Naar inhoud springen

De Génestet/Idealen

Uit Wikisource
← Naschrift De dichtwerken van P.A. de Génestet (1877) door P.A. de Génestet

Idealen

Uit mijn dagboek →
Uitgegeven in Amsterdam door Gebroeders Kraay.
[ 87 ]
 

IDEALEN.

aan
W. S., Theol. stud.



Wat gij in uw liefste droomen
 Ooit in uw God hebt afgebeên,
’t Kerkje tusschen lindeboomen,
 ’t Vroolijk landschap om u heen;
Velden, die van welvaart ruischen,
’t Rookwolkje uit de bonte kluizen,
 Al de liefde van dat oord:
Op uw avondwandelingen
Kleinen, die zich om u dringen,
 Grijsaards, luistrend naar uw woord.

Laat die toekomst–idealen,
 Van Gods zegen overstort,
Steeds uw weg, uw hart bestralen,
 Waar het somtijds donker wordt;
Zoo geen vriendlijke aangezichten
Meer ’t gezellig pad verlichten,
 Eens met bloemen overspreid, –
Zoudt gij schromen, zoudt gij vrezen? –
Mag de weg niet eenzaam wezen,
 Die u naar uw dorpje leidt?

1847.