Archiefwet van 24 juni 1955

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wet van 24 juni 1955 (Archiefwet 1955)

Auteur Belgische regering
Genre(s) Belgische wetgeving
Brontaal Nederlands
Datering 12 augustus 1955
Bron Belgisch Staatsblad
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wet van 24 juni 1955 (Archiefwet 1955) op Wikipedia

ARTIKEL 1[bewerken]

  1. Bescheiden meer dan honderd jaar oud, bewaard door de rechtbanken der rechterlijke macht, de Raad van State, de rijksbesturen en de provincies worden, behoudens regelmatige vrijstelling, in het Rijksarchief neergelegd.
  2. Bescheiden meer dan honderd jaar oud, bewaard door de gemeenten en de openbare instellingen, kunnen in het Rijksarchief worden neergelegd.
  3. Voor de archieven der gemeenten is de neerlegging evenwel verplicht, wanneer de bepalingen van artikel 100 der gemeentewet niet worden nageleefd.
  4. Bescheiden minder dan honderd jaar oud, die geen nut meer hebben voor de administratie, kunnen in het Rijksarchief worden neergelegd op verzoek van de openbare overheden aan wie ze toebehoren.
  5. Archieven van bijzondere personen of van private verenigingen kunnen, op verzoek van de betrokkene, insgelijks naar het Rijksarchief worden overgebracht.
  6. De Koning bepaalt de modaliteiten van neerlegging en overbrenging en de voorwaarden waaronder de in lid 1 van dit artikel bedoelde overheden van neerlegging van hun archieven worden vrijgesteld.

ARTIKEL 2[bewerken]

De in het Rijksarchief geplaatste archiefstukken mogen niet worden vernietigd zonder toestemming van de verantwoordelijke overheid of van de private persoon die de overbrenging verricht heeft.

ARTIKEL 3[bewerken]

  1. De ingevolge het eerste artikel, lid 1, in het Rijksarchief neergelegde stukken zijn openbaar. Een reglement van orde, vastgelegd door de Minister van Openbaar Onderwijs, bepaalt de regelen volgens welke zij aan navorsers ter inzage kunnen verstrekt worden.
  2. De expedities of uittreksels worden door de archiefbewaarders uitgereikt, door hen ondertekend en met het zegel van de bewaarplaats bekleed; zij zijn aldus bewijskrachtig in rechtszaken.

ARTIKEL 4[bewerken]

Het reglement van orde, vastgelegd door de Minister van Openbaar Onderwijs, bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de in het eerste artikel, leden 4 en 5, in het Rijksarchief neergelegde stukken kunnen geraadpleegd worden.

ARTIKEL 5[bewerken]

De overheden, bedoeld in het eerste artikel, leden 1 en 2, mogen geen bescheiden vernietigen zonder toestemming van de algemene rijksarchivaris of van diens gemachtigden.

ARTIKEL 6[bewerken]

De stukken die bewaard worden door de in het eerste artikel, leden 1 en 2 bedoelde overheden, staan onder het toezicht van de algemene rijksarchivaris of van diens gemachtigden.

ARTIKEL 7[bewerken]

Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Koninklijk Besluit[bewerken]

Koninklijk Besluit van 12 december 1957 betreffende de uitvoering van de archiefwet van 24 juni 1955