Bekende monologen uit Shakespeares werk/O Romeo, Romeo! wherefore art thou Romeo?

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

O Romeo, Romeo! wherefore art thou Romeo?

Auteur William Shakespeare
Genre(s) Dramatische poëzie, monologen
Brontaal Engels
Datering ca. 1595
Vertaler *Jurriaan Moulin (1858)
* Leendert Burgersdijk (1887)
*Jules Grandgagnage (2012)
...
Bron Vier eeuwen vertalingen,
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Dramatische poëzie.
Auteursrecht Publiek domein of CC-BY-SA
Logo Wikipedia
Meer over O Romeo, Romeo! wherefore art thou Romeo? op Wikipedia

Originele tekst van Shakespeare[bewerken]

(monoloog van Juliet uit Act II, scene II, 32)

JULIET

O Romeo, Romeo, wherefore art thou Romeo?
Deny thy father and refuse thy name;
Or if thou wilt not, be but sworn my love
And I'll no longer be a Capulet.

'Tis but thy name that is my enemy:
Thou art thyself, though not a Montague.
What's Montague? It is nor hand nor foot,
Nor arm nor face, nor any other part
Belonging to a man. O be some other name!
What's in a name? That which we call a rose
By any other word would smell as sweet;
So Romeo would, were he not Romeo call'd,
Retain that dear perfection which he owes
Without that title. Romeo, doff thy name,
and for thy name, which is no part of thee,
Take all myself.

Nederlandse vertalingen in publiek domein[bewerken]

Jurriaan Moulin (1858)
O. Romeo! Ach, waarom heet gij Romeo? —
Leg af uw naam, verloochen uwen vader:
Zoo neen, dan zweer dat gij mijn minnaar zijt,
En ’k ben van stonden aan geen Capulet.
Het is uw naam slechts die mijn vijand is;
Gij zijt u-zelf, waart ge ook geen Montague.
Wat toch is Montague: ’t is hand, noch voet,
Noch arm. noch aangezigt, noch ander deel,
Dat tot ons wezen hoort. Verruil uw naam!
Wat is een naam? Zou ’t geen we noemen roos,
Met andren naam niet even geurig wezen?
Ook Romeo, niet Romeo genaamd,
Behield die hooge waarde, die hem siert.
Ook zonder dezen titel. — Romeo, leg af
Uw naam, die van u-zelf geen deel is, en
Neem mij geheel.

Leendert Burgersdijk (1887)

JULIA

0 Romeo, Romeo! waarom zijt gij Romeo?
Verloochen uwen vader, uwen naam,
Of, wilt ge dat niet, wees in liefde mijn,
En 'k ben van stonden aan geen Capulet.
't Is slechts uw naam, die vijand is; — gij zijt
U zelf geheel, geen Montague. Want wat
Is Montague? dat is noch hand, noch voet,
Noch arm, noch aangezicht, noch eenig deel,
Dat van een man is. Wees een andre naam!
Wat is een naam? Het ding, dat roos nu heet,
Geurde, als 'teen andren naam had, even lieflijk;
Ook Romeo zou, waar' Romeo niet zijn naam,
Zijn eigen, volle, dierbre waarde houden. —
0 Romeo, werp af uw naam, en neem
Voor uwen naam, die van u zelf geen deel is,
Mij zelf geheel.

Nederlandse vertalingen onder CC BY-SA licentie[bewerken]

J. Grandgagnage (2012)

JULIET

O Romeo, Romeo! Waarom ben jij Romeo?
Ontken je vader en verzaak je naam;
Of, als je dat niet wil, bezweer mij dan je liefde,
en ik zal niet langer een Capulet zijn.

Het is slechts je naam die mijn vijand is;
Jij bent wie je bent, jezelf, niet een Montague.
Wat is een Montague? Is het een hand, een voet,
een arm, een gezicht, of enig ander deel
behorend aan een man? O, had je maar een andere naam!
Wat betekent een naam? Dat wat wij een roos noemen
zou met een andere naam net zo zoet geuren;
Zo zou ook Romeo, had hij een andere naam,
even volmaakt zijn als hij nu is.
Romeo, doe weg die naam,
Hij is geen deel van jou, verruil hem
voor alles wat ik ben.