Wetboek van Strafrecht Suriname (tweegevecht)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetboek van Strafrecht

Auteur Surinaamse staat
Genre(s) Wetboek
Brontaal Nederlands
Datering 14 oktober 1910
Vertaler Niet vertaald
Bron De Nationale Assemblée
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wetboek van Strafrecht op Wikipedia

Wetboek van Strafrecht Suriname

Boek II Titel VI

Tweegevecht

TITEL VI. TWEEGEVECHT

Art. 202. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden wordt gestraft:

1o. hij die iemand tot een uitdaging tot tweegevecht of tot het aannemen van een uitdaging aanzet, indien daarop een tweegevecht volgt;

2o. hij die opzettelijk een uitdaging overbrengt, indien daarop een tweegevecht volgt.

Art. 203. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden wordt gestraft hij die iemand in het openbaar of in tegenwoordigheid van derden verwijtingen doet of hem aan bespotting prijs geeft, omdat hij niet tot tweegevecht heeft uitgedaagd of omdat hij een uitdaging heeft afgewezen.

Art. 204. Tweegevecht wordt ten aanzien van hem die zijn tegenpartij geen lichamelijk letsel toebrengt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

Hij die zijn tegenpartij enig lichamelijk letsel toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Hij die zijn tegenpartij zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Hij die zijn tegenpartij van het leven berooft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of, indien het tweegevecht op leven of dood was aangegaan, met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

Poging tot tweegevecht is niet strafbaar.

Art. 205. Op hem die in een tweegevecht zijn tegenpartij van het leven berooft of haar enig lichamelijk letsel toebrengt, worden de bepalingen omtrent moord, doodslag of mishandeling toegepast:

1o. indien de voorwaarden niet vooraf zijn geregeld;

2o. indien het tweegevecht niet plaats heeft in tegenwoordigheid van wederzijdse getuigen;

3o. indien de dader, opzettelijk en ten nadele van de tegenpartij, zich aan enige bedriegelijke handeling schuldig maakt of van de voorwaarden afwijkt.

Art. 206. Getuigen en geneeskundigen die een tweegevecht bijwonen, zijn niet strafbaar.

De getuigen worden gestraft:

1o. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, indien de voorwaarden niet vooraf zijn geregeld, of indien zij partijen tot voortzetting van het tweegevecht aanzetten;

2o. met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren, indien zij opzettelijk en ten nadele van een of beide partijen, zich aan enige bedriegelijke handeling schuldig maken of enige door partijen gepleegde bedriegelijke handeling toelaten, of toelaten dat van de voorwaarden wordt afgeweken.

De bepalingen omtrent moord, doodslag of mishandeling worden toegepast op de getuige bij een tweegevecht, waarin een der partijen van het leven is beroofd of haar enig lichamelijk letsel is toegebracht, indien hij, opzettelijk en ten nadele van die partij, zich aan enige bedriegelijke handeling heeft schuldig gemaakt of enige bedriegelijke handeling heeft toegelaten, of heeft toegelaten, dat ten nadele van de verslagene of verwonde van de voorwaarden is afgeweken.


Bron: Surinaamse Wetten en Aanverwante Wettelijke Regelingen [1]

De website van De Nationale Assemblée stelt de wetgeving beschikbaar in haar redactie tot 2005. Wetsartikelen die later werden gewijzigd worden hier op deze Wikisource [tussen haakjes] opgenomen, met vermelding van het Staatsblad waarin de wijzigende bepaling werd bekendgemaakt.