Wie was Jezus Christus?

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Who was Jesus Christ?

Auteur Charles Bradlaugh
Genre(s)
Brontaal Engels
Datering 1860
Vertaler Linkin
Bron Vertaling van het Engelse origineel
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Who was Jesus Christ? op Wikipedia

VEEL mensen zullen vinden dat de vraag afdoende beantwoord is door de evangeliën en dat er geen verdere onderzoek noodzakelijk is. Maar terwijl de algemene christelijke beweging aanvaard dat Jezus de incarnatie was van God op aarde, ontkennen de unitarische christenen, minder in numerieke sterkte maar bedragend een groter deel van de intelligentere en humanere gelovigen, totaal zijn goddelijkheid; de Joden, van wie hij eentje zou zijn, geloven helemaal niet in hem; en de enorme meerderheid van de wereldbewoners heeft nooit de evangeliën aanvaard. Zelfs in de eerste eeuwen van de Christelijke Kerk zijn er ketters gevonden tussen de christenen zelf, die ontkenden dat Jezus ooit bestaan heeft in lichamelijke vorm. Onder deze omstandigheden zouden de meest devote mensen moeten toegeven dat het verstandig is om het vraagstuk tot het uiterste te vervolgen, zodat hun geloof kan rusten op stevige fundamenten. De geschiedenis van Jezus Christus bevindt zich in vier boeken of evangeliën; buiten dit kan niet alsof gedaan worden dat er ergens een betrouwbaar omschrijving over zijn leven bestaat. Wij weten niet eens met zekerheid en hebben geen enkele middel om te weten, wanneer, waar en door wie deze evangeliën zijn geschreven. De naam boven iedere evangelie geeft geen enkele aanwijzing over de werkelijke schrijver. Voor 160 n. Chr. vermelde geen enkele auteur de evangelies van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes, en er is geen afdoende bewijs om de evangeliën die we nu bezitten zelfs te identificeren met de geschriften waarnaar Ireanaeus verwijst aan het einde van de tweede eeuw. De Kerk heeft ons een auteur voor iedere evangelie verstrekt, en sommige vroege kerkvaders hebben geredeneerd dat er vier evangeliën moeten zijn, omdat er vier seizoenen zijn, vier basispunten van het kompas en vier hoeken van de wereld. Gedurfdere speculanten aanvaarden twaalf apostelen, omdat er twaalf tekens zijn in de zodiak. Ten aanzien van het evangelie eerste in rang verschillen godgeleerden van mening over de taal waarin het oorspronkelijk is geschreven. Sommigen beweren dat het origineel in het Hebreeuws was geschreven, terwijl anderen ontkennen dat onze Griekse versie enige karaktertrekken hebben van een vertaling.

Wij weten noch het uur, noch de dag, noch de maand, noch het jaar van de geboorte van Jezus. Geestelijken zijn over het algemeen eens dat hij niet geboren is op kerstdag, en toch wordt op die dag zijn geboortedag herdacht. De Oxford Chronologie verheldert de zaak op geen enkele wijze, en meer dan dertig geleerde autoriteiten geven een periode met zeven jaar verschil in hun tijdrekening. De geboorteplaats is ook onzeker. De Joden, in het bijzijn van Jezus, verweten hem dat hij in Bethlehem zou moeten zijn geboren, en hij heeft nooit geantwoord “Ik ben daar geboren”, (Johannes VII. 41, 42, 52).

Jezus was de zoon van David, de zoon van Abraham (Mattheüs I) van wie zijn afkomst is getraceerd via Isaak – geboren uit Saraï (die volgens de schrijver van de brief aan Galaten [IV. 24] een verbond was en niet een vrouw) – en uiteindelijk via Jozef, die niet eens zijn vader was, maar het is niet vermeldt wat voor soort relatie hij had met hem, en daarom de genealogie niet via hem getraceerd kan worden. Er zijn twee genealogieën in de evangeliën die elkaar tegenspreken, en deze kunnen vergeleken worden met de genealogie uit het Oude Testament, die van beiden afwijken. Het evangelie van Mattheüs spreekt zichzelf tegen, telt dertien namen als veertien, en mist de namen van drie koningen. Mattheüs zegt dat Abiud de zoon van Zorobabel was (I 13). Lucas zegt dat Rhesa de zoon van Zorobabel was. Het Oude Testament spreekt beiden tegen, en geeft Meshullam en Hananiah en Selomith en hun zuster (1 Kronieken III. 19) als de namen van Zorobabel’s kinderen. De vermoedelijke vader van Jezus, Jozef, had twee vaders, een genaamd Jacob en de ander Heli. De godgeleerden suggereren dat Heli de vader was van Maria, door het lezen van het woord “Maria” in Lucas III. 23 in plaats van “Jozef” en het woord “dochter” in plaats van “zoon”, dus door het verbeteren van de overduidelijke blunder gemaakt door goddelijke inspiratie. De geboorte van Jezus werd miraculeus bekend gemaakt aan Maria en Jozef door middel van bezoeken door een engel, maar zij achtten die miraculeuze bekendmaking zo klein dat zij versteld stonden door de zo minder wonderlijke dingen gezegd door Simeon.

Jezus was de zoon van God, en God gemanifesteerd in het vlees, en zijn geboorte was eerst ontdekt door een aantal wijze mannen of astrologen, een klasse die in de Bijbel genoemd wordt als een gruwel in Gods ogen. Deze mannen zagen zijn ster in het Oosten, maar het vertelde hun niet veel, want zij moesten blijkbaar om informatie vragen aan koning Herodus. Herodus op zijn beurt vroeg aan de hoofdpriesters en schriftgeleerden; en het is evident dat Jeremia gelijk had toen hij zei: “De profeten profeteren vals, en de priesters heersen door middel van hen”, want deze hoofdpriesters mislazen de profeten of citeerden het Heilige Schrift onjuist, waarover beweerd wordt dat het de openbaring van God is, en verzon een valse profetie (Mattheüs II. 5,6 cf. Micha V. 2.) bij het weglaten van een aantal woorden en het toevoegen van een aantal woorden aan een tekst zodat het met hun doeleinden overeenkwam. De ster – nadat de wijze mannen wisten waar naar ze toe moesten en niet langer zijn steun nodig hadden – leidde en ging hen voor tot dat die stil stond boven de plek waar het jonge kind was. Het verhaal zal beter begrepen worden als de lezer buiten zou lopen gedurende een heldere nacht, een ster opmerkte, en dan probeert om het ene huis waarboven deze ster exact stil staat nauwkeurig te bepalen. De schrijver van het derde evangelie, die niks schrijft over het sterverhaal, spreekt over een engel die aan een paar herders vertelde over het wonderlijke, maar dit lijkt niet gebeurd te zijn in de regeerperiode van Herodus.

Nadat de wijze mannen Jezus hadden verlaten, waarschuwde een engel Jozef dat hij met Jezus en Maria moest vluchten naar Egypte; en Jozef vluchtte, en bleef daar met het jonge kind en zijn moeder tot de dood van Herodus; en er werd beweerd dat dit gebeurde om een profetie te vervullen. De woorden (Hosea XI. 1) zijn niet profetisch en hebben geen enkele relatie met Jezus. De Jezus van het derde evangelie is helemaal nooit naar Egypte geweest tijdens zijn kindertijd.

Toen Jezus ongeveer dertig jaar oud was, werd hij gedoopt door Johannes in de rivier de Jordaan. Johannes, die hem herkende volgens het eerste evangelie, weigerde hem direct toen hij hem zag; maar volgens het vierde evangelie herkende hij hem niet, en had daarom geen reden om hem te weigeren. God is een “onzichtbaar geest”, die geen enkel mens had gezien (Johannes I. 18) of kan zien (Exodus XXXIII. 20); maar de mens Johannes zag de geest van God neerdalen als een duif. God is overal, maar hij was op dat moment in de hemel, vanwaar hij zei: “Dit is mijn geliefde zoon, over wie ik tevreden ben.” Hoewel Johannes dit hoorde uit Gods eigen mond, handelde hij niet altijd of hij het echt geloofde, want een tijd na de doop stuurde hij twee van zijn discipelen naar Jezus om te vragen of hij werkelijk de Christus was (Mattheüs XI. 2-3).

Gelijk na zijn doop werd Jezus door de geest geleid in de wildernis om daar verleidingen van de duivel te ondergaan. Jezus vastte veertig dagen en veertig nachten, en tijdens deze dagen at hij niks. Mozes heeft tweemaal zo lang gevast. Zulke vormen van vasten zijn bijna wonderlijk. De moderne vastende mensen, en de hindoeïstische vasters, laten zien dat onder zeer abnormale condities lange onthouding van voedsel mogelijk is. Absoluut wonderlijke gebeurtenissen zijn gebeurtenissen die nooit gebeurd zijn in het verleden, die niet plaatsvinden in het heden, en nooit meer zullen plaatsvinden in de toekomst. Jezus, zo wordt gezegd, was God, en vastte met zijn kracht als God. Bij de hypothese van zijn goddelijkheid is het moeilijk te begrijpen hoe hij hongerig werd. Toen Jezus hongerig was, wilde de duivel hem in verzoeking brengen door het aanbieden van stenen, en vroeg aan Jezus om deze stenen te veranderen in brood. Stenen aanbieden aan een hongerig persoon voor het maken van brood is amper een verleiding te noemen. Welke verleiding daarna kwam is twijfelachtig. Mattheüs en Lucas vertellen dit verhaal in verschillende volgorde. Volgens de ene nam de duivel Jezus daarna naar de nok van de tempel en probeerde hem te verleiden om zichzelf naar beneden te gooien, door het citeren van het Schrift dat engelen hem zouden dragen in hun armen. Jezus geloofde of niet in het Heilige Schrift of herinnerde dat de duivel, net als andere zuilen van de kerk, het fout citeerde om het aan hun doeleinden ondergeschikt te maken en de verleiding faalde. De duivel nam Jezus toen naar een extreem hoge berg vanwaar hij aan hem alle koninkrijken van de wereld en diens glorie liet zien in een blik. Het is beweerd dat dit niet het uitzicht over de antipode inhield, maar dit alleen verwees naar de koninkrijken die toen bekend waren; zelfs dan moest het een lange kijkafstand zijn van Juda naar China zijn. De berg moest erg hoog zijn – hoger dan de diameter van de aarde. Origen, een geleerde en godvruchtige heilige kerkvader, stelde voor dat geen mens met zijn verstand zou geloven dat dit echt gebeurd is. Als Origen zijn taalgebruik moest verdedigen tegen een moderne rechter van het type Mr. Justice North, de christelijke prediker zou hij het pijnlijke risico lopen om in Holloway-gevangenis terecht te komen. De duivel bood aan Jezus – waarvan gezegd wordt dat hij een was met God en daarom almachtig – alle koninkrijken van de wereld als hij Jezus, de almachtige God, zou knielen en zijn eigen gemaakte wezen, de duivel, zou aanbidden. Sommigen werpen tegen dat als God de schepper en almachtige heerser van de wereld was, dan zou de duivel nooit de macht over de koninkrijken van de wereld bezitten, en dan kon het aanbod geen verleiding bieden aan Jezus, die de almachtige en alwetende God was. Zulke bezwaarmakers baseren zich op de natuurlijke Rede.

Na de verleiding deed Jezus verschillende wonderen, uitdrijven van demonen of anders andere verbazingwekkende dingen onder de inwoners van Juda, die als geheel heel erg sceptisch waren. Als een tweede Jezus van Nazareth was in deze ketterse eeuw en opschepte dat hij de kracht bezat van het uitdrijven van demonen, zou hij een grote kans hebben om voor zijn misdaad te boeten door drie maanden gevangenschap met dwangarbeid. Het is waar dat het 72ste Canon van de Kerk van Engeland erkent dat predikanten demonen kunnen uitdrijven, maar verbied hen dit te doen, behalve als ze een officiële toestemming hebben van de bisschop, “op straffe van de beschuldiging van bedrog of bedriegerij.” Tegenwoordig als zieke mensen enigszins wijsheid bezitten, neemt men toevlucht tot de arts zodat hij de ziekte kan genezen. Als mensen veel wijsheid bezitten dan studeren ze geneeskunde als ze nog gezond zijn om ziektes te voorkomen. In de tijd van de vroege christenen namen gebed en geloof (Jacobus V. 14-15) de positie in die sindsdien toegeëigend is door medicijnen en ervaring. Mensen die hun verstand verloren ten tijden van Christus werden gezien als aangevallen niet door een ziekte maar door de duivel. In de dagen van Jezus zou een geest een man blind, doof, of dom maken. Incidenteel zou een aantal demonen in een mens gaan en hem gek maken. In een geval ontmoette Jezus een man (Marcus V. 2) of twee mannen (Mattheüs VIII. 28) bezeten door demonen. De demonen kenden Jezus en noemden hem bij naam. Jezus, niet zo bekend met de demon of demonen vroeg de naam van de betreffende demon die hij aansprak. Het antwoord gegeven in Latijn zou tot een geloof leiden, misschien bevestigd door de geschriften van monniken, dat demonen communiceerden in die taal. Jezus wilde de demonen uitdrijven uit de man, daar tegen verzetten zij niet, maar zij uitten bezwaar tegen de verwijdering uit het land. Een compromis werd gesloten, en uit eigen verzoek werden de demonen overgedragen naar een horde varkens. De varkens renden in de zee en verdronken. Er is geen vermelding van een compensatie voor de eigenaar.

Jezus voedde grote groepen mensen onder omstandigheden van een zeer ultrathaumaturgische karakter. Aan het eerste boek van Euclides is het axioma verbonden “dat het geheel groter is dan zijn deel.” John Wesley was wijs als het waar is dat hij wiskunde schuwde als het hem zou leiden tot ongelovigheid. Als een man areligieus genoeg is om Euclides axioma te aanvaarden, zal hij geneigd zijn om het miraculeuze voeden van 5.000 mensen met vijf loven brood en twee kleine vissen af te wijzen. De oorspronkelijke moeilijkheid van het mirakel, hoewel niet vergroot, is moeilijk aanvaardbaar voor het gezonde verstand bij de bewering dat nadat de menigte gevoed was er nog twaalf manden vol met fragmenten overbleef.

Jezus zou hebben gewandeld op de zee toen het erg stormachtig was, en dat “de zee rees door een harde wind die blies.” Lopen over het water is een grote prestatie zelfs als de zee kalm is, maar met hoge golven is het nog wonderbaarlijker.

Het wonder van het veranderen van water in wijn in Cana te Galilea is het waard om aandacht aan te schenken bij de behandeling van de vraag: Wie was Jezus Christus? Jezus en zijn discipelen waren uitgenodigd voor een huwelijksfeest en toen daar aanwezig had het gezelschap een tekort aan wijn. De moeder van Jezus, die de katholieken veel aanbidden, en voor wie ze veel bewondering hebben, informeerde Jezus over het tekort en kreeg als antwoord: “Vrouw, wat heb ik met jou te maken? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn moeder verwachtte blijkbaar een wonder, hoewel volgens het vierde evangelie was de Cana-wonder het begin van de wonderwerken van Jezus; de apocriefe evangeliën beweren dat Jezus al wonderwerken verrichte als kind. Jezus verkreeg zes waterkruiken vol met water en veranderde het in wijn. Geheelonthouders die niet kunnen geloven dat God speciaal middelen zou leveren voor dronkenschap, beweren dat deze wijn niet van bedwelmende kwaliteit was, hoewel er niets in de tekst staat om hun hypothese te rechtvaardigen. De merkwaardige connectie tussen de frase “goed dronken” en de tijd wanneer het wonder zich afspeelde zal eerder de veronderstelling rechtvaardigden dat de gasten al in een dergelijke staat waren dat het moeilijk was voor hen om kritisch de nieuwe wijnlevering op prijs te stellen. De morele gevolgen van dit wonder zijn niet makkelijk te waarderen.

Kort hierna ging Jezus naar de tempel met een gesel van kleine touwen, en joeg de dierenhandelaars en geldwisselaars die daar waren bijeengekomen in de dagelijkse gang van zaken. De schrijver van het vierde evangelie plaatste deze gebeurtenis veel eerder in het publieke leven van Jezus. De schrijver van het derde evangelie plaatste de gebeurtenis veel later.

Jezus ging hongerig naar een vijgenboom om vijgen te verzamelen, hoewel het seizoen van vijgen nog niet was gekomen. Natuurlijk hingen er geen vijgen aan de boom, en Jezus zorgde toen ervoor dat de boom verdorde. Dit is een zeer interessant probleem voor de echte orthodoxe gelovige in de Heilige Drie-eenheid die gelooft dat, ten eerste, Jezus was God, die de boom heeft geschapen en verhinderd heeft om vijgen te dragen; ten tweede, dat God de alwetende, die niet gebonden is aan menselijke passies, hongerig was naar een vijgenboom ging, waarvan hij wist dat daaraan op dat moment geen vijgen hingen, verwachtte om daar vijgen te vinden; ten derde, dat de algoede God toen de boom strafte omdat het geen vijgen droeg in overeenstemming met Gods eeuwige beschikking.

Jezus had een discipel genaamd Peter, die, in bezit van veel christelijk geloof, een grote lafaard was, en zijn leider verzaakte gedurende diens tijd van nood. Jezus, hoewel eerder bewust dat Peter een verrader zou zijn, gaf toch aan hem de sleutels van het hemelse koninkrijk, en vertelde hem dat wat hij bond aan aarde zou gebonden zijn in de hemel. Peter zou driemaal Jezus ontkennen voor dat de kraan zou kraaien (Mattheüs XXVI. 34). De haan kraaide voor Peters tweede ontkenning (Marcus XIV. 68). Commentatoren dringen er op aan dat de gebruikte woorden niet verwijzen naar het kraaien van een specifieke haan, maar naar een speciaal uur in de ochtend genaamd “hanengekraai”. Maar als het evangelie waar is dan is de uitleg fout. Peters ontkenning wordt meer uitzonderlijk als we herinneren dat hij Mozes, Jezus en Ellas samen heeft zien praten en dat hij een stem hoorde vanuit een wolk die zei: “Dit is mij geliefde Zoon, over wie ik zeer tevreden ben.” Als Peter dus Jezus kon ontkennen nadat hij God had gehoord getuigen van zijn goddelijkheid en Peter niet alleen ontsnapte aan straf, maar de functie van poortwachter van de hemel kreeg, hoe meer zouden diegenen straf ontwijken en beloning krijgen die alleen ontkennen omdat ze het niet kunnen helpen, en diegenen die zijn achtergelaten zonder enige ondersteunend bewijs via zicht en gehoor!

De Jezus van het eerste evangelie beloofde dat net zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de walvis verbleef, zou hij (Jezus) drie dagen en drie nachten verblijven in het hart van de aarde. Maar hij werd begraven op vrijdagavond en was uit het graf voor dat zondagnacht voorbij was. Sommigen zeggen dat de Joden een deel van de dag rekenden als een hele dag.

De vertalers lieten Jezus een merkwaardige ruiterijkwaliteit vertonen bij zijn inkomst in Jeruzalem. De tekst (Mattheüs XXI. 7) zegt dat “brachten de ezelin en het veulen en leiden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.” Dit betekent niet dat hij tegelijkertijd op beiden reed op hetzelfde moment; dat staat er alleen. Aan het kruis riep Jezus van de vier evangeliën, die God was, uit: “Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?” God kan zichzelf niet verlaten, Jezus was God zelf. Toch negeerde God Jezus en de laatste riep uit om te weten waarom hij opgegeven was. Iedere bedreven godgeleerde zal uitleggen dat hij natuurlijk het wist, en dat hij niet opgegeven was. De uitleg maakt het moeilijk om de schreeuw der stervende te geloven, en deze passage is een van de mysteriën van de heilige christelijke religie geworden, waarbij een persoon die daarin niet correct geloofd “zonder twijfel zal eeuwig lijden.” Bij de kruisiging van Jezus gebeurden miraculeuze wonderen. “De graven werden geopend, en vele lijken van de heiligen die sliepen, stonden op en gingen uit hun graf en velen zag hen.” Welke heiligen waren dit? “Velen zagen hen”, maar er is niet één minuscuul bewijs buiten de Bijbel dat iemand hun gezien had. Hun lijken kwamen uit de graven. Vergaan de lichamen van de heiligen zoals die van gewone mensen?

Jezus moest erg veranderd zijn in het graf, want zijn discipelen herkenden hem niet toen hij stond aan de oever (Johannes XXI. 4) en Maria, meest verbonden met hem, kende hem niet, maar ging er vanuit dat hij de tuinman was. Volgens het eerste evangelie verscheen Jezus aan twee vrouwen na zijn opstanding en ontmoette daarna elf van zijn discipelen bij een afspraak op een berg in Galilea. Wanneer was deze afspraak gemaakt? De tekst waarop de godgeleerden zich baseren is Mattheüs XXVI. 32; maar daar wordt niet zo’n afspraak gemaakt. Volgens het tweede evangelie verscheen hij eerst aan een vrouw en toen ze het de apostelen vertelden, geloofden zij haar niet. Toch, op straffe van een aanklacht nu en verdoemenis in het hiernamaals, zijn wij gebonden om zonder aarzeling te aanvaarden dat wat de discipelen van Jezus ontkenden. Uit het tweede evangelie leren we dat in plaats van dat de elf apostelen gingen naar Galilea, kwam Jezus bij hen toen ze zaten te eten. In het derde evangelie verscheen hij eerst aan twee van zijn discipelen in Emmaüs, en zij herkenden hem niet totdat ze lange tijd in zijn aanwezigheid waren – het was avonds toen ze hem herkenden. Helaas, direct nadat zij hem herkenden, konden ze hem niet meer zien, omdat op het moment dat zij hem herkenden, verdween hij uit hun zicht. Direct daarna verscheen hij bij de elf apostelen in Jeruzalem, en niet in Galilea zoals beweert in het eerste evangelie. Jezus vroeg om wat vlees en de discipelen gaven hem een portie gekookte vis en een stuk honingraat, en hij at. Jezus werd daarna opgenomen in de hemel, een wolk ontving hem, en hij werd gemist. God is overal, en de hemel is niet meer boven dan beneden, maar het is noodzakelijk dat wij geloven dat Jezus opging naar de hemel om aan de rechterhand van God te zitten, die oneindig is en geen rechtse hand heeft.

Was Jezus Christus een mens? Als we onze antwoord beperken tot slechts de Jezus van het evangelie – zeker niet. Zijn hele carrière is volgens letterlijke lezing slechts een serie van onwaarschijnlijkheden en contradicties.

Wie was Christus? Geboren uit een maagd en van goddelijke afkomst? Dat waren ook veel mythische zongoden en ook Krishna, wiens verhaal in vele opzichten soortgelijk was met die van Jezus, die bestonden al voor het christelijke tijdperk.

Was Jezus Christus mens of mythe? Zijn verhaal is een fabel, maar bestond de held echt? Dat een man genaamd Jezus werkelijk leefde en bepaalde uitzonderlijke acties uitgevoerd heeft en daarbij publieke aandacht trok, en daardoor het middelpunt voor honderd mythes werd, kan misschien waar zijn, maar verder dan dit, wat is er als concrete feit?