkrijgbaar aanwijst, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste twee honderd gulden.


Art. 534.Hij die hetzij enig middel tot verstoring van zwangerschap openlijk ten toon stelt, hetzij openlijk of ongevraagd zodanig middel of diensten ter verstoring van zwangerschap aanbiedt of als verkrijgbaar aanwijst, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.


Art. 535.Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke of de in artikel 493 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten hoogste dertig gulden.

Bij tweede herhaling binnen een jaar nadat de eerste veroordeling wegens herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis van ten hoogste twee weken opgelegd.


Bij derde of volgende herhalingen gepleegd telkens binnen een jaar nadat de laatste veroordeling wegens tweede of volgende herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis opgelegd van ten hoogste drie maanden en kan de schuldige daarenboven, zo hij tot werken in staat is, tot plaatsing in een staatswerkinrichting worden veroordeeld voor ten hoogste een jaar.

In geval van herhaling van overtreding na te zijn geplaatst in een staatswerkinrichting, vangt de termijn van een jaar, bedoeld in de vorige zinsnede, aan op de dag van het ontslag uit de staatswerkinrichting.


Art. 536. De verkoper van sterke drank of zijn vervanger die in de uitoefening van het beroep aan een kind beneden de zestien jaren sterke drank toedient of verkoopt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie weken of geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 537. Met hechtenis van ten hoogste acht dagen of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft:

1o. hij die dieren arbeid doet verrichten, welke kenlijk hun krachten te boven gaat;

2o. hij die dieren nodeloos arbeid doet verrichten op pijnlijke of kwellende wijze;

3o. hij die kreupele, schurftige, gewonde of kenlijk drachtige of zogende dieren arbeid doet verrichten, waartoe zij uit hoofde van hun toestand ongeschikt zijn, of op pijnlijke of kwellende wijze;

4o. hij die dieren nodeloos vervoert of doet vervoeren op pijnlijke of kwellende wijze;

5o. hij die dieren vervoert of doet vervoeren, zonder hun het nodige levensonderhoud te verschaffen of te doen verschaffen;

6o. hij die dieren vervoert, laadt of lost dan wel doet vervoeren, laden of lossen op een wijze welke in strijd is met de bij staatsbesluit daaromtrent gestelde regelen.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een dezer overtredingen of wegens het in artikel 312 omschreven misdrijf onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten hoogste veertien dagen worden opgelegd.


Art. 538. Hij die gebruik maakt van een in strijd met de bepalingen van artikel 313 opengestelde gelegenheid tot hazardspel, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste een maand worden opgelegd.


Art. 539. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden wordt gestraft:

1o. hij die zijn tussenkomst verleent bij het aanbieden of gelegenheid geven tot hazardspel, waarvoor geen vergunning bedoeld in artikel 313 is verleend;

2o. hij die voorwerpen of stoffen in zijn bezit heeft, die klaarblijkelijk bestemd zijn of geweest zijn, al dan niet na enige bewerking, tot het plegen van enige overtreding van de artikelen 313 of 538 en van dit artikel sub 1o ;

Indien tijdens het plegen van enige overtreding als in dit artikel bedoeld, nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een dezer overtredingen onherroepelijk is geworden kunnen de straffen worden verdubbeld.


Art. 540. Vervallen.


Art. 541. Hij die zijn bedrijf maakt van waarzeggen, voorspellen of dromenuitleggen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten hoogste dertig gulden.


TITEL VII OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VELDPOLITIE


Art. 542. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zijn niet uitvliegend pluimgedierte laat lopen in tuinen of op enige grond die bezaaid, bepoot of beplant is, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.


Art. 543. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, vee laat lopen in tuinen, op enig weiland, op enige grond die, hetzij bezaaid, bepoot of beplant is, hetzij ter bezaaiïng, bepoting of beplanting is gereedgemaakt of waarvan de oogst nog niet is weggehaald, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.


.Art 544. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, loopt of rijdt op enige grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of die ter bezaaiïng, bepoting of beplanting is gereed gemaakt of op enig weiland, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.


Art. 545. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, over eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, loopt, rijdt of vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.


Art. 546. Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich begeeft of ophoudt op een grond of plantage tegen de uitgedrukte en hem kennelijk geworden wil van de eigenaar, beheerder of gezagvoerder, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


TITEL VIII AMBTSOVERTREDINGEN


Art. 547.De ambtenaar, bevoegd tot de uitgifte van afschriften of uittreksels van vonnissen, die zodanig afschrift of uittreksel uitgeeft alvorens het vonnis behoorlijk is ondertekend, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

Art. 548.De ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag afschrift maakt of uittreksel neemt van geheime regeringsbescheiden of staatsstukken of die bekend maakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 549.Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden wordt gestraft de gewezen ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag:

1o. regeringsbescheiden of staatsstukken onder zich houdt;

2o. afschriften maakt of uittreksels neemt van geheime regeringsbescheiden of staatsstukken of die bekendmaakt.


Art. 550.Het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden, voorlopig aangehoudenen of gegijzelden, van een landsopvoedingsgesticht of van een krankzinnigengesticht, die iemand in het gesticht opneemt of houdt, zonder zich het bevel van de bevoegde macht of de rechterlijke uitspraak te hebben laten vertonen, of die nalaat van deze opneming en van het bevel of de uitspraak op grond waarvan zij geschiedt, in zijn registers de vereiste inschrijving te doen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden.

Art. 551.De ambtenaar van de burgerlijke stand die nalaat vóór de voltrekking van een huwelijk zich de bewijsstukken of verklaringen te laten geven die de burgerlijke wet vordert, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.


Art. 552. De ambtenaar van de burgerlijke stand die in strijd handelt met enig voorschrift der burgerlijke wet omtrent de registers of de akten van de burgerlijke stand of omtrent de formaliteiten voor of bij de voltrekking van een huwelijk, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 553. De ambtenaar van de burgerlijke stand die nalaat een akte in de registers in te schrijven of een akte op een los blad schrijft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

Art. 554. Met geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft:

1o. de ambtenaar van de burgerlijke stand die nalaat aan het bevoegd gezag de opgaven te doen die enig wettelijk voorschrift van hem vordert;

2o. de ambtenaar die nalaat aan de ambtenaar van de burgerlijke stand de opgaven te doen die enig wettelijk voorschrift van hem vordert.


TITEL IX SCHEEPVAARTOVERTREDINGEN


Art. 555. De schipper van een Surinaams vaartuig die vertrekt alvorens de bij wet vereiste monsterrol is opgemaakt en getekend, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 556. De schipper van een Surinaams vaartuig, die niet alle door of krachtens wettelijke bepalingen gevorderde scheepspapieren, boeken of bescheiden aan boord heeft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 557. Met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:

1o. de schipper van een Surinaams vaartuig die niet zorgt, dat aan boord van zijn vaartuig de bij wet vereiste dagboeken overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden gehouden of die dagboeken niet vertoont wanneer en waar de wet dit vordert;

2o. de schipper van een Surinaams vaartuig die het bij wet vereiste strafregister niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften houdt of niet vertoont wanneer en waar een wet dit vordert;

3o. de schipper van een Surinaams vaartuig die, bij gemis van strafregister, nalaat de rechter de bij wet gevorderde mededelingen te doen;

4o. de reder, boekhouder of schipper van een Surinaams vaartuig die weigert aan belanghebbenden op hun aanvrage inzage of, tegen betaling van de kosten, afschrift te ver-strekken van de aan boord van het vaartuig gehouden dagboeken.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaar zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kan, inplaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.


Art. 558.De schipper van een Surinaams vaartuig die niet voldoet aan zijn wettelijke verplichting betreffende de inschrijving en kennisgeving van geboorten of sterfgevallen, die gedurende een zeereis plaats hebben, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.


Art. 559.De schipper of schepeling die niet in acht neemt de wettelijke voorschriften vastgesteld tot voorkoming van aanvaring of aandrijving, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.


Art. 560.Vervallen.


Art. 561.De schipper van een Surinaams vaartuig, die niet voldoet aan de verplichtingen, hem opgelegd in het tweede lid van artikel 456 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.


Art. 562.De reder en de schipper van een Surinaams vaartuig, aan boord waarvan personen als schepelingen werkzaam zijn in strijd met het verbod van artikel 506 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, worden gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden voor iedere persoon, die aldus werkzaam is.


Art. 563.Hij die een cognossement, waarvan de afgifte in strijd is met het bepaalde in artikel 635 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, ondertekent, alsmede degene voor wie hij dit overeenkomstig zijn bevoegdheid doet, wordt, indien daarop de afgifte volgt, gestraft met een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.


Art. 564. Hij die een reisbiljet, waarvan de afgifte in strijd is met het bepaalde in artikel 749 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, ondertekent, alsmede degene voor wie hij dit overeenkomstig zijn bevoegdheid doet, wordt, indien de afgifte volgt, gestraft met een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

Met gelijke straf wordt gestraft hij, die in strijd met het bepaalde in artikel 749 van het Surinaams Wetboek van Koophandel een niet-ondertekend reisbiljet afgeeft, alsmede degene, voor wie hij dit overeenkomstig zijn bevoegdheid doet.


SLOTBEPALING

Art. 565. Vervallen.