De Génestet/Drie paren en een

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

DRIE PAREN EN EEN

Gij hebt twee ooren – maar één mond,
   Dat vriend! zij u een teeken,
Om veel te hooren en niet veel
          Te spreken.

Gij hebt twee oogen – maar één mond,
   Bedenk dat, u ten zegen:
Veel moet gij zien en zeer veel dient
          Gezwegen!

Gij hebt twee handen – maar één mond,
   Den zin hoort gij te weten
Twee zijn er voor het werk, maar één
          Om te eten!
(RÜCKERT.)