Architectura/Jaargang 5/Nummer 2/1047e Gewone Vergadering van Woensdag 6 Januari 1897

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘„Architectura et Amicitia.” 1047e Gewone Vergadering van Woensdag 6 Januari 1897’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit Architectura, jrg. 5, nr. 2 (zaterdag 9 januari 1897), p. 9-10. Publiek domein.


[ 9 ]
„ARCHITECTURA ET AMICITIA.”
1047e Gewone Vergadering van
Woensdag 6 Januari 1897.

AANWEZIG het bestuur uitgezonderd de Penningmeester, die verhinderd was de vergadering bij te wonen, 22 leden, aspirantleden en een aantal introducé’s, waaronder verscheidene dames.
 De voorzitter, de heer Jos. Th. J. Cuypers, opende de vergadering met een heilgroet tot de aanwezigen, daarbij den wensch uitsprekende, dat het nieuwe bestuur op de sympathie en de medewerking der leden kon rekenen. Vervolgens bedankte hij het vorige bestuur voor den nauwgezetten ijver waarmede dit zijne taak had vervuld. Na lezing der notulen werden deze onveranderd goedgekeurd. Ingekomen was een schrijven van den heer M. de Jongh, waarin hij verklaarde geene candidatuur voor de redactie te kunnen aanvaarden, omdat hij niet in de gelegenheid was, de daaraan verbonden werkzaamheden met de noodige zorg te verrichten.
 Vervolgens was aan de orde het kiezen der redactieleden.
 Door de vergadering werden de heeren van Gendt en van der Pek als candidaten gesteld tegen die van het bestuur. Beide heeren ter vergadering aanwezig, bedankten voor deze functie. Volgens het aantal stemmen waren aan de beurt de heeren Lambeek en Kromhout, als candidaten tegen de twee overgeblevenen van het bestuur, Rover en [ 10 ] de Bazel. De verdere stemming werd uitgesteld tot na de voordracht.
 De heer Leliman bracht den dank der vergadering over aan het bestuur in antwoord op de welwillende woorden van den voorzitter bij de opening der vergadering gesproken.
 Drie dingen wenschte hij in den boezem van het Bestuur neer te leggen, 1e dat hij hoopte dat het zich zou wachten voor eenzijdigheid, 2e dat het nimmer eene partij zou kiezen, 3e dat het homogeen zou samenwerken. Aan ’t einde werd de heer Leliman met applaus begroet.
 De Voorzitter antwoordde hierop, dat het Bestuur van het genootschap zich juist ten doel stelde de verschillende elementen, waaruit het genootschap bestaat, nader tot elkander te brengen, en dat voor zoover hemzelf betrof, hij niet langer dan den door de wet gestelden tijd zijne functie zou waarnemen, zoodat ook langs dien weg weinig aanleiding zou worden gevonden tot het ontstaan van eenzijdigheid.
 De heer J. van Wijngaarden werd voorgesteld door de heeren A. H. Zinsmeister en W. van Boven.
 Als aspirant-lid werd voorgesteld de heer P. Vorkink.
 Thans was aan de orde de voordracht van den heer J. L. M. Lauweriks over „Géometrie.”
 Na het eerste gedeelte dezer voordracht werd de heer J. L. M. Lauweriks gekozen tot lid voor de redactie uit het Bestuur, welke functie door hem werd aanvaard.
 Hierop volgde het tweede gedeelte der voordracht bestaande uit eene uiteenzetting van een gedeelte der „Timeus” van Plato handelende over Géometrie. De spreker meende hierin beginselen te ontdekken die voor de architectuur van groote waarde zijn[.]
 De voorzitter verzocht met het oog op het vergevorderde uur niet in verdere bespreking op de lezing in te gaan en brengt dank aan den spreker, zelf wenscht hij hierop eene uitzondering te maken en bespreekt het nut der Géometrie in het algemeen.
 De heer Kromhout vraagt het woord naar aanleiding van het gesprokene, daar hij de voordracht niet regelmatig had kunnen volgen en begrijpen, tengevolge van de groote sprongen door den spreker in zijn voordracht gemaakt.
 De heer Leliman vindt het oefenen van critiek minder noodzakelijk en zou wenschen dat de voordracht in het orgaan werd opgenomen.
 De heer Kromhout betoogt, dat het zijne bedoeling niet is, critiek uit te oefenen maar zou wenschen, dat eene volgende voordracht meer duidelijk en begrijpelijk voor de hoorders was.
 De heer Lauweriks antwoordt den heer Kromhout.
 De voorzitter stelt eene kleine pauze voor, ten einde de dames gelegenheid te geven zich te verwijderen en dankt hen voor hunne tegenwoordigheid; verzoekt tevens opname der lezing hetgeen door den heer Lauweriks wordt toegezegd.
 Hierna wordt, de stemming voor leden der redactie voortgezet, waarvan de uitslag is, dat de heeren de Bazel en J. van Niftrik worden gekozen, eerstgenoemde ter vergadering aanwezig, neemt de benoeming aan.
 Door eene vergissing van het bestuur was de heer W. C. Rover als candidaat der Redactie gesteld, de heer Sluijs Veer merkte op, dat de heer Rover, buitenlid zijnde, niet als zoodanig in vermelding kon komen, waardoor deze candidatuur natuurlijk verviel.
 Door het bestuur wordt de heer Covens voorgesteld als locaal-conmissaris en als zoodanig aangenomen.
 De voorzitter brengt nogmaals dank aan de leden van het oude bestuur, die bij het begin der vergadering niet tegenwoordig waren.
 Hij vestigt tevens de aandacht der leden op de prijsvragen, die nog moeten uitgeschreven worden.
 De heer Leliman uit de beste wenschen voor het nieuwe bestuur, ontvangt den dank van den voorzitter, waarna de vergadering werd gesloten.