Naar inhoud springen

De Génestet/De Heer is haar Herder

Uit Wikisource
← Liefdeklacht De dichtwerken van P.A. de Génestet (1877) door P.A. de Génestet

De Heer is haar Herder

Bede →
Uitgegeven in Amsterdam door Gebroeders Kraay.

[ 414 ]

DE HEER IS HAAR HERDER




De Heer is mijn Herder : mij zal niets ontbreken.
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.
Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
Hij verkwikt mijne ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid.
Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen.
}}




Der vrome Herder was de Heer!
 Hij liet haar niets ontbreken.
Hij had haar tachtig jaar geleid
In ’t spoor van zijn gerechtigheid,
 Aan stille beken.

Hij had haar ziele staâg verkwikt
 In klaverrijke weiden
Maar of Hij gaf dan of Hij nam,
Zij bleef baars goeden Herders lam
 En – liet zich leiden

Als weduw was ze niet alleen,
 In nooddruft niet verlegen;
En ging haar pad langs menig graf,
Haar troostte ’s Heeren stok en staf
 Op deze wegen.

Haar leven was een lang akkoord
 Van stil geloofsvertrouwen;
[ 415 ]Een liefelijke wedergalm
Van ’s Herders zachten vredepsalm
 In vreugde en rouwe.

Die psalm – het was haar pelgrimslied
 Op ’s levens lange reize
Ook nu, ten dierbren tempelgang
Misschien – haar stille zwanenzang,
 Haar zielsgepeize.

„Mijn Herder was der Heeren Heer;
 Ik ben zijn deel gebleven.”
In iedren trek van ’t vroom gelaat,
Kalm van geloof en hope, staat
 Dat woord geschreven.

Stille ootmoed, die daar schromend wacht
 Op Gods gewijden drempel,
Die Heer, in Wien gij hebt vertrouwd,
Heeft in uw hart zijn huis gebouwd,
 Zijn eeuwgen tempel.

O, grijze vroomheid, lang beproefd,
 O, heilge, eerbiedwaarde!
Gij wordt gekroond reeds in den tijd;
En de avond van uw dag vol strijd
 Straalt vrede op aarde!

Met eerbied, naar uw buigend hoofd
 Ziet om het oog der reinen;
Uw kalmte leert, uw hope sticht,
En spreidt een glans van hooger licht
 In ’t hart der kleinen.

1853.