Naar inhoud springen

De Génestet/Liedje in de maneschijn

Uit Wikisource
[ 266 ]

LIEDJE IN DEN MANESCHIJN



Hoe ’t komt toch, dat zoo garen
 De meisjes – vraagt ge mij –
In ’t lieve maantje staren
 Met stille mijmerij?

Wel, hebt ge nooit vernomen
 Van ’t mannetje in de Maan?
Zij zien het in heur droomen,
 Zij lokken ’t met een traan.

Schijnt later – als de morgen
 Haar naast een wiegje wekt,
En de avond uit de zorgen
 Haar in de veeren trekt –

Schijnt later van den hoogen
 Het maantjen op de ruit –
Men kijkt met andere oogen:
 Het mannetje is er uit!

Zelfs ziet men menig spannetje
 Zoo kwalijk samen gaan,
Dat vaak de vrouw het mannetje
 Terugwenscht naar de maan!