De Génestet/Boutade

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

BOUTADE

 O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen,
      Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen,
      Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp!

O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,
     Van kikkers, baggerlui, schoenlappers, moddergoôn,
Van eenden groot en klein, in allerlei fatsoenen,
      Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!

 Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen
      Tot modder; ’k heb geen lied, geen honger, vreugd noch vreê.
 Trek overschoenen aan, gewijde grond der Vaderen,
      Gij niet op mijn verzoek . ontwoekerd aan de zee.