Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Vereeniging tot Bevordering der Bouwkunst te Leiden

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Vereeniging tot Bevordering der Bouwkunst te Leiden. Elfde vergadering gehouden den 29 April 1897, in het Nutsgebouw’ door F.A.W.
Afkomstig uit Architectura, jrg. 5, nr. 18 (zaterdag 1 mei 1897), p. 96. Publiek domein.

[ 96 ]

VEREENIGING TOT BE­VOR­DE­RING DER BOUW­KUNST, TE LEI­DEN. elf­de ver­ga­de­ring, ge­hou­den den 29 april 1897, in het nuts­ge­bouw.

 Aanwezig 24 leden en 1 donateur.
 Aan deze vergadering ging vooraf eene kunstbeschouwing van de plaatwerken „Verzameling der overblijfselen onzer Nationale Kunst” en „Kunst en Industrie.” Voor de expositie werd dank gebracht aan de heeren de koning en wempe.
 De voorzitter, dc heer c. r. van ruyven, opende met een kort woord deze vergadering. De notulen werden ongewijzigd goedgekeurd. Met waardeering werd de Practische Ambachtsschool door den voorzitter besproken, terwijl ook de heer verster, niettegenstaande zijn vroegere oppositie tegen de richting waarin werd onderwezen, met veel lof het tegenwoordige onderwijs besprak. De heer verster zal aan de Commissie van het Stedelijk Museum verzoeken, de banier der vereeniging te huisvesten. Een ingekomen vraag werd door het Bestuur beantwoord, terwijl een tweetal vragen betreffende carbolineeren in handen zijn gesteld van den heer v. d. kloes.
 Op voorstel van bet Bestuur werd besloten op een nader te bepalen dag een zomeruitstapje te maken naar Dordrecht, teneinde ook een bezoek te brengen aan de tentoonstelling. Een achttiental leden verklaarden zich voorloopig bereid, de excursie mede te maken. Hiervoor werd een crediet van dertig gulden toegestaan. De heer h. de kler werd als nieuw lid aangenomen. „Das Museum” zal voor de leescirkels aangeschaft worden. Alsnu was het woord aan den ijverigen Directeur der Leidsche Ambachtsschool, den heer adrs. j. van achterberg, die tot onderwerp had gekozen: „het ontwerpen van ornament.” Spreker verklaarde op duidelijke wijze, hoe men slechts met behulp van een teekenhaak en driehoek ontwerpen kan. Door eene samenstelling van hoeken van 15°, 30°, 45°, 60° enz., kan men op verrassende wijze dier- en bladvormen daarstellen. Zeer handig schetste spreker tal van figuren, die een duidelijk bewijs leverden, hoedanig men op eene zeer gemakkelijke manier de schoonste vormen kan daarstellen. De verschillende mededeelingen hieromtrent werden gedaan aan de hand van een werkje hierover geschreven, door den heer j. m. de groot, leeraar aan de Kunstnijverheidsshool „Quellinus” te amsterdam. Verscheiden teekeningen werden in verband met deze wijze van ontwerpen door spreker geëxposeerd. Aan ’t slot zijner voordracht dankte spreker nog hartelijk voor de waardeerende woorden, over de Leidensche Ambachtsschool gesproken. Onder applaus bracht de voorzitter den dank der vergadering. De secretaris sprak den wensch uit en corps de Ambachtsschool te bezoeken, waar vooral het smeden en schilderen zoo uitstekend wordt onderricht. De Heer verster zal in zijn „Vlokken” deze inrichting nader bespreken. De vereeniging besloot lid te worden van de Vereeniging tot Bevordering van Vakonderwijs.
 Na rondvraag sloot de voorzitter de vergadering.

F. A. W.