Album der Natuur/1853/Sneeuwklokje, van Hall

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Sneeuwklokje (1853) van Herman Christiaan van Hall
'Het Sneeuwklokje' werd gepubliceerd in Album der Natuur (tweede jaargang, 1853), p. 191–192. Dit werk is in het publieke domein.


[ 191 ]

HET SNEEUWKLOKJE.[1]

 

 
1)

Kent gij dat klokje, blank en zacht,
 In zilvre kleur gehuld,
Welks klank zoo zuiver, vol van kracht,
 En blij de lucht vervult?
't Is d' eerste bloem bij 't lentefeest,
Zoo rijk getooid voor hart en geest.

't Hangt aan een fijnen groenen band
 Zoo needrig bij den grond;
't Was de Natuur, wier eigen hand
 Dien band aan 't klokje bond.
't Weêrklinkt met helder, zoet geluid,
Als d'eerste knop zijn boei ontsluit.

Het klinkt en weêrklinkt wijd en zijd,
 In sneeuwwit, blank gewaad;
't Verkondigt ons een schoonen tijd,
 Des zomers dageraad.
De lente: zie, zij treedt op aard
Vol schoonheid, 's Heeren goedheid waard!

Want naauwlijks klinkt des klokjes toon
 Der bloemen rei in 't oor,
Of elk van haar breekt, jong en schoon,
 Haar teedre zwachtels door.
Begroet het nieuwe jaargetij
En blinkt in feestelijken rij.

 
[ 192 ]

Des zilvren klokjes wekgeluid
 Roept ze allen, voor en na;
Het goud der boterbloem[2] ontspruit,
 't Blaauw der Hepatica,[3]
En lieflijk dauwt op 't windgerucht
Viooltjes[4] geur door d'avondlucht.

Zie, hoe zij prijkt, die bonte schaar,
 In telkens schooner kleed:
Hier tulp[5], hier sleutelbloem[6], en daar
 't fluweel van 't grastapeet,
En blanke en goudgele Anemoon[7]
Voltooijen 't schoon der lentekroon.

Steeds verder strekt zich 't bloemgebied
 Dat bosch en veld omboordt;
Des klokjes zilverkleur verschiet; —
 Bij 's leeuwriks blijd' akkoord
En 't schettrend nachtegaal-gefluit,
Verstomt des klokjes maatgeluid.

En eindlijk, als de zomer daalt
 In volle majesteit,
Een zee van kleur en klanken straalt.
 Heel 't aardrijk overspreidt,
Dan keert het klokje in 't duister weêr
En legt zijn blijden feestdosch neêr.

 1848.

Zeer vrij gevolgd naar het Hoogd. van Radda. Zie Flora, Botanische Zeitung, 1826, S.129.[8]


  1. Galanthus nivalis. Sneeuwklokje is de meest algemeene en beste benaming. Het is dezelfde plant, die ook wel bekend is onder de soms zonderlinge benamingen van vastenavondzotje, naakte mannetjes, naakte wijfjes, nakeneersje enz.
  2. Ranunculus Ficaria of Ficaria verna.
  3. Anemone Hepatica of Hepatica triloba.
  4. Viola odorata.
  5. Tulipa suaveolens en Gesneriana.
  6. Primula veris en elatior.
  7. Anemone nemorosa en ranunculoides.
  8. Gebaseerd op het Hoogduitsche gedicht Das Schneeglöckchen. Galanthus nivalis door "Radda" in Flora, oder Botanische Zeitung, 1826, p. 129–131. Eerder gepubliceerd in: Sinnbilder aus der Pflanzenwelt (1824), p. 63–65. Voor Joseph F. Radda, Ritter von Boskowstein (1798–1869), zie ook: deze pagina op www.lieder.net (in het Engels). (Wikisource-Ed.)